id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050603.29 Rolnummer: D.04.0016.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-08-11 Raadplegingen: 449 - laatst gezien 2026-07-04 12:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche De verplichting voor de vervolgde architect in een tuchtonderzoek documenten mede te delen die hij wettelijk verplicht wordt op te stellen staat niet gelijk met de verplichting bij te dragen tot zijn eigen tuchtrechtelijke veroordeling
(1).
(1)Zie Cass., 27 april 2001, AR D.00.0005.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010427.21, nr 241 en R.W., 2001-2002, 164, met concl. van advocaat-generaal Bresseleers. Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) Vrije woorden: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) Tuchtonderzoek Vraag tot mededeling van documenten Verplichting Veroordeling Verband Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 18-04-1985 - Art.29 Tekst van de beslissing Nr. D.04.0016.N M.L., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijke rechtspersoon, optredend door haar Nationale Raad, vertegenwoordigd door zijn voorzitter, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 15 september 2004 gewezen door de raad van beroep van de Orde van architecten, met het Nederlands als voertaal. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen de artikelen 6.1 en 6.2 van het Europees Verdrag tot bescherming van Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 ; artikel 14.3 g van het Internationaal Pact van 19 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten (B.U.P.O.), goedgekeurd bij wet van 15 mei 1981 ; artikel 159 van de Grondwet ; het algemeen rechtsbeginsel dat de eerbiediging van het recht van verdediging voorschrijft. Aangevochten beslissingen De bestreden beslissing bevestigt de beslissing uitgesproken door de Raad van de Orde van Architecten voor de provincie Brabant van 15 september 2003 waarbij aan eiser de tuchtstraf van schorsing voor de duur van drie maanden werd opgelegd, ondermeer op grond van de motieven : "De Provinciale Raad van de Orde van Architecten van Brabant heeft op grond van terechte motieven de enige betichting, inbreuk op artikel 29 van het Reglement van Beroepsplichten, gegrond verklaard. De feitelijke gegevens waarop de Provinciale Raad steunt beantwoorden aan de stukken die zich in het dossier bevinden en werden niet door architect M. weerlegd. Vermits slechts kan vastgesteld worden dat architect M., ondanks zijn belofte van 13 december 2002 om de gevraagde dossiers te bezorgen, geen gevolg heeft gegeven aan de herhaalde verzoeken van de Raad en hij niet in staat is een gegronde en valabele reden op te geven om het niet meedelen van de dossiers te rechtvaardigen, moet besloten worden dat hij weigert de documenten te verschaffen die nodig zijn bij het vervullen van de opdracht van de Raad van de Orde. In de bestreden beschikking werd bij de bepaling van de strafmaat terecht rekening gehouden met de aard van de overtreding en de eerdere tuchtrechtelijke sanctie. De hogere beroepen zijn ongegrond". Grieven Het algemeen rechtsbeginsel dat de eerbiediging van het recht van verdediging voorschrijft, alsmede de in het middel ingeroepen verdragsbepalingen, zijn te beschouwen als grondbeginselen die van toepassing zijn in iedere procedure die tot het opleggen van een sanctie kan leiden. Uit dit rechtsbeginsel, en uit de ingeroepen verdragsbepalingen, vloeit met name voort dat niemand ertoe gehouden kan zijn tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen, of ertoe bij te dragen dat de sanctie die de procedure beoogt jegens hem wordt opgelegd. Eiser werd voor de Provinciale Raad vervolgd uit hoofde van een inbreuk op artikel 29 van het Reglement van beroepsplichten goedgekeurd bij koninklijk besluit van 18 april 1985, dat inhoudt dat de architect op een eenvoudig verzoek van zijn provinciale raad alle inlichtingen en documenten moet overmaken die noodzakelijk zijn voor het vervullen van haar opdracht. In zover dit artikel, dat werd bekrachtigd door het koninklijk besluit van 18 april 1985 ertoe strekt hem die tuchtrechtelijk vervolgd wordt, ertoe te verplichten bij te dragen tot zijn tuchtrechtelijke veroordeling, is het in strijd met het algemeen rechtsbeginsel dat de eerbiediging van het recht van verdediging voorschrijft, en met de in het middel geciteerde verdragsbepalingen, en kon het bijgevolg op grond van artikel 159 van de Grondwet door de Raad van Beroep niet worden toegepast. Door deze bepaling toe te passen, en eiser op grond hiervan een tuchtsanctie op te leggen, schendt de bestreden beslissing artikel 159 van de Grondwet, het algemeen rechtsbeginsel dat de eerbiediging van het recht van verdediging voorschrijft en de in het middel ingeroepen verdragsbepalingen. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat, krachtens artikel 29 van het reglement van 16 december 1983 van beroepsplichten der architecten, door de Nationale Raad van de Orde der architecten vastgesteld en bij koninklijk besluit van 18 april 1985 goedgekeurd, de architect, in zaken die hem betreffen, op eenvoudige vraag van zijn provinciale raad, alle inlichtingen en documenten meedeelt welke nodig zijn bij het vervullen van de opdracht van de raad van de Orde ; Dat aldus in het kader van een tuchtonderzoek, de tuchtoverheid van een persoon hem kan vragen de documenten die hij wettelijk verplicht is op te stellen, mede te delen ; Dat de verplichting gegevens mede te delen die de architect wettelijk verplicht wordt op te stellen, niet gelijkstaat met de verplichting bij te dragen tot zijn eigen tuchtrechtelijke veroordeling ; Overwegende dat verweerster door een tuchtmaatregel op te leggen omdat eiser als architect aan dergelijke vraag geen gevolg heeft gegeven, noch eisers recht van verdediging en de aangewezen verdragsbepalingen miskent, noch de aangewezen grondwettelijke bepaling schendt ; Dat het middel faalt naar recht ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van vijfhonderd zeventig euro drieëndertig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd en zeven euro achtentachtig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, de raadsheren Greta Bourgeois, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van drie juni tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050603.29 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010427.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div