id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050524.3 Rolnummer: P.05.0125.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-10-07 Raadplegingen: 564 - laatst gezien 2026-07-04 04:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het hof van beroep dient geen uitspraak met eenstemmigheid van zijn leden te doen wanneer het een vonnis van onbevoegdverklaring wijzigt en de beklaagde veroordeelt
(1).
(1)Cass., 7 okt. 1969, A.C., 1970,
- Zie ook Cass., 4 april 2001, AR P.01.0042.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010404.12, nr
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Eenstemmigheid Toepassing Hof van beroep dat een beslissing van onbevoegdheid wijzigt en de beklaagde veroordeelt Tekst van de beslissing Nr. P.05.0125.N
- S R,
- V O G A J,
- S L C W A,
- M H,
- H B,
- R F M P,
- L G,
- P W,
- V A M,
- H A,
- R K G B E, eisers, beklaagden, met als raadsman Mr. Johan Verstraeten, advocaat bij de balie te Leuven, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Frans Smeets, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 15 december 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eisers stellen in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat het hof van beroep geen uitspraak met eenstemmigheid van zijn leden dient te doen, wanneer het een vonnis van onbevoegdverklaring wijzigt en de beklaagde veroordeelt; Dat het middel faalt naar recht;
- Tweede middel 2.
- Eerste onderdeel Overwegende dat in zoverre het onderdeel verwijst "naar rechtspraak en naar rechtsleer" dit geen cassatiemiddel is; Overwegende dat, voor het overige, de appèlrechters vaststellen "dat de kwaadwillige belemmering van het verkeer ter zake niet plaatsgreep naar aanleiding van een staking, zodat de vraag of van het artikel 406 van het Strafwetboek toepassing zou kunnen worden gemaakt ingeval van staking niet aan de orde is; dat de kwaadwillige belemmering van het verkeer ter zake evenmin plaatsgreep naar aanleiding van een, al dan niet toegelaten, betoging, waarbij op incidentele wijze het verkeer zou worden belemmerd, doch op een, buiten iedere betoging om, vooraf beraamde, bij nacht gepleegde heimelijke actie, welke er specifiek op gericht was het spoorwegverkeer te belemmeren door handelingen, die van aard waren het spoorwegverkeer gevaarlijk te maken, zodat de vraag of van het artikel 406 van het Strafwetboek toepassing zou kunnen worden gemaakt ingeval van betoging ook niet aan de orde is"; Dat zij met deze redenen eisers conclusie beantwoorden en hun beslissing regelmatig met redenen omkleden en naar recht verantwoorden; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; 2.
- Tweede onderdeel Overwegende dat de verwijzing naar de conclusie in hoger beroep geen cassatiemiddel is; Overwegende dat het onderdeel opkomt tegen de feitelijke vaststelling van de appèlrechters dat de kwaadwillige belemmering van het verkeer ter zake niet plaatsgreep naar aanleiding van een, al dan niet toegelaten, betoging, waarbij op incidentele wijze het verkeer zou worden belemmerd, maar op een buiten iedere betoging om, vooraf beraamde, bij nacht gepleegde heimelijke actie, welke er specifiek op gericht was het spoorwegverkeer te belemmeren door handelingen, die van aard waren het spoorwegverkeer gevaarlijk te maken; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is; 2.
- Derde onderdeel Overwegende dat de eisers hun beweerde dwaling in rechte omwille van de voorbeelden van de gezagdragers aanvoerden tot argument dat voorgaande gelijkaardige acties niet worden vervolgd; Dat de appèlrechters met de in het onderdeel aangehaalde motivering deze conclusie beantwoorden; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
- Derde middel Overwegende dat de eisers zich hebben beroepen op de noodtoestand en daartoe in essentie aanvoerden dat zij het behoud van de internationale vrede, beschermd door het internationaal recht waaronder het "Nürnbergprincipe (Principle VI a)", als rechtsgoed van een hogere orde, lieten primeren op het door de Belgische strafwet beschermde rechtsgoed van lagere orde, te weten een treintransport van militair materieel dat was bestemd voor het voeren van een volgens het internationaal recht illegale oorlog; Overwegende dat het bestreden arrest dit verweer afwijst op grond dat de actie van de eisers niet van aard was de volgens hen onrechtmatige oorlog in Irak te voorkomen of te bemoeilijken en derhalve ten aanzien van het beoogde doel slechts een symbolische waarde had; dat ongetwijfeld andere symbolische acties, die geen misdrijf inhielden, mogelijk waren, welke minstens evenveel weerklank aan hun protest tegen de oorlog hadden kunnen geven; Overwegende dat de appèlrechters die op grond van deze redenen beslissen dat terzake niet voldaan is aan het begrip noodtoestand, dat inhoudt dat het gepleegde misdrijf de enige mogelijkheid is om de voorgehouden krenking van een hoger belang te voorkomen, het door de eisers aangehaalde algemeen rechtsbeginsel niet miskennen; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd negentien euro tweeëntachtig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vierentwintig mei tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050524.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010404.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170214.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div