id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:A
Art.65
Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Verschillende misdrijven Eenheid van opzet Aanvang van de termijn Wettelijke bepalingen:
Art.65
Fiches 5 - 6 Krachtens artikel 65 van het Strafwetboek, is de vaststelling dat verscheidene misdrijven uit hetzelfde misdadig opzet voortvloeien, slechts aan de vonnisrechter voorbehouden in zoverre de uit te spreken straf dient te worden bepaald; die bepaling verhindert aldus de onderzoeksgerechten, die moeten nagaan of de strafvordering al dan niet is verjaard, niet om, op grond van een beoordeling die niet bindend is voor de vonnisrechter, te beslissen dat de feiten, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, een collectief misdrijf opleveren door eenheid van opzet zodat de verjaring slechts begint te lopen vanaf het ogenblik dat het laatste feit werd gepleegd
(1).
(1)Cass., 20 okt. 2004, AR P.04.0742.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041020.11, nr ... Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Eenheid van opzet Onderzoeksgerechten Beoordeling Wettelijke bepalingen:
Art.65
Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Verschillende misdrijven Eenheid van opzet Beoordeling Wettelijke bepalingen:
Art.65Tekst van de beslissing Nr.
P.05.0536.N
- L B J A,
- V P R C L, eisers, inverdenkinggestelden, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, Minister van Verkeer en Infrastructuur, met kabinet te Brussel, Wetstraat 65, die keuze van woonplaats heeft gedaan op het kantoor van gerechtsdeurwaarder Chr. Otten te Dendermonde, Leopold II laan 4, verweerder, burgerlijke partij, I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 10 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eisers stellen in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Afstand van het cassatieberoep Overwegende dat de eisers zonder berusting afstand van hun cassatieberoep doen in zoverre dit betrekking heeft op de beslissingen waarbij: - het hoger beroep van de eiser L B tegen zijn buitenvervolgingstelling voor de telastleggingen D.D.1, D.D.2 en F.F, niet ontvankelijk werd verklaard; - de hogere beroepen van de beide eisers tegen de telastleggingen, andere dan deze vermeld onder A.1 tot en met A.10, B.1 tot en met B.10, E.1 tot en met E.7, en F.1, niet ontvankelijk werden verklaard; B. Onderzoek van het middel
- Eerste onderdeel Overwegende dat, krachtens de artikelen 135, ,§ 2, en 235bis, ,§,§ 3, 5 en 6, Wetboek van Strafvordering, de kamer van inbeschuldigingstelling bij de regeling van de rechtspleging van het voltooide gerechtelijk onderzoek, over het in conclusie aangevoerde middel van verval van de strafvordering door verjaring moet oordelen; Dat een prima facie onderzoek van die verjaring niet volstaat; dat de kamer van inbeschuldigingstelling, op grond van de precieze feiten waarvan zij oordeelt dat daaromtrent tegen de verdachten voldoende bezwaren bestaan, moet onderzoeken of deze feiten, mocht de vonnisrechter deze bewezen achten, al dan niet verjaard zijn; Overwegende dat, wanneer verscheidene misdrijven door één en hetzelfde opzet ontstaan en aldus slechts één misdrijf vormen dat alleen met de zwaarste straf kan worden bestraft, de verjaring van de strafvordering ten aanzien van de gezamenlijke feiten eerst een aanvang neemt met het plegen van het laatst bewezen en niet-verjaarde feit, mits elk voorafgaand feit van het daaropvolgend feit niet gescheiden is door een grotere tijdspanne dan de op het voorafgaande feit toepasselijke verjaringstermijn, rekening houdend met de stuiting of schorsing van deze termijn; Overwegende dat krachtens artikel 65 Strafwetboek, de vaststelling dat verscheidene misdrijven uit hetzelfde misdadig opzet voortvloeien, slechts aan de vonnisrechter is voorbehouden in zoverre de uit te spreken straf dient te worden bepaald; dat die bepaling aldus de onderzoeksgerechten, die moeten nagaan of de strafvordering al dan niet is verjaard, niet verhindert om, op grond van een beoordeling die niet bindend is voor de vonnisrechter, te beslissen dat de feiten, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, een collectief misdrijf opleveren door eenheid van opzet zodat de verjaring slechts begint te lopen vanaf het ogenblik dat het laatste feit werd gepleegd; Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat zij enkel kunnen nagaan of tussen de reeks feiten waarvan de verjaring wordt aangevoerd en de daaropvolgende feiten geen termijn is verlopen, langer dan de voor deze misdrijven geldende verjaringstermijn, en dat voor het overige, het uitsluitend tot de soevereine beoordeling van de feitenrechter behoort om te oordelen over het al dan niet voorhanden zijn van eenheid van opzet; Dat hun beslissing dat zij geen bevoegdheid hebben om uitspraak te doen over de door de eisers aangevoerde verjaring van de strafvordering van de telastleggingen A.1 tot en met A.10, B.1 tot en met B.10, E.1 tot en met E.7 en F.1, gesteund op het gebrek aan eenheid van opzet en het verband met de overige niet-verjaarde telastleggingen, niet naar recht is verantwoord; Dat het onderdeel gegrond is;
- Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel niet tot ruimere cassatie kan leiden, mitsdien geen antwoord behoeft; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verleent akte van de hiervoor bepaalde afstand; Vernietigt het arrest in zoverre het uitspraak doet over verwijzing wegens de telastleggingen A.1 tot en met A.10, B.1 tot en met B.10, E.1 tot en met E.7, en F.1; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; Veroordeelt de eisers in twee derde van de kosten en laat het overige derde ten laste van de Staat; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van vijfhonderd drieënvijftig euro vijftig cent, waarvan
- op het cassatieberoep van L B: tweehonderd zesenzeventig euro vijfenzeventig cent verschuldigd, en
- op het cassatieberoep van V P: tweehonderd zesenzeventig euro vijfenzeventig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van eenendertig mei tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050531.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260302.3N.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960405.9 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040511.30 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041020.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090224.10 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091027.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div