← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050513.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050513.2 Rolnummer: C.02.0103.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2006-06-15 Raadplegingen: 174 - laatst gezien 2026-07-03 12:21 Versie(s): Vertaling FR Fiche Met betrekking tot het recht van de kinderen om, na het openvallen van de nalatenschap van hun ouders, de inkorting te eisen van de schenkingen die het beschikbaar gedeelte van die nalatenschap overschrijden, is het zonder belang dat deze schenkingen zijn gedaan aan een begunstigde die geen erfgenaam is

(1).
(1)Het O.M. concludeerde ook tot vernietiging, evenwel wegens de in het tweede onderdeel van dit middel aangevoerde schending van het recht van verdediging. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: ERFENISSEN Kinderen Voorbehouden deel Beschikbaar gedeelte Schenking aan niet-erfgenaam Inkorting Wettelijke bepalingen: Wet - 21-10-1992 - Artt.913en920 Tekst van de beslissing Nr. C.02.0103.N V.D.L. eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 81, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen ONS GELUK, vereniging zonder winstoogmerk, met zetel te 9500 Geraardsbergen, Hogeweg 156, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 3 mei 2001 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Eerste middel Overwegende dat artikel 703, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek betrekking heeft op de vertegenwoordingsbevoegdheid van rechtspersonen voor de rechtbank ; dat dit artikel vreemd is aan de aangevoerde grief die betrekking heeft op de bevoegdheid te beslissen om in rechte op te treden ; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is ; Overwegende dat, krachtens het te dezen toepasselijk artikel 13, eerste lid, van de VZW-Wet van 27 juni 1921, de beheerraad de zaken der vereniging leidt bij elke gerechtelijke en buitengerechtelijke akte ; dat hij evenwel onder zijn verantwoordelijkheid, zijn bevoegdheden kan overdragen aan een zijner leden of zelfs, indien de statuten of de algemene vergadering het toelaten, aan een derde ; Dat hieruit niet volgt dat de beslissingsbevoegdheid om in rechte te treden of hoger beroep in te stellen, een exclusieve bevoegdheid is van de beheerraad ; Dat het middel dat ervan uitgaat dat de beslissing om namens een VZW hoger beroep in te stellen tegen een vonnis, exclusief toekomt aan de raad van beheer, met uitsluiting van de algemene vergadering, faalt naar recht ;
  1. Tweede middel 2.
  2. Grond van niet-ontvankelijkheid van het vijfde onderdeel : de beslissing die wordt aangevochten blijft verantwoord door de niet aangevochten overweging van de appèlrechters dat eiseres in feite voorhoudt dat de voordelen door haar ouders aan verweerster verstrekt onrechtstreeks de andere erfgenamen ten goede komen en dat zij dergelijke aanspraken rechtstreeks dient te richten tegen de andere erfgenamen en niet tegen verweerster : Overwegende dat het antwoord op de grond van niet-ontvankelijkheid een onderzoek vraagt van het onderdeel ; Dat de grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen ; 2.
  3. Vijfde onderdeel Overwegende dat artikel 913 van het Burgerlijk Wetboek aan de kinderen een voorbehouden deel toekent op de nalatenschap van hun ouders ; Dat artikel 920 van dit wetboek aan deze kinderen een recht toekent om na het openvallen van de nalatenschap de inkorting te eisen van de schenkingen die het beschikbaar gedeelte van de nalatenschap van hun ouders overschrijden ; Dat het daarbij zonder belang is dat deze schenkingen zijn gedaan aan een begunstigde die geen erfgenaam is ; Overwegende dat de appèlrechters eiseres het recht om inkorting te vorderen niet konden ontzeggen op grond dat de inkorting enkel aan de orde kan zijn indien het beschikken aan een erfgenaam ten goede komt ; Dat het onderdeel gegrond is ;
  4. Overige grieven Overwegende dat de overige grieven niet tot ruimere cassatie kunnen leiden ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het principaal en het incidenteel hoger beroep ontvankelijk verklaart ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, de raadsheren Ghislain Londers en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van dertien mei tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050513.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.