← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050603.32

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050603.32 Rolnummer: C.02.0550.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-03-10 Raadplegingen: 444 - laatst gezien 2026-07-04 11:07 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De in artikel 1, vierde lid, van de Eenvormige Beneluxwet betreffende de dwangsom bedoelde termijn is naar zijn aard geen termijn die moet worden beschouwd als een procesrechtelijke termijn die beheerst wordt door het nationale recht van elk der lidstaten; hij wordt niet zonder meer verlengd tot de eerstvolgende werkdag wanneer hij vervalt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag

(1).
(1)Benelux Hof, 16 dec. 2004, A 2004/1/11, Jur., ... . Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: BENELUX - VERDRAGSBEPALINGEN. - Artikel 1, vierde lid, Eenvormige Beneluxwet betreffende de dwangsom. Wachttermijn. Aard. Verlenging. - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Artt.53en1385 Vrije woorden: DWANGSOM. - Artikel 1, vierde lid, Eenvormige Beneluxwet betreffende de dwangsom. Wachttermijn. Aard. Verlenging. - Voorwaarde Tekst van de beslissing Nr. C.02.0550.N POLYGON INSURANCE COMPANY LIMITED, vennootschap naar vreemd recht, gevestigd te Guernsey, GY 4 HY St. Peter Port, Le Marchandstreet, P.O. Box 225, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen 1. H.E. 2. N.C. 3. H.S., 4. H.D., 5. L.K., 6. D.A., 7.a. B.P., 7.b. D.P., 8.a. G.A., 8.b. T.A., 9. A.A., 10. D.J., 11. D.P., 12. P.I. 13. B.G. 14. P.I. 15. R.M.L., 16. P.M., 17. P.G., 18. D.B.L. 19. B.L. 20. D.B.C. 21. LANDSBOND DER CHRISTERLIJKE MUTUALITEITEN, gevestigd te 1040 Brussel, Wetstraat 121, 22. LANDSBOND DER ONAFHANKELIJKE ZIEKENFONDSEN, gevestigd te 1150 Brussel, Sint-Huibrechtsstraat 19, 23. LANDSBOND VAN LIBERALE MUTUALITEITEN, gevestigd te 1050 Brussel, Livornostraat 25, 24. RODE KRUIS, gevestigd te 1050 Brussel, Vleurgatsesteenweg 98, 25.a. A.E., 25.b. M.K., 25.c. M.K., verweerders, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. 26. D.E., verweerder, partij ten minste opgeroepen in gemeenverklaring van het arrest. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 11 juli 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Het Hof heeft op 11 december 2003 een prejudiciële vraag gesteld aan het Benelux-Gerechtshof. Het Benelux-Gerechtshof heeft die vraag op 16 december 2004 beantwoord. Verweerders hebben na het arrest van het Benelux-Gerechtshof een nota neergelegd. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middel Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek ; de artikelen 23 tot 26, 47, in het bijzonder 2°, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 793, 1385bis, inzonderheid 3de en 4de lid, 1385quater, 1395 en 1498 van het Gerechtelijk Wetboek ; artikel 1, alinea's 3 en 4 van de eenvormige wet betreffende de dwangsom, annex aan het Benelux Verdrag van 26 november 1973, goedgekeurd door de Belgische wet van 31 januari 1980 ; artikel 43 van het Verdrag tussen lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, getekend te Brussel op 27 september 1968 en goedgekeurd door de Belgische wet van 13 januari 1971 ; artikel 49 van de verordening (E.G.) 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Aangevochten beslissingen Na te hebben vastgesteld dat : "bij exploot van 6 juli 2000 lieten (verweerders) ... eiseres dagvaarden in kort geding op verkorte termijn voor de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge ... (en dat :) Bij de beslissing van 13 juli 2000 (willigde de Voorzitter de aanvraag van de verweerders
  1. in)en besliste o.m. als volgt : 'veroordelen (eiseres), vennootschap naar vreemd recht, verzekeringsmaatschappij, met zetel te Guernsey, 4HY, Le Marchandstreet, Saint Peter Port, PO Box 225, binnen de 24 uur vanaf heden over te gaan tot afgifte aan eiseres of elk van hen afzonderlijk van de verzekeringspolis die de risico's dekt van de Royal Jordanian Falcons, alsmede de afgifte van de verzekeringspolis die meer bepaald de risico's van de Royal Jordanian Falcons dekte op het ogenblik van de luchtvaartshow te Oostende op 26 juli 1997. Veroordelen (eiseres), voornoemd, eveneens om, binnen de 24 uur vanaf heden over te gaan tot mededeling van alle nodige en nuttige gegevens, identiteiten en coördinaten van alle verzekeraars, medeverzekeraars dan wel onderverzekeraars van de Royal Jordanian Falcons, en tevens van alle verzekeraars van de Royal Jordanian Falcons, die de risico's dekten tijdens de luchtvaartshow te Oostende op 26 juli 1997 ; veroordelen (eiseres) om aan (verweerders), vanaf 12 uur na de betekening van deze beschikking, een dwangsom van twintig miljoen (20.000.000) frank te betalen per dag vertraging om aan voormeld bevel te voldoen ; onderhavige beschikking is, ingevolge artikel 1039 Gerechtelijk Wetboek, bij voorraad uitvoerbaar' ; deze beschikking werd betekend op vrijdag 14 juli 2000 te 18 uur, per aangetekende zending, overeenkomstig het verdrag van 15 november 1965 van 's Gravenshage en is inmiddels definitief ... ; de beschikking van de dwangsomrechter werd door (eiseres) pas ten uitvoer gelegd, door overlegging van de volledige polis, op 17 juli 2000 ; de dwangsomrechter heeft in de beschikking van 13 juli 2000 een wachttermijn bepaald, met name beschikte (eiseres) over 12 uur vanaf de betekening om aan het rechterlijk bevel tot afgifte van de polis te voldoen", zegt het arrest, bij bevestiging van het beroepen vonnis, "(...) voor recht dat de dwangsom opgelegd bij beschikking van de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, zetelend in kortgeding, dd. 13 juli 2000, definitief bepaald wordt op twee dagen, of zijnde thans 991.574,10 euro en veroordeelt dienvolgens eiseres om aan verweerders te betalen een dwangsom waarvan het bedrag definitief bepaald is op 991.574,10 euro". Het arrest steunt die beslissing op volgende motieven : "Ook al zou de termijn bepaald in art. 1385bis, al. 4, Gerechtelijk Wetboek een wachttermijn zijn, dan nog zou hij mede geregeerd zijn door art. 49 Gerechtelijk Wetboek dat de rechter toelaat de termijn zelf te bepalen, tenzij de wet dit verhindert en art. 51 Gerechtelijk Wetboek dat de rechter de mogelijkheid biedt de termijnen te verkorten. Door te bepalen dat de afgifte diende te geschieden binnen de 24 uur vanaf de datum der beschikking en de dwangsom verbeurd werd binnen de 12 uur na de betekening a rato van het bedrag van 495.787,05 euro per dag, heeft de voorzitter zo de bepalingen van art. 48 e.v. Gerechtelijk Wetboek mochten toepasselijk zijn impliciet doch duidelijk de bepalingen van art. 52 en 53 Gerechtelijk Wetboek ter zijde geschoven en zelf de termijn vastgesteld ... Meteen volgt hieruit dat de 'afgifte' om te voldoen aan de beschikking van 13.07.2000 laattijdig geschiedde". Grieven Eerste onderdeel Artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : "De dwangsom kan niet worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld" (derde lid). "De rechter kan bepalen dat de veroordeelde pas na verloop van een zekere termijn de dwangsom zal kunnen verbeuren" (vierde lid). De betekening van het vonnis wordt geregeld door artikel 47, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt : "Geen betekening mag worden gedaan : ... 2° op zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag, behalve in spoedeisende gevallen en met verlof van de vrederechter, wanneer het een dagvaarding betreft in een zaak die voor hem moet worden gebracht, met verlof van de rechter die machtiging heeft verleend voor de akte wanneer het een akte betreft waartoe voorafgaande machtiging is vereist, en in alle andere gevallen met verlof van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg". Het volgt uit de hoger geciteerde bepalingen dat (
  2. a)de termijn toegekend door de rechter op grond van artikel 1385bis, vierde lid geen aanvang kan nemen dan vanaf de betekening van de beslissing die de dwangsom oplegde, en dat (b), zoals het bestreden arrest impliciet toegeeft, deze termijn een proceduretermijn is die geregeld wordt door de artikelen 48 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, en in het bijzonder door artikel 53, volgens hetwelk : "De vervaldag (
  3. is)in de termijn begrepen. Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag". Dienvolgens, tenzij de rechter die de dwangsom uitspreekt beslist dat de door de begunstigde van de dwangsom beweerde aangetoonde urgentie, rechtvaardigt dat aan deze partij toelating zou worden verleend om de veroordelende beslissing te betekenen op een zaterdag, een zondag of een feestdag, dan wel rechtvaardigt dat afgeweken zou moeten worden van artikel 53 Gerechtelijk Wetboek ingeval de termijn bepaald door de rechter, die een aanvang neemt vanaf de betekening, af zou lopen op een van deze dagen, de termijn bepaald op grond van artikel 1385bis, vierde lid, geen aanvang kan nemen, noch kan aflopen, op een zaterdag, een zondag of op een wettelijke feestdag. Indien de termijn zou aflopen op zulk een dag, wordt hij verplaatst naar de eerstvolgende werkdag, ingevolge artikel 53 Gerechtelijk Wetboek. De beslissing om, op grond van artikel 1385bis, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, aan de veroordeelde een termijn vanaf de betekening toe te kennen, impliceert in de ogen van de rechter die de dwangsom heeft uitgesproken, dat de schuldeiser van de veroordeling niet heeft kunnen aantonen dat er een urgentie voorhanden is die rechtvaardigt dat de dwangsom zou lopen vanaf de betekening. Daartegenover houdt deze beslissing geenszins in dat de rechter de door hem bepaalde termijn heeft willen laten ontsnappen aan de regel van gemeen recht zoals voorzien in artikel 53 Gerechtelijk Wetboek. Door te beslissen dat : "door te bepalen dat de afgifte diende te geschieden binnen de 24 uur vanaf de datum der beschikking en de dwangsom verbeurd werd binnen de 12 uur na de betekening a rato van het bedrag van 495.787,05 Euro per dag, heeft de voorzitter zo de bepalingen van artikel 48 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek toepasselijk mochten zijn impliciet doch duidelijk de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek ter zijde geschoven en zelf de termijn vastgesteld", schendt het arrest de bepalingen 47, in het bijzonder 2°, 48, 49, 50, 51, 52, 53 en 1385bis, in het bijzonder derde en vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zijnde bepalingen waaruit voortvloeit dat wanneer de rechter een termijn toestaat aan de veroordeelde door toepassing van artikel 1385bis, derde en vierde lid, zonder expliciet de werking van artikel 53 van het Gerechtelijk Wetboek uit te sluiten, de vervaldag van deze termijn verplaatst wordt naar de eerstvolgende werkdag indien deze zou eindigen op een zaterdag of een zondag (schending van de hierboven genoemde wetsbepalingen, en, voor zover als nodig, schending van artikel 1, alinea's 3 en 4 van de eenvormige wet betreffende de dwangsom, annex van het Benelux Verdrag van 26 november 1973, goedgekeurd door de Belgische wet van 31 januari 1980). 2. Tweede onderdeel Door zijn beschikking van 13 juli 2000 heeft de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge verzoekster veroordeeld : "om aan (de verweerders), vanaf 12 uur na de betekening van deze beschikking, een dwangsom van twintig miljoen (20.000.000) frank te betalen per dag vertraging om aan voormeld bevel te voldoen". Deze beschikking bevat geen enkele overweging betreffende de toepassing van artikel 53 van het Gerechtelijk Wetboek, noch een motief dat in de mogelijkheid zou voorzien waarbij de termijn van 12 uur vanaf de betekening zou aflopen op een zaterdag of een zondag. Het beschikkend gedeelte van de beschikking bevat geen enkele indicatie betreffende een eventuele verlenging of niet-verlenging van de termijn. Vandaar, door te stellen dat in deze beschikking van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge "impliciet doch duidelijk de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek terzijde (heeft) geschoven", oordeelt het bestreden arrest dat genoemde beschikking van de voorzitter een beslissing bevat die er evenwel niet in staat en heeft zodoende :
  4. a)de bewijskracht van deze akte geschonden (schending van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek) ;
  5. b)het gezag van gewijsde dat toekomt aan genoemde beslissing miskend (schending van de artikelen 23 tot 26 van hetzelfde Wetboek) ;
  6. c)de aan de verweerders door de genoemde beschikking van de Voorzitter toegekende rechten uitgebreid en gewijzigd en daardoor de regel geschonden volgens dewelke, wanneer de beslagrechter oordeelt betreffende een executiegeschil, hij de rechten toegekend door de beslissing waarvan de uitvoering wordt gezocht, niet mag uitbreiden, beperken of wijzigen (schending van de artikelen 1385quater, 1395 en 1498 van het Gerechtelijk Wetboek, en, voor zoveel als nodig, schending van de artikelen 793 van het Gerechtelijk Wetboek, 43 van het Verdrag van 49 van de Verordening aangeduid bij aanvang van het middel). IV. Beslissing van het Hof Eerste onderdeel Overwegende dat, luidens artikel 1385bis, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de dwangsom niet kan worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld ; Dat, krachtens het vierde lid van dit artikel, de dwangsomrechter kan bepalen dat de veroordeelde de dwangsom pas na verloop van een zekere tijd zal kunnen verbeuren ; Dat deze termijn eerst begint te lopen op het moment van de betekening van de uitspraak waarbij de dwangsom is bepaald ; Overwegende dat, luidens artikel 47, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, geen betekening mag worden gedaan op zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag, behalve in spoedeisende gevallen en met verlof van de bevoegde rechter ; dat, krachtens artikel 48, de termijnen voor het verrichten van de proceshandelingen zijn onderworpen aan de navolgende bepalingen van het hoofdstuk "betekening en kennisgeving", tenzij de wet anders bepaalt ; dat, luidens artikel 49, de wet de termijnen bepaalt en de rechter ze enkel mag vaststellen indien de wet hem dit veroorlooft ; Dat, luidens artikel 53, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de vervaldag in de termijn is inbegrepen ; dat het tweede lid van dit artikel bepaalt dat wanneer de vervaldag valt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, hij verplaatst wordt naar de eerstvolgende werkdag ; Overwegende dat artikel 1385bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek overeenstemt met artikel 1, vierde lid, van de Eenvormige Beneluxwet betreffende de dwangsom ; Overwegende dat het Benelux-Gerechtshof in het dictum van zijn arrest van 16 december 2004 gezegd heeft voor recht : "De in artikel 1, lid 4, van de Eenvormige Wet betreffende de dwangsom bedoelde termijn is naar zijn aard geen termijn die moet worden beschouwd als een procesrechtelijke termijn die beheerst wordt door het nationaal recht van elk der lidstaten. Die termijn wordt niet zonder meer verlengd tot de eerstvolgende werkdag wanneer hij vervalt op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag" ; Overwegende dat het Benelux-Gerechtshof in zijn arrest heeft gezegd dat de niet-naleving van de hoofdveroordeling door de schuldenaar van de dwangsom een feitelijke situatie is en niet gelijk te stellen met een formele procesrechtelijke handeling waarmee onder andere een geding wordt ingeleid of voortgezet of waardoor een rechterlijke beslissing wordt uitgevoerd ; Dat het verder heeft gezegd dat de dwangsomrechter die een als in artikel 1, lid 4, Eenvormige Wet bedoelde respijttermijn toestaat, kan preciseren of die respijttermijn al dan niet enkel werkdagen omvat, waarbij hij ook ermee rekening kan houden of de hoofdveroordeling kan worden nagekomen op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag ; dat de dwangsomrechter nauwkeurig moet bepalen of de opgelegde respijttermijn al dan niet moet worden verlengd indien hij vervalt op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag ; dat wanneer de dwangsomrechter dit niet doet en niet voorziet in de verlenging, er dan geen verlenging is ; Overwegende dat eiser er in het onderdeel er van uitgaat dat wanneer de rechter aan de veroordeelde een termijn toestaat door toepassing van artikel 1385bis, derde en vierde lid, zonder expliciet de werking van artikel 53 Gerechtelijk Wetboek uit te sluiten, de vervaldag van deze termijn verplaatst wordt naar de eerstvolgende werkdag indien deze zou eindigen op een zaterdag of een zondag ; Dat het onderdeel faalt naar recht ; 2. Overige grieven Overwegende dat de overige grieven werden verworpen in het arrest van 11 december 2003 ; 3. Vordering tot bindendverklaring Overwegende dat de verwerping van het cassatieberoep alle belang ontneemt aan de vordering tot bindendverklaring ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van duizend vierhonderd zestien euro tweeëntachtig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd tweeënzestig euro negen cent jegens de verwerende partijen sub 1 tot en met 25. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van drie juni tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050603.32 Gerelateerde publicatie(
  7. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031211.17 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060601.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.