← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050426.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005

Artikel 34

Vrije woorden: WEGVERKEER -

Artikel 34

Proces-verbaal Bijzondere bewijswaarde Informatieplicht Niet-naleving Gevolg Artikel 35, Wegverkeerswet Fiches 2 - 3 Het vonnis dat toepassing maakt van de artt. 35 en 38, ,§ 4, vierde lid, Wegverkeerswet, zoals gewijzigd bij de wet van 7 feb. 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, op een misdrijf gepleegd vóór 1 maart 2004, schendt de artt. 10 en 11 van de Grondwet

(1).
(1)Zie Arbitragehof, 23 feb. 2005, nr 45/2005. Thesaurus CAS: WEGVERKEER -

Artikel 35

Vrije woorden: WEGVERKEER -

Artikel 35Artikel 38 Wet 7 feb.

2003 Werking in de tijd Toepassing op misdrijven gepleegd vóór 1 maart 2004 Schending van de artikelen 10 en 11 Gw. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wegverkeerswet Wet 7 feb. 2003 Toepassing op misdrijven gepleegd vóór 1 maart 2004 Schending van de artikelen 10 en 11 Gw. Tekst van de beslissing Nr. P.05.0129.N V M L M, eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Jo Vanderstraeten, advocaat bij de balie te Brussel, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Mario Vandevelde, advocaat bij de balie te Brussel, voor Mr. Jo Vanderstraeten. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 10 december 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende dat het bestreden vonnis niet oordeelt dat het proces-verbaal van vaststelling nietig is maar wel dat het met betrekking tot de alcoholintoxicatie geen bewijswaarde heeft daar de verbalisanten hun actieve informatieplicht bepaald in artikel 7, vierde lid, van het koninklijk besluit van 18 december (lees: februari) 1991 betreffende de analysetoestellen voor het meten van de alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht, niet zijn nagekomen; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat het feit dat een proces-verbaal van vaststelling wegens niet-naleving van de in artikel 7, vierde lid van het voormelde koninklijk besluit van 18 december (lees: februari) 1991 bepaalde informatieplicht, met betrekking tot het misdrijf bedoeld in artikel 34 ,§ 2, 1°, Wegverkeerswet, geen bewijswaarde heeft, niet belet dat ditzelfde proces-verbaal wel bewijswaarde heeft met betrekking tot andere misdrijven waarvoor geen bijzondere bewijsregels gelden, zoals dat van dronkenschap aan het stuur bedoeld in artikel 35 Wegverkeerswet; Dat het middel, in zoverre het uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht; B. Ambtshalve aangevoerd middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikelen 10 en 11 Grondwet. Overwegende dat het Arbitragehof in zijn arrest nr. 45/2005 van 23 februari 2005, op hem gestelde prejudiciële vragen, heeft geoordeeld dat de artikelen 29, ,§ 1, 35 en 38, ,§ 4, vierde lid, Wegverkeerswet, zoals gewijzigd bij de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, in zoverre zij van toepassing zijn op vóór 1 maart 2004 gepleegde misdrijven, de artikelen 10 en 11 Grondwet schenden; Overwegende dat het bestreden vonnis eiser wegens de telastlegging B, zijnde inbreuk op artikel 35 Wegverkeerswet gepleegd vóór 1 maart 2004, veroordeelt tot een geldboete van 200 euro, bij toepassing van de wet op de opdeciemen verhoogd tot 1.000 euro, en, bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn, te vervangen door een verval van het recht tot sturen waarvan de duur wordt bepaald op 30 dagen; dat het eiser eveneens een verval van het recht tot sturen van alle categorieën voertuigen oplegt gedurende een termijn van een maand en het herstel in dat recht afhankelijk maakt van het welslagen voor een medisch en psychologisch onderzoek; Dat het bestreden vonnis aldus toepassing maakt van de artikelen 35 en 38, ,§ 4, vierde lid, Wegverkeerswet, zoals gewijzigd bij de wet van 7 februari 2003 voormeld; Dat het aldus de vermelde grondwettelijke bepalingen schendt; Overwegende dat, voor het overige, de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het eiser tot straf veroordeelt; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; Verwerpt het cassatieberoep voor het overige; Veroordeelt eiser in twee derden van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat; Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Leuven, zitting houdend in hoger beroep; Gezegde kosten begroot op de som van honderd zeventien euro achtenveertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zesentwintig april tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050426.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990525.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.