id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050503.6 Rolnummer: P.05.0256.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2006-06-15 Raadplegingen: 599 - laatst gezien 2026-07-04 12:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 6 De artikelen 56, ,§ 1, 57, ,§ 1, en 73 Wetboek van Strafvordering bepalen geen sanctie met betrekking tot de regelmatigheid van de rechtspleging voor de handeling van de onderzoeksrechter die deze wetsbepalingen heeft miskend
(1).
(1)Zie Cass., 29 juli 1954, A.C., 1954, 769, waar het Hof besliste dat de bij artikel 73 Wetboek van Strafvordering bepaalde vormen noch substantieel, noch op straffe van nietigheid voorgeschreven zijn. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Onderzoeksrechter Verhoor van de burgerlijke partij Aanwezigheid zonder enige tussenkomst van haar raadsman Artikel 73 Sv. Regelmatigheid van de rechtspleging ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Onderzoeksrechter Verhoor van de burgerlijke partij Aanwezigheid zonder enige tussenkomst van haar raadsman Geheim van het onderzoek Artikel 57, ,§ 1, Sv. Regelmatigheid van de rechtspleging ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Onderzoeksrechter Verhoor van de burgerlijke partij Aanwezigheid zonder enige tussenkomst van haar raadsman Verantwoordelijkheid van de onderzoeksrechter voor de wettigheid van de bewijsmiddelen en de loyauteit van het onderzoek Artikel 56, ,§ 1, Sv. Regelmatigheid van de rechtspleging Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Verhoor van de burgerlijke partij Aanwezigheid zonder enige tussenkomst van haar raadsman Artikel 73 Sv. Regelmatigheid van de rechtspleging ONDERZOEKSRECHTER Verhoor van de burgerlijke partij Aanwezigheid zonder enige tussenkomst van haar raadsman Geheim van het onderzoek Artikel 57, ,§ 1, Sv. Regelmatigheid van de rechtspleging ONDERZOEKSRECHTER Verantwoordelijkheid voor de wettigheid van de bewijsmiddelen en de loyauteit van het onderzoek Verhoor van de burgerlijke partij Aanwezigheid zonder enige tussenkomst van haar raadsman Artikel 56, ,§ 1, Sv. Regelmatigheid van de rechtspleging Fiches 7 - 8 Artikel 6 EVRM is niet toepasselijk op het vooronderzoek, maar, naar omstandigheden, kan een tijdens het vooronderzoek begane onherstelbare onregelmatigheid van dien aard zijn dat een eerlijk proces voor de vonnisrechter niet meer mogelijk is; het onderzoeksgerecht dat de rechtspleging regelt beoordeelt dit onaantastbaar
(1).
(1)Zie Cass., 10 april 2002, AR P.02.0058.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020410.3, nr 219; 25 sept. 2002, AR P.02.0954.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020925.11, nr 479; 26 maart 2003, AR P.03.0136.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030326.20, nr 206; 2 april 2003, AR P.03.0040.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7, nr
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vooronderzoek Toepasselijkheid Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Strafzaken Onderzoeksgerechten Regeling van de rechtspleging Onregelmatigheid tijdens het vooronderzoek Beoordeling van de aard en de invloed van de onregelmatigheid in het licht van de vereiste van een eerlijk proces Tekst van de beslissing Nr. P.05.0256.N A D J J W, eiser, inverdenkinggestelde, vertegenwoordigd door Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- O A,
- M A,
- V M C, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 27 januari 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat eiser in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de raadkamer bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen van 30 april 2004 die hem naar de Correctionele Rechtbank verwijst wegens onopzettelijke doding en schuldig verzuim hulp te verlenen; dat het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dit hoger beroep niet ontvankelijk verklaart in zoverre eiser opkomt tegen de vaststelling van de raadkamer dat er tegen hem voldoende bezwaren bestaan; dat uit de artikelen 416, tweede lid, en 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering volgt dat eisers cassatieberoep in zoverre niet ontvankelijk is; Overwegende dat anderzijds eisers cassatieberoep in zoverre het opkomt tegen de beslissing de zaak op zijn verzoek naar de kamer met drie rechters verwijzen, bij gebrek aan belang eveneens niet ontvankelijk is; B. Onderzoek van het middel Overwegende dat de artikelen 56, ,§ 1, 57, ,§ 1, en 73 Wetboek van Strafvordering geen sanctie bepalen met betrekking tot de regelmatigheid van de rechtspleging voor de handeling van de onderzoeksrechter die deze wetsbepalingen heeft miskend; Overwegende dat artikel 6 EVRM niet toepasselijk is op het vooronderzoek; dat wel, naar omstandigheden, een tijdens het vooronderzoek begane onherstelbare onregelmatigheid van dien aard kan zijn dat een eerlijk proces voor de vonnisrechter niet meer mogelijk is; dat het onderzoeksgerecht dat de rechtspleging regelt, dit onaantastbaar beoordeelt; Overwegende dat, te dezen, het arrest oordeelt dat de omstandigheid dat de onderzoeksrechter de eerste verweerster, die zich burgerlijke partij had gesteld, gehoord heeft in aanwezigheid van haar raadsman die bij het verhoor evenwel niet tussenkwam, niet van aard is om het eerlijke karakter van het proces in het gedrang te doen komen; dat het met dit oordeel de artikelen 56, ,§ 1, 57, ,§ 1, en 73 Wetboek van Strafvordering, het artikel 6.1 EVRM, het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging noch het algemeen rechtsbeginsel van de wapengelijkheid schendt of miskent; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat, binnen de perken van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van negenenzeventig euro zeven cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van drie mei tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050503.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221102.2F.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020410.3 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020925.11 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030326.20 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div