← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050610.14

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050610.14 Rolnummer: C.03.0509.N Kamer: REUN - Ch.Réunies/Verenigde Kamers Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-11-30 Raadplegingen: 187 - laatst gezien 2026-07-03 12:05 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Als voor de Raad van State geen exceptie van onbevoegdheid is opgeworpen verklaart het arrest dat de vordering tot schorsing van een beslissing van een administratieve overheid verwerpt bij gebrek aan belang, zich niet onbevoegd om van die vordering kennis te nemen en doet het geen uitspraak over een exceptie van onbevoegdheid

(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: CONFLICT VAN ATTRIBUTIE Vrije woorden: CONFLICT VAN ATTRIBUTIE Onbevoegdheid van de Raad van State Wettelijke bepalingen: Wet - 12-01-1973 - Art.33 Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE Vrije woorden: RAAD VAN STATE Afdeling administratie Vordering tot schorsing Geen exceptie van onbevoegdheid Arrest van verwerping wegens gebrek aan belang Wettelijke bepalingen: Wet - 12-01-1973 - Art.33 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. BRESSELEERS, Cass., 10 juni 2005, AR C.03.0509.N, A.C., 2005, nr ... Thesaurus CAS: CONFLICT VAN ATTRIBUTIE Vrije woorden: CONFLICT VAN ATTRIBUTIE Onbevoegdheid van de Raad van State Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE Vrije woorden: RAAD VAN STATE Afdeling administratie Vordering tot schorsing Geen exceptie van onbevoegdheid Arrest van verwerping wegens gebrek aan belang Nota: C.03.0509.N Conclusie van advocaat-generaal BRESSELEERS Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 2 september 2003 gewezen door de Raad van State, afdeling administratie. Dit arrest doet uitspraak over het door de eiseres op 16 mei 2003 bij de Raad ingediend verzoekschrift waarbij (samengevat) zij de schorsing vorderde van de tenuitvoerlegging van:
(1)de expliciete beslissing van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen van 25 februari 2003 om, met betrekking tot het dossier 'Windmolenproject in de Antwerpse haven',
  1. de rangschikking van de kandidaten als volgt vast te leggen :
  2. N.V. Vleemo;
  3. N.V. Aspiravi;
  4. N.V. De Tijdelijke Vereniging Spe Power Company - N.V. Electrawinds;
  5. aansluitend exclusief onderhandelingen op te starten met de N.V. Vleemo, als best gerangschikte kandidaat;
  6. bijgevolg geen onderhandelingen op te starten met de N.V. Aspiravi, behalve indien bij de onderhandelingen met de N.V. Vleemo geen akkoord wordt bereikt;
(2)de impliciete beslissing van het Gemeentelijk Havenbedrijf van 25 februari 2003 om in hetzelfde dossier
  1. de rangschikking van de kandidaten niet als volgt vast te leggen:
  2. N.V. Aspiravi;
  3. N.V. Vleemo;
  4. N.V. De Tijdelijke Vereniging Spe Power Company N.V. Electrawinds;
  5. aansluitend geen exclusieve onderhandelingen op te starten met de N.V. Aspiravi, als best gerangschikte kandidaat;
(3)de beslissing van het Gemeentelijk Havenbedrijf van 1 april 2003 houdende de toewijzing en de goedkeuring van het samenwerkingsprotocol en het model van concessieovereenkomst ten gunste van de N.V. Vleemo in hetzelfde dossier. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen heeft op 13 juni 2003 met de N.V. Vleemo en met de N.V. Nuon Belgium het samenwerkingsprotocol onder-tekend, en op 4 juli 2003 de concessieovereenkomst met de N.V. Vleemo. De verweerder werpt een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op. Hij doet gelden dat de Raad van State de vordering tot schorsing verwerpt zonder zich uitdrukkelijk onbevoegd te verklaren, en dat tegen een dergelijk arrest geen ontvankelijk cassatieberoep kan worden ingesteld. De eiseres houdt voor dat het bestreden arrest een arrest is waarbij de afdeling administratie van de Raad van State beslist van de vordering geen kennis te kunnen nemen daar deze tot de bevoegdheid van de rechterlijke overheid behoort (art. 609, 2° Gerechtelijk Wetboek en 33 Wet Raad van State). Ontleding van het dossier en het arrest toont echter aan dat dit niet zo is. De vordering die de eiseres bij de Raad van State aanhangig heeft gemaakt strekte tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissingen van 25 februari 2003 en 1 april 2003; het bestreden arrest verwerpt die vordering omdat ze niet voldoet aan de tweede voorwaarde van artikel 17 Wet Raad van State: het gaat niet om een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Deze beslissing impliceert dat de Raad zich bevoegd acht om van de vordering kennis te nemen; alleszins verklaart hij zich niet onbevoegd. De vordering strekte niet tot schorsing van de uitvoering van de overeen-komst, die op het tijdstip dat het verzoek tot schorsing van de tenuitvoer-legging van de beslissingen werd ingediend nog niet tot stand gekomen was (memorie van wederantwoord, tweede blad, nr. 1). Over een dergelijke vordering zegt het arrest dat het tot de uitsluitende bevoegdheid van de gewone rechtban-ken behoort om de uitvoering van de overeenkomst te schorsen. Niets laat echter toe te besluiten dat die uitspraak over de bevoegdheid betreffende een niet aanhangige vordering naar het oordeel van de Raad van State enige invloed heeft op zijn bevoegdheid om kennis te nemen van de werkelijk ingestelde vordering. Hij heeft zich trouwens niet onbevoegd verklaard. Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond. Conclusie: verwerping. Tekst van de beslissing Nr. C.03.0509.N ASPIRAVI, naamloze vennootschap met zetel te 8530 Harelbeke, Vaarnewijkstraat 18, ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk, nummer 154.340, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Elsene, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  1. HET GEMEENTELIJK HAVENBEDRIJF ANTWERPEN, autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 2000 Antwerpen, Havenhuis, Entrepotkaai 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Sint-Gillis, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
  2. VLAAMSE ECOLOGIE- ENERGIE- EN MILIEUONDERNEMING, afgekort V.L.E.E.M.O., naamloze vennootschap, met zetel te 1800 Vilvoorde, Medialaan 34,
  3. NUON BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1800 Vilvoorde, Medialaan 34, verweersters. Bestreden uitspraak Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 2 september 2003 gewezen door de Raad van State, afdeling administratie. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft geconcludeerd. Beslissing van het Hof Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Over het door verweerder opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep : het arrest heeft de vordering tot schorsing van eiseres verworpen omdat niet voldaan was aan de in artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973 vervatte vereiste van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel en tegen die beslissing kan geen ontvankelijk cassatieberoep worden ingesteld : Overwegende dat, krachtens de artikelen 33 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en 609, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, het Hof van Cassatie uitspraak doet over het cassatieberoep tegen de arresten waarbij de afdeling administratie van de Raad van State beslist van de vordering geen kennis te kunnen nemen op grond dat die kennisneming tot de bevoegdheid van de rechterlijke overheid behoort en tegen de arresten waarbij die afdeling afwijzend beschikt op een exceptie van onbevoegdheid op grond dat de vordering tot de bevoegdheid van die overheid behoort ; Overwegende dat het arrest de vordering tot schorsing verwerpt op grond van de redenen : "(...) dat krachtens artikel 17, ,§ 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen ; (...) dat (eiseres) omtrent het nadeel in essentie aanvoert dat zij nastreeft de 'opdracht' aan haar te zien toewijzen, dat het betrokken project een grote marktwaarde heeft en dat het een zeer prestigieuze referentie zou zijn in de kleine, maar veelbelovende markt van de windenergie ; (...) dat het voorliggende geschil beslissingen betreft die betrekking hebben op een project waaromtrent de overeenkomsten reeds blijken tot stand te zijn gekomen ; dat zulks door geen van de partijen wordt betwist ; dat (eerste verweerder) immers op 13 juni 2003 met (tweede verweerster) en met (derde verweerster) het samenwerkingsprotocol en op 4 juli 2003 met (tweede verweerster) de concessieovereenkomst inzake het betrokken (dossier) ondertekend heeft ; dat de gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen niet de schorsing zou meebrengen van de aldus tot stand gekomen contractuele relaties aangezien het tot de uitsluitende bevoegdheid van de rechtbanken behoort om de uitvoering van overeenkomsten te schorsen ; dat bijgevolg aldus het nadeel waardoor (eiseres) aanvoert te zijn bedreigd, niet kan worden tenietgedaan of vermeden door een schorsingsarrest van de Raad van State ; (...) dat aan de tweede van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan ; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen" ; Overwegende dat het arrest van de Raad van State voor wie geen exceptie van onbevoegdheid was opgeworpen de vordering van eiseres tot schorsing van beslissingen van verweerder verwerpt bij gebrek aan belang, zich niet onbevoegd verklaart om van die vordering kennis te nemen en geen uitspraak doet over een exceptie van onbevoegdheid ; Dat het arrest aldus niet voor cassatieberoep vatbaar is ; Dat het middel van niet-ontvankelijkheid gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van duizend eenenzeventig euro negenenzeventig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd zes euro drieënzestig cent jegens de eerste verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, verenigde kamers, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitters Claude Parmentier, Robert Boes en Ernest Waûters, de raadsheren Greta Bourgeois, Christian Storck, Frédéric Close, Ghislain Londers, Eric Dirix, Didier Batselé en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van tien juni tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guido Bresseleers, met bijstand van hoofdgriffier Etienne Sluys. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050610.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.