← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050609.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050609.7 Rolnummer: F.03.0025.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2005-10-07 Raadplegingen: 618 - laatst gezien 2026-07-04 14:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Onder rechtsvordering in de zin van artikel 263, ,§ 1, 3°, van het W.I.B.

(1964), die de administratie toelaat de belasting of de aanvullende belasting te vestigen zelfs nadat de in artikel 259, W.I.B.
(1964)bepaalde termijn is verstreken, wordt onder meer de strafvordering verstaan; de strafvordering is ingesteld in de zin van dezelfde bepaling wanneer het openbaar ministerie een opsporingsonderzoek instelt of de onderzoeksrechter vordert
(1).
(1)Cass., 14 okt. 1987, AR 5836, A.C., 1987-88, nr 92; Cass., 9 mei 1996, AR F.93.0130.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960509.1, A.C., 1996, nr 164; Cass., 21 feb. 2003, AR F.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030221.3, www.cass.be Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Bijzondere aanslagtermijn van twaalf maanden Inkomsten uitgewezen door een rechtsvordering Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wet - 12-06-1992 - Art.358,§1,3 Fiche 2 De termijn van twaalf maanden waarover de administratie krachtens artikel 263, ,§ 2, 3°, van het W.I.B.
(1964)beschikt om de belasting of de aanvullende belasting te vestigen in geval een strafvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven, begint slechts te lopen vanaf de datum waarop tegen de beslissing over de bij de rechter aanhangig gemaakte strafvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend; wanneer de strafvordering gepaard gaat met een burgerlijke partijstelling en de aan het licht gekomen elementen zowel blijken uit de strafrechtelijke en civielrechtelijke gegevens van het correctioneel vonnis, verhindert de omstandigheid dat tegen het vonnis op één van de twee gebieden nog een verzet of voorziening mogelijk is, dat de termijn zou ingaan
(1).
(1)Cass., 21 feb. 2003, AR F.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030221.3, www.cass.be Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagtermijnen Inkomsten uitgewezen door een rechtsvordering Strafvordering Bijzondere aanslagtermijn van twaalf maanden Vertrekpunt Wettelijke bepalingen: Wet - 12-06-1992 - Art.358,§2,3 Tekst van de beslissing Nr. F.03.0025.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de Directeur der directe belastingen te Antwerpen II, met kantoren te 2000 Antwerpen, Tabakvest 50, eiser, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. tegen
  1. V.C.,
  2. D. M. E., verweerders, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 18 februari 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. III. Feiten Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat :
  3. de Procureur des Konings op 12 juni 1987 de onderzoeksrechter heeft gevorderd een gerechtelijk onderzoek in te stellen ;
  4. de curator over de failliete vennootschappen NV Incomex en NV Sisma zich burgerlijke partij heeft gesteld tegen eerste verweerder ;
  5. eerste verweerder strafrechtelijk en burgerrechtelijk werd veroordeeld bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen van 24 december 1992 ;
  6. eerste verweerder geen hoger beroep heeft aangetekend tegen dit vonnis ;
  7. tegen dit vonnis op strafgebied hoger beroep werd ingesteld door twee andere beklaagden en door het openbaar ministerie tegen deze twee beklaagden ;
  8. door voormelde burgerlijke partij hoger beroep werd ingesteld tegen dit vonnis in zoverre het uitspraak deed over de burgerlijke vordering tegen de eerste verweerder ;
  9. over het hoger beroep tegen het vonnis van de correctionele rechtbank uitspraak werd gedaan bij arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 28 april 1993 dat de uitspraak op burgerrechtelijk vlak bevestigde ; Op 28 april 1994 werden, bij toepassing van artikel 263, ,§1, 3°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1964), aanslagen gevestigd voor het aanslagjaar 1984 onder kohierartikel 441161, voor het aanslagjaar 1985 onder kohierartikel 441171, en voor het aanslagjaar 1986 onder kohierartikel 441181 ; IV. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. V. Beslissing van het Hof Tweede middel Overwegende dat, krachtens artikel 263, ,§1, 3°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1964), zoals gewijzigd door artikel 57 van de wet van 5 januari 1976, de belasting of de aanvullende belasting mag worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 259 bepaalde termijn is verstreken ingeval een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één van de vijf jaren vóór het jaar waarin de vordering is ingesteld ; Dat, krachtens artikel 263, ,§2, 3°, van hetzelfde wetboek, in dat geval de belasting of de aanvullende belasting moet worden gevestigd binnen twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop tegen de beslissing over de in ,§1, 3°, van dit artikel genoemde rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend ; Overwegende dat onder de in artikel 263, ,§1, 3°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1964)bedoelde rechtsvordering onder meer de strafvordering kan worden begrepen die wordt ingesteld wanneer het openbaar ministerie dat de strafvordering uitoefent, krachtens artikel 1 van het Wetboek van Strafvordering een opsporingsonderzoek instelt of de onderzoeksrechter vordert ; Dat onder de in artikel 263, ,§2, 3°, bedoelde beslissing dan ook de beslissing over die strafvordering kan worden verstaan ; Dat de termijn van twaalf maanden bepaald in artikel 263, ,§2, 3°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1964)slechts begint te lopen vanaf de datum waarop tegen de beslissing over de bij de rechter aanhangig gemaakte strafvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend ; Dat wanneer de gegevens aan het licht gekomen zijn door een strafvordering en die strafvordering gepaard gaat met een burgerlijke partijstelling waarbij de gegevens die aan het licht gekomen zijn, zowel blijken uit de strafrechtelijk als uit de civielrechtelijke gegevens van het correctioneel vonnis op die vorderingen gewezen, de omstandigheid dat tegen het vonnis op een van de twee gebieden nog een verzet of voorziening mogelijk is, verhindert dat de termijn ingaat ; Overwegende dat de appèlrechters oordelen "dat de bestwiste aanslagen gevestigd werden op grond van de gegevens aan het licht gebracht door de strafvordering die definitief beslecht werd (door) voormeld vonnis van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen" ; dat zij hieruit afleiden dat de betwiste aanslag diende gevestigd te worden binnen twaalf maanden nadat dit vonnis kracht van gewijsde had verkregen, bij gebreke waarvan deze aanslag laattijdig is ; Dat het middel ervan uitgaat dat de gegevens die geleid hebben tot de betwiste aanslag zowel blijken uit strafrechtelijke gegevens als uit de civielrechtelijke gegevens van het correctioneel vonnis van 24 december 1992, zodat het hoger beroep van de curator tegen de burgerrechtelijke beschikkingen van het vonnis verhindert dat de termijn waarvan sprake in artikel 263, ,§2, 3°, Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1964)een aanvang neemt ; Overwegende dat de vraag of de gegevens die hebben geleid tot de betwiste aanslag aan het licht werd gebracht door de strafvordering, zoals geoordeeld door het bestreden arrest, dan wel of zij eveneens blijken uit de in hoger beroep aangevochten burgerrechtelijke gegevens van het voormelde correctioneel vonnis, een onderzoek van feiten vergt, waarvoor het Hof niet bevoegd is ; Dat het middel niet ontvankelijk is ; Eerste middel Overwegende dat het middel alleen betrekking heeft op de aanslagen gevestigd voor het aanslagjaar 1985 onder kohierartikel 441171 en voor het aanslagjaar 1986 onder kohierartikel 441181 ; Overwegende dat de aanslagen niet alleen werden vernietigd op grond van de beslissing die in het middel is aangevochten, maar eveneens op grond van de reden dat zij laattijdig zijn gevestigd, wat in het tweede middel vergeefs is aangevochten ; Overwegende dat het middel mitsdien bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van tweehonderd drieëntachtig euro vijfenzeventig cent jegens de eisende parij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, en raadsheer Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van negen juni tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050609.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180223.1 ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.144 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960509.1 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030221.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.