← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050607.29

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:

Art.10e

t11 Wetboek van Strafvordering - 25-04-1878 - 01 Link Justel databank 18780425-01 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Werking in de tijd Nieuwe wet Strafzaken Strafvordering Verjaring Schorsing Gronden Niet correctionaliseerbare misdaden gepleegd na 1 september 2003 Wettelijke bepalingen:

Art.10e

t11 Wetboek van Strafvordering - 25-04-1878 - 01 Link Justel databank 18780425-01 Vrije woorden: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Gelijkheid van de Belgen voor de wet Overeenstemming Verjaring Strafzaken Schorsing Gronden Schorsing vanaf de inleidende zitting Nieuwe wet Niet correctionaliseerbare misdaden gepleegd na 1 september 2003 Wettelijke bepalingen:

Art.10e

t11 Wetboek van Strafvordering - 25-04-1878 - 01 Link Justel databank 18780425-01 Vrije woorden: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Non-discriminatie in het genot van de aan de Belgen toegekende rechten en vrijheden Overeenstemming Verjaring Strafzaken Schorsing Gronden Schorsing vanaf de inleidende zitting Nieuwe wet Niet correctionaliseerbare misdaden gepleegd na 1 september 2003 Wettelijke bepalingen:

Art.10e

t11 Wetboek van Strafvordering - 25-04-1878 - 01 Link Justel databank 18780425-01 Fiches 5 - 7 Wanneer de appèlrechters oordelen dat zij de oordeelkundige redengeving van de eerste rechter bijtreden, geven zij daarmee eigen redenen en nemen ze niet de nietigheid van het beroepen vonnis ingevolge onregelmatige samenstelling van de zetel over

(1).
(1)Cass., 3 april 2001, AR P.00.1595.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010403.6, nr
  1. Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Strafzaken Nietigheid van het beroepen vonnis Appèlrechters Eigen redenen Gevolg VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Nietigheid van het beroepen vonnis Appèlrechters Eigen redenen Gevolg HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Algemeen Nietigheid van het beroepen vonnis Eigen redenen van de appelrechters Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.04.0092.N S J F L, eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel, tegen FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, registratie en domeinen, op vervolging en vordering van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor Mechelen, met kantoor te Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23, verweerder, burgerlijke partij, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 3 december 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Ingevolge arrest van het Hof van 30 maart 2004 heeft het Arbitragehof bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak gedaan bij arrest nr. 12/2005 van 19 januari
  2. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  3. Eerste middel 1.
  4. Eerste onderdeel Overwegende dat artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003 het artikel 5.2 van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet correctionaliseerbare misdaden te verlengen, aanvult derwijze dat het artikel 3 van laatstgenoemde wet, dat het stelsel van de wet van 11 december 1998 van schorsing van de verjaring vanaf de inleidende zitting afschaft, alleen op de misdrijven gepleegd nà 1 september 2003 toepasselijk is; Dat voor de misdrijven gepleegd ten laatste op 1 september 2003, de schorsingsgronden van de verjaring die bepaald zijn bij artikel 24, 1°, Voorafgaande Titel, Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd door artikel 3 van de wet van 11 december 1998, onverminderd van toepassing zijn; Dat het onderdeel faalt naar recht; 1.
  5. Tweede onderdeel Overwegende dat de regels van de verjaring niet behoren tot de bepaling van het strafbare feit of de straf bedoeld in artikel 7.1 EVRM zodat dit artikel niet eraan in de weg staat dat een beklaagde met toepassing van een nieuwe verjaringswet en de eruit voortspruitende beperkingen, wordt veroordeeld; Overwegende dat een wet vóór haar inwerkingtreding geen rechten verleent en bijgevolg niet als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid geldt die bij de burger gerechtvaardigde verwachtingen zou opwekken; Dat artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003, dat artikel 5.2 van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijn voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen vóór de inwerkingtreding van dit laatste artikel op 1 september 2003 wijzigt, daardoor het algemeen rechtsbeginsel van het recht op rechtszekerheid niet miskent; Dat het onderdeel faalt naar recht; 1.
  6. Derde onderdeel Overwegende dat het arrest nr. 12/2005 van 19 januari 2005 van het Arbitragehof, in antwoord op de gestelde prejudiciële vraag, voor recht zegt dat artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; Dat het onderdeel faalt naar recht;
  7. Tweede middel Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat de schuld van eiser aan de feiten van de telastleggingen A, B en C in de zaak &§1030; bewezen is gebleven en "de daartoe door de eerste rechter ontwikkelde oordeelkundige redengeving wat betreft de schuldvraag integraal wordt bijgetreden door (het hof van beroep) en tot de zijne wordt gemaakt"; dat zij daarmee eigen redenen geven en niet de beweerde nietigheid van het beroepen vonnis, ingevolge onregelmatige samenstelling van de zetel, overnemen; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser tot de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd vierenvijftig euro eenendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zeven juni tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050607.29 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040330.44 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160525.12 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260102.1F.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010403.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040601.27 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051011.6 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230927.2F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.