id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050607.27 Rolnummer: P.05.0548.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 398 - laatst gezien 2026-07-04 12:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter die een beklaagde veroordeelt als dader van een wanbedrijf, welke deelneming hij in de bewoordingen van de wet omschrijft, is niet verplicht in zijn beslissing melding te maken van art. 66 SW
(1).
(1)Cass., 31 maart 1998, AR P.97.0104.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980331.3, nr
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Deelneming Voorwaarden Wetsbepalingen Vermelding Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.66 Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: MISDRIJF - DEELNEMING Voorwaarden Wetsbepalingen Vermelding Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.66 Tekst van de beslissing Nr. P.05.0548.N I. P H J, eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Tim Valgaeren, advocaat bij de balie te Turnhout, tegen
- G K D S,
- V M, en zijn echtgenote
- A J,
- D.V.V.-VERZEKERINGEN, verzekeringsmaatschappij, met zetel te Brussel, Livingstonelaan 6, verweerders, burgerlijke partijen. II. J C M A, eiseres, beklaagde, met als raadsman Mr. Karolien Van De Moer, advocaat bij de balie te Turnhout, tegen
- G K,
- V M, reeds vermeld,
- A J, reeds vermeld,
- D.V.V.-VERZEKERINGEN, verzekeringsmaatschappij, reeds vermeld, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 3 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Beide eisers voeren in een memorie elk één middel aan. Die memories zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel van P H Overwegende dat het middel in zoverre het gerechtelijk onderzoek bekritiseert niet is gericht tegen de bestreden beslissing en derhalve niet ontvankelijk is; Overwegende dat de appèlrechters met de redenen die zij vermelden, (bladzijden 12 en 13 van het arrest) het verweer van eiser dat het onderzoek alleen à charge werd gevoerd, beantwoorden; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat de rechter onaantastbaar de noodzakelijkheid, de raadzaamheid en de gepastheid van een bijkomende onderzoeksmaatregel beoordeelt; Overwegende dat het arrest de artikelen 6 EVRM en 14 IVBPR niet schendt wanneer het een verzoek om een getuigenverhoor afwijst omdat het die maatregel niet nodig acht om tot zijn overtuiging te komen; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Onderzoek van het middel van J C
- Eerste onderdeel Overwegende dat eiseres wordt veroordeeld "om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben hetzij om, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder hun bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden"; Dat aldus de hoofddeelneming van eiseres aan de misdrijven in de bewoordingen van de wet wordt omschreven, zonder dat het arrest artikel 66 Strafwetboek, waarin geen bijzondere straf wordt bepaald, bijkomend moest vermelden; Dat het onderdeel faalt naar recht;
- Tweede onderdeel Overwegende dat de appèlrechters met de aangehaalde motivering oordelen dat eiseres als mededaderes aan de uitvoering van het misdrijf bewust heeft deelgenomen, mitsdien het verweer van eiseres beantwoorden; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
- Derde onderdeel Overwegende dat de appèlrechters naast het "telefonisch informeren" ook andere handelingen van deelneming van eiseres vaststellen; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
- Vierde onderdeel Overwegende dat het onderdeel opkomt tegen de beoordeling van feiten door de rechter of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van honderd drieënveertig euro tweeënveertig cent, waarvan
- op het cassatieberoep van Hendrik Philips: eenenzeventig euro eenenzeventig cent verschuldigd en
- op het cassatieberoep van Christiane Jurgen: eenenzeventig euro eenenzeventig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zeven juni tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050607.27 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980331.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div