id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050503.8 Rolnummer: P.05.0071.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-06-15 Raadplegingen: 693 - laatst gezien 2026-07-04 13:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Niet ontvankelijk omdat het niet tot cassatie kan leiden, is het middel dat alleen betrekking heeft op één van de bewezen verklaarde telastleggingen, als de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring wegens de verschillende telastleggingen, waarvan het arrest oordeelt dat zij de uiting zijn van eenzelfde strafbare gedraging, evenals de beslissing op de civielrechtelijke vordering naar recht verantwoord blijven door de overige tegen de beklaagde bewezen verklaarde telastleggingen
(1).
(1)Het betreft hier in feite een loutere toepassing van de gekende theorie van de naar recht verantwoorde straf op de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring. Zie voor wat de naar recht verantwoorde straf betreft, onder meer Cass., 8 juni 1999, AR P.97.1105.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990608.2, nr 336; 28 juni 2000, AR P.00.0110.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000628.20, nr 410; voor wat de opschorting van de uitspraak van de veroordeling betreft: Cass., 22 maart 2005, AR P.04.1414.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050322.35, ... Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Vrije woorden: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Meerdere telastleggingen Eenheid van opzet Eenvoudige schuldigverklaring Middel dat slechts op één van de telastleggingen betrekking heeft Naar recht verantwoorde veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring Ontvankelijkheid CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Middel gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering Meerdere telastleggingen Middel dat slechts op één van de telastleggingen betrekking heeft Naar recht verantwoorde beslissing op de burgerlijke rechtsvordering Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.05.0071.N I.
- K M A, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,
- K S B G, eisers, beklaagden, de eerste tegen
- FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, met kabinet te Brussel, Wetstraat 14, op vervolging en vordering van de directeur der douane en accijnzen te Hasselt, Rijksadministratief Centrum, Voorstraat 43, verweerder, vervolgende partij,
- ARTS Tom, advocaat, met kantoor te Genk, Stoffelsbergstraat 4, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement Kavco nv, met zetel te Genk, E. Coppéelaan 1108,
- RENIERS Geert, advocaat, met kantoor te Genk, Stoffelsbergstraat 4, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement Kavco nv, met zetel te Genk, E. Coppéelaan 1108,
- D G E, verweerders, burgerlijke partijen. II. O M P, eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Georges Coenen, advocaat bij de balie te Hasselt, tegen
- FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, reeds vermeld,
- ARTS Tom, reeds vermeld,
- RENIERS Geert, reeds vermeld, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 8 december 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eiser onder I.1 en de eiser onder II stellen elk in een memorie een middel voor. Die memories zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen Overwegende dat de cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk zijn in zoverre ze gericht zijn tegen:
- de vrijspraken van de eisers wegens bepaalde tenlasteleggingen;
- de beslissing waarbij de appèlrechters zich onbevoegd verklaren om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvorderingen in zoverre deze gesteund zijn op tenlasteleggingen waarvoor de eisers onder I.1 en de eiser onder II worden vrijsproken;
- de beslissing waarbij de appèlrechters het incidenteel beroep van de verweerder onder I.4 niet ontvankelijk verklaren en zich onbevoegd verklaren om van de burgerlijke rechtsvordering van deze verweerder tegen de eiser onder I.1 kennis te nemen; B. Onderzoek van het middel van de eiser onder I C. Onderzoek van het middel van de eiser onder I Overwegende dat eiser uit hoofde van de telastleggingen I.B, II.A, III.A, II.B.1-2, III.B, II.D.1-2, III.D, II.E, III.E, II.F (enkel wat betreft factuur nr. 478 d.d. 30/5/95), III.F (enkel wat betreft factuur nr. 478 d.d. 30/5/95), II.G, III.G, II.H.4, II.H.5, II.H.6, II.H.7, II.H.8, II.H.9, III.H (doch slechts voor zover betrekking hebbend op de valse stukken, vermeld sub II.U-4-5-6-7-8-9), II.I en III.I eenvoudig schuldig wordt verklaard; dat deze eenvoudige schuldigverklaring evenals de beslissing op de civielrechtelijke vordering naar recht is verantwoord door de bewezen verklaarde telastleggingen II.A, III.A, II.B.1-2, III.B, II.D.1-2, III.D, II.E, III.E, II.F (beide laatsten enkel wat betreft factuur nr. 478 d.d. 30/5/95), zodat het middel, dat alleen betrekking heeft op de telastleggingen II.C en III.C niet tot cassatie kan leiden, mitsdien niet ontvankelijk is; D. Onderzoek van het middel van de eiser onder II
- Eerste, tweede, derde en vierde onderdeel Overwegende dat de onderdelen enerzijds opkomen tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de appèlrechters, anderzijds van het Hof een onderzoek van feiten vergen waartoe het Hof niet bevoegd is; Dat de onderdelen niet ontvankelijk zijn;
- Vijfde onderdeel Overwegende dat de appèlrechters met de redenen die het arrest vermeldt, de door eiser aangevoerde miskenning of schending van het eerlijk proces, de loyale bewijsvoering, het geheim van het onderzoek en de wapengelijkheid wettig vermogen te weerleggen; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; E. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van tweehonderd vijfenzestig euro zeventig cent, waarvan
- op het cassatieberoep van K M en K.S: honderd tweeëndertig euro vijfentachtig cent verschuldigd, en
- op het cassatieberoep van O M P: honderd tweeëndertig euro vijfentachtig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van drie mei tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050503.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220907.2F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990608.2 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000628.20 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050322.35 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051011.6 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060113.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div