id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050524.5 Rolnummer: P.05.0431.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2005-10-07 Raadplegingen: 575 - laatst gezien 2026-07-04 13:50 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechter in strafzaken kan eenieder die voldoet aan de wettelijke voorwaarden en die hij geschikt acht om de hem toevertrouwde opdracht te vervullen, als deskundige aanstellen
(1).
(1)Cass., 5 april 1996, AR A.94.0002.F ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960405.9, nr 111. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: DESKUNDIGENONDERZOEK Strafzaken Aanstellen van deskundige Bevoegdheid van de rechter Fiches 2 - 3 De aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de raad van de orde der geneesheren bij een huiszoeking bij een geneesheer die van een beroepsmisdrijf wordt verdacht, is een waarborg voor het beroepsgeheim en wil vermijden dat geen andere bescheiden dan diegene die op het misdrijf betrekking hebben, in beslag genomen worden. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Huiszoeking bij een geneesheer Aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de orde der geneesheren Beroepsgeheim Thesaurus CAS: BEROEPSGEHEIM Vrije woorden: BEROEPSGEHEIM Huiszoeking bij een geneesheer Aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de orde der geneesheren Inbeslagname van bescheiden Fiche 4 Een gerechtsdeskundige kan zijn opdracht als gerechtsdeskundige volledig vervullen, ook al was hij voordien aanwezig als vertegenwoordiger van de raad van de orde der geneesheren bij een huiszoeking bij de beklaagde. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: DESKUNDIGENONDERZOEK Strafzaken Gerechtsdeskundige Vertegenwoordiger van de orde der geneesheren aanwezig bij de huiszoeking bij de beklaagde Fiches 5 - 6 Wanneer een geneesheer ervan verdacht wordt een misdrijf te hebben gepleegd in de uitoefening van zijn beroep en desbetreffend strafvervolging wordt ingesteld, verliezen de bescheiden en documenten die als bewijsmiddel van dat misdrijf in annmerking komen, het vertrouwelijk karakter dat zij desgevallend zouden kunnen bezitten
(1).
(1)Cass., 5 april 1996, AR A.94.0002.F ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960405.9, nr
- Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Algemeen Beroepsgeheim Bescheiden en documenten Bewijsmiddel van het misdrijf Vertrouwelijk karakter Thesaurus CAS: BEROEPSGEHEIM Vrije woorden: BEROEPSGEHEIM Strafzaken Bewijs Bescheiden en documenten Bewijsmiddel van het misdrijf Vertrouwelijk karakter Tekst van de beslissing Nr. P.05.0431.N D P J J, eiser, inverdenkinggestelde, met als raadslieden Mr. Patrick Arnou en Mr. Patrick Geyssens, advocaten bij de balie te Brugge. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 22 februari 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie zes middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Afstand van het cassatieberoep Overwegende dat Mr. Patrick Arnou namens de eiser zonder berusting afstand van het cassatieberoep doet "om reden dat er nog geen eindbeslissing voorligt in de zin van artikel 416 Wetboek van Strafvordering, en het voormelde bestreden arrest, en dit noch in zijn geheel, noch in één van zijn onderdelen, een arrest is inzake bevoegdheid of met toepassing van de artikelen 135 en 235bis Wetboek van Strafvordering, noch een arrest inzake de burgerlijke rechtsvordering die uitspraak doet over het beginsel van aansprakelijkheid, noch een arrest waarbij overeenkomstig artikel 524bis, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering uitspraak wordt gedaan over de strafvordering en een bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen wordt bevolen"; Overwegende dat het cassatieberoep van de eiser onder meer de beschikkingen van het bestreden arrest betreft die zijn hoger beroep aangaande het gebrek aan motivering van de verwijzingsbeschikking van de raadkamer, de onvoldoende aanwijzingen van schuld en de onvolledigheid van het onderzoek, niet ontvankelijk verklaart, omdat deze betwistingen, strijdig met de eis van artikel 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering, geen verzuim of onregelmatigheid in de zin van artikel 131, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking opleveren; Dat het cassatieberoep in zoverre gericht is tegen een voorbereidend arrest dat geen arrest inzake bevoegdheid of een arrest met toepassing van artikel 135 en 235bis Wetboek van Strafvordering is; dat het dan ook bij toepassing van artikel 416 Wetboek van Strafvordering in die mate niet ontvankelijk is; Dat in die mate de afstand kan worden verleend; Dat tegen de overige beschikkingen van het bestreden arrest onmiddellijk cassatieberoep openstaat zodat er in zoverre geen grond is om akte van de afstand te verlenen; B. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat eiser aanvoert dat Dr. Deberdt niet meer als gerechtsdeskundige mocht worden aangesteld daar hij "in dezelfde zaak eerder reeds ter bewaring van het beroepsgeheim als vertegenwoordiger van de disciplinaire overheid is opgetreden bij een huiszoeking bij, of bij een ondervraging van personen die drager zijn van het beroepsgeheim"; Overwegende dat de rechter eenieder die voldoet aan de wettelijke voorwaarden en die hij geschikt acht om de hem toevertrouwde opdracht te vervullen, als deskundige kan aanstellen; Dat de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de raad van de orde der geneesheren bij een huiszoeking bij een geneesheer die van een beroepsmisdrijf wordt verdacht, een waarborg is voor het beroepsgeheim zodat geen andere bescheiden dan diegene die op het misdrijf betrekking hebben, in beslag genomen worden; Overwegende dat een gerechtsdeskundige binnen de grenzen van zijn opdracht niet door het beroepsgeheim gebonden is ten aanzien van de overheid die hem opgevorderd heeft; Dat hij zijn opdracht als gerechtsdeskundige evenwel volledig kan vervullen, ook al was hij voordien aanwezig als vertegenwoordiger van de raad van de orde der geneesheren bij een huiszoeking van eiser; Dat het middel faalt naar recht;
- Tweede middel 2.
- Eerste onderdeel Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat er geen enkel objectief element is waaruit zou blijken dat de stukken die Anne Willems bij haar klacht heeft gevoegd, zouden zijn gestolen of met schending van het briefgeheim door haar zouden zijn verkregen; Dat zij aldus te kennen geven dat verdere onderzoeksdaden niet nuttig zijn voor het achterhalen van de waarheid; dat zij zodoende eisers verweer beantwoorden; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist; 2.
- Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel betrekking heeft op een overtollige reden die de beslissing niet schraagt en die het geheel van de overige zelfstandige redenen op grond waarvan de appèlrechters eisers verweer verwerpen, onaangetast laat; Dat het onderdeel niet tot cassatie kan leiden, mitsdien niet ontvankelijk is; 2.
- Derde en vierde onderdeel Overwegende dat de onderdelen geheel uitgaan van de door de appèlrechters verworpen hypothese dat Anne Willems de bewuste stukken door misdrijf zou hebben verkregen; Dat de onderdelen niet tot cassatie kunnen leiden, mitsdien niet ontvankelijk zijn;
- Derde en vierde middel Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat de geneesheren van het RIZIV de stukken die zij in het kader van hun onderzoek naar de professionele activiteiten van de eiser hadden gekregen, aan de onderzoeksrechter op zijn verzoek hebben overhandigd; Overwegende dat wanneer een geneesheer ervan verdacht wordt een misdrijf te hebben gepleegd in de uitoefening van zijn beroep en desbetreffend strafvervolging wordt ingesteld, de bescheiden en documenten die als bewijsmiddel van dat misdrijf in aanmerking kunnen komen, het vertrouwelijke karakter dat zij desgevallend zouden kunnen bezitten, verliezen; dat zulks geldt niet enkel voor de bescheiden en documenten die in het bezit zijn van de verdachte geneesheer zelf, maar ook voor die welke op regelmatige wijze in het bezit zijn van derden; Dat de appèlrechters die aldus oordelen, wettig beslissen dat de overhandiging van die stukken aan de onderzoeksrechter op diens verzoek geen schending van het beroepsgeheim oplevert noch miskenning van het recht van verdediging of van de loyauteit in de opsporing; Dat de middelen niet kunnen worden aangenomen;
- Vijfde middel Overwegende dat het middel alleen opkomt tegen een beslissing waarvoor het cassatieberoep niet ontvankelijk is en waarvoor door eiser afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep werd gedaan; Dat het middel geen antwoord behoeft;
- Zesde middel in zijn geheel Overwegende dat het middel alleen opkomt tegen een beslissing waartegen het cassatieberoep niet ontvankelijk is en waarvoor de eiser afstand zonder berusting van zijn cassatieberoep heeft gedaan; Dat het middel geen antwoord behoeft; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verleent de eiser akte van zijn afstand; Verwerpt het cassatieberoep voor het overige; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van eenennegentig euro eenenzestig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vierentwintig mei tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050524.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130306.3 ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.066 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960405.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161129.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div