id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050613.4 Rolnummer: S.04.0109.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2005-10-07 Raadplegingen: 531 - laatst gezien 2026-07-04 14:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Voor de geldigheid van een overeenkomst is onder meer vereist dat een bepaald voorwerp de inhoud van de verbintenis vormt en dat dit voorwerp bepaald of althans bepaalbaar is. Het voorwerp is bepaalbaar als de overeenkomst objectieve elementen bevat waardoor het kan worden bepaald zonder dat een nieuw akkoord tussen partijen nodig is
(1).
(1)Cass., 21 feb. 1991, AR 8968, nr 339; 10 okt. 2003, AR C.02.0486.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031010.2, nr
- Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Voorwerp Vrije woorden: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Voorwerp Bepaald voorwerp Bepaald en bepaalbaar voorwerp Wettelijke bepalingen: Wet - 30-06-1994 - Artt.1108en11 Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMST - BEGRIP. BESTAANSVEREISTEN. VORM - Begrip en bestaansvereisten Voorwerp Bepaald voorwerp Bepaald en bepaalbaar voorwerp Wettelijke bepalingen: Wet - 30-06-1994 - Artt.1108en11 Tekst van de beslissing Nr. S.04.0109.N.- B. J., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen PROMOTIE BINNENVAART VLAANDEREN, vereniging zonder winst-oogmerk, met zetel te 3500 Hasselt, Kempische Kaai 57, verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 12 januari 2004 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1101, 1108, 1126 en 1129 van het Burgerlijk Wetboek ; - voor zoveel als nodig, de artikelen 1134, 1142, 1146 en 1149 van het Burgerlijk Wetboek. Bestreden beslissing Het arbeidshof stelt vast (arrest p. 5, VI, nr. 1, tweede alinea) dat in de schriftelijke arbeidsovereenkomst van 31 mei 1996 waarmee eiser als bediende in dienst trad van verweerster, een artikel 11 was opgenomen dat als volgt luidde : "Onderhavige overeenkomst is onderworpen aan volgende bijzondere bepaling :
- voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen en pensioen sluit de werkgever een groepsverzekering af ten voordele van de werknemer waarvan kopie als bijlage. De verzekering voor hospitalisatiekosten kan door de werknemer worden aangegaan voor eigen rekening". Het arbeidshof oordeelt dienaangaande dat verweerster "zich in de arbeidsovereenkomst onvoorwaardelijk ertoe verbonden heeft aan de heer Beets het voordeel toe te kennen van de verzekeringen waarvan sprake in artikel 11" (arrest p. 7, eerste alinea). Het arbeidshof verklaart niettemin eisers vordering tot het bekomen van een schadevergoeding wegens het niet nakomen van deze verplichting, ontvankelijk doch ongegrond en staaft deze beslissing met volgende motieven (arrest pp. 7-8 en 9) : "Luidens artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek is voor de geldigheid van de overeenkomst vereist dat aan vier voorwaarden is voldaan, met name een geldige toestemming, de bekwaamheid tot contracteren, een bepaald of bepaalbaar voorwerp en een geldige oorzaak. Artikel 1126 van dit wetboek vereist dat ieder contract tot voorwerp heeft iets dat een partij zich verbindt te geven of te doen of niet te doen. Artikel 1129 van dit wetboek stelt dat de verbintenis een zaak tot voorwerp moet hebben die ten minste ten aanzien van haar soort bepaald is. De hoeveelheid van de zaak mag onzeker zijn, mits deze hoeveelheid nader bepaald kan worden. In deze heeft de VZW zich in de arbeidsovereenkomst van 31 mei 1996 ertoe verbonden een verzekering te sluiten voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen en pensioen ten voordele van de heer Beets. Naar het oordeel van het (arbeidshof) is het voorwerp van een verbintenis bepaalbaar wanneer het contract objectieve elementen bevat waardoor het kan worden vastgesteld, zonder dat een nieuw akkoord tussen partijen nodig is (...). Dit is in casu echter niet het geval. Hoewel de aard van het voorwerp van de verbintenis duidelijk bepaalbaar is, namelijk een bepaald soort verzekering, is de juiste omvang ervan niet bepaalbaar. Met uitsluiting van de arbeidsongevallenverzekering, waarvan de omvang van de minimale dekking bepaalbaar is aan de hand van de wettelijke bepalingen ter zake (en die overigens wettelijk verplicht is), zijn er in de tussen de partijen gesloten overeenkomst in het geheel geen objectieve gegevens voorhanden aan de hand waarvan de omvang en de draagwijdte van de dekking van de ziekteverzekering, de invaliditeitsverzekering en de pensioenverzekering had kunnen vastgesteld worden ten tijde van het aangaan van de verbintenis tot het sluiten van de betreffende verzekeringen. Het is immers onmogelijk om aan de hand van de overeenkomst aan te wijzen welke risico's juist gedekt zouden zijn en ten beloop van welke bedragen, vanaf welk ogenblik de dekking van de verzekeringen zou ingaan (eventuele wachttijd), hoelang en onder welke voorwaarden de begunstigde zou kunnen genieten van de dekking, of de begunstigde al dan niet zélf een deel van de premie zou moeten betalen, enz.. Het (arbeidshof) is van oordeel dat, nu de overeenkomst tussen de partijen zélf de objectieve elementen moet bevatten aan de hand waarvan het voorwerp moet kunnen bepaald worden, terwijl zulks in casu niet het geval is, het voorwerp van de verbintenis van de VZW niet bepaalbaar en derhalve nietig is. Uit wat voorafgaat volgt dat het voorwerp van de verbintenis van de VZW zoals voorzien in artikel 11 van de arbeidsovereenkomst niet bepaald noch bepaalbaar is, zodat dit artikel 11 nietig is. Daaruit volgt dat de eerste rechters ten onrechte de VZW hebben veroordeeld tot betaling van vergoedingen die gesteund zijn op de niet naleving door de VZW van een bepaling van de overeenkomst die nietig is. Het niet uitvoeren door een partij van een verbintenis die steunt op een nietige overeenkomst, kan niet leiden tot diens contractuele aansprakelijkheid en uiteraard evenmin tot diens gehoudenheid om schadevergoeding te betalen. Het hoger beroep van de heer Beets is ongegrond en het hoger beroep van de VZW, is gegrond in de mate zoals hierna bepaald in het beschikkend gedeelte van dit arrest". Grieven Luidens artikel 1101 van het Burgerlijk Wetboek is een contract een overeenkomst waarbij één of meer personen zich jegens één of meer anderen verbinden iets te geven, te doen of niet te doen. Artikel 1108 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat voor de geldigheid van een overeenkomst onder meer vereist wordt dat de verbintenis een bepaald voorwerp heeft. Onder de hoofding "voorwerp en inhoud van de contracten", bepaalt artikel 1126 van het Burgerlijk wetboek dat ieder contract tot voorwerp heeft iets dat een partij zich verbindt te geven, of dat een partij zich verbindt te doen of niet te doen. Verder preciseert artikel 1129 van hetzelfde wetboek dat de verbintenis een zaak tot voorwerp moet hebben die ten minste ten aanzien van haar soort bepaald is, terwijl de hoeveelheid van de zaak onzeker mag zijn, voor zover deze hoeveelheid nader bepaald kan worden. Te dezen bepaalde de tussen de partijen op 31 mei 1996 gesloten arbeidsovereenkomst in artikel 11, zoals door het arbeidshof zelf uitdrukkelijk vastgesteld (arrest p. 5) : "Onderhavige overeenkomst is onderworpen aan volgende bijzondere bepaling :
- voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen en pensioen sluit de werkgever een groepsverzekering af ten voordele van de werknemer waarvan kopie als bijlage. De verzekering voor hospitalisatiekosten kan door de werknemer worden aangegaan voor eigen rekening". Aldus werd niet alleen bepaald ten laste van wie een verbintenis werd gecreëerd (de werkgever sluit ...), ten voordele van wie deze verbintenis zou gelden (ten voordele van de werknemer), doch ook wat het voorwerp van deze verbintenis was (een groepsverzekering sluiten) en werd dit voorwerp nader omschreven (inzake ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen en pensioen). Aldus werd aan verweerster de verbintenis opgelegd ten voordele van eiser een groepsverzekering te sluiten betreffende de nader genoemde risico's. Bijgevolg bevat de overeenkomst tussen de partijen zelf de objectieve elementen aan de hand waarvan het voorwerp van de overeenkomst kan bepaald worden. Ten onrechte wijst het arbeidshof erop dat geen objectieve gegevens zouden voorhanden zijn, ten tijde van het aangaan van de verbintenis tot het sluiten van de betreffende verzekeringen, betreffende de omvang en de draag-wijdte van de dekking van de ziekteverzekering, de invaliditeitsverzekering en de pensioenverzekering. Met betrekking tot de arbeidsongevallenverzekering aanvaardt het arbeidshof dat "de minimale dekking bepaalbaar is aan de hand van de wettelijke bepalingen terzake" (arrest p. 8, derde alinea). Niet alleen bevat de wettelijke regelgeving inzake ziekte en arbeidsongeschiktheid (invaliditeit) en inzake pensioenen, net zoals de arbeidsongevallenwetgeving waarnaar het arbeidshof verwijst, minimale beschermingsregels ten voordele van de sociaal verzekerde, zodat de aanvullende groepsverzekering noodzakelijkerwijze betrekking moet hebben op bijkomende voordelen. Bovendien wordt voor het bepaalbaar karakter van een verbintenis (lastens de werkgever) tot het sluiten van een verzekering (ten voordele van de werknemer) niet vereist dat daarin reeds precies zou omschreven worden welke risico's juist gedekt moeten worden, tot beloop van welke bedragen, vanaf welk ogenblik, hoelang en onder welke voorwaarden. Deze bijkomende preciseringen zijn weliswaar relevant ter bepaling van de geldigheid van de verzekeringsovereenkomst zelf (tussen de werkgever en de verzekeraar), doch kunnen niet betrokken worden in de beoordeling van de bepaalbaarheid van de hieraan voorafgaande verbintenis ten aanzien van de begunstigde, tot het sluiten van een welbepaalde verzekering. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door de vaststelling dat steeds de toestemming van de derde begunstigde of mede-verzekeringsnemer vereist zou geweest zijn bij het aangaan van de betreffende verzekeringsovereenkomsten. Aldus kon het arbeidshof niet wettig oordelen dat "het voorwerp van de verbintenis van de VZW, zoals voorzien in artikel 11 van de arbeidsovereen-komst niet bepaald noch bepaalbaar is, zodat artikel 11 nietig is" (arrest p. 9, tweede alinea) en schendt het dienvolgens de artikelen 1101, 1108, 1126 en 1129 van het Burgerlijk wetboek). Het arbeidshof kon bijgevolg evenmin wettig oordelen dat eiser niet gerechtigd was op schadevergoeding wegens het niet nakomen, door verweerster, van haar in artikel 11 van de arbeidsovereenkomst omschreven verbintenis tot het sluiten van een groepsverzekering inzake arbeidsongevallen, ziekte, invaliditeit en pensioen ten gunste van eiser (schending van de artikelen 1134, 1142, 1146 en 1149 van het Burgerlijk wetboek). IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat, naar luid van artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek, voor de geldigheid van een overeenkomst, onder meer, vereist is dat een bepaald voorwerp de inhoud van de verbintenis vormt ; Dat, overeenkomstig artikel 1129 van hetzelfde wetboek, dit voorwerp bepaald of bepaalbaar moet zijn ; Dat het voorwerp bepaalbaar is, als de overeenkomst objectieve elementen bevat waardoor het kan worden bepaald zonder dat een nieuw akkoord tussen de partijen nodig is ; Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat :
- in de arbeidsovereenkomst tussen de partijen werd bedongen : "Onderhavige overeenkomst is onderworpen aan volgende bijzondere bepaling :
- voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen en pensioen, sluit de werkgever (verweerster) een groepsverzekering af ten voordele van de werknemer (eiser) waarvan kopie als bijlage" ;
- er geen bijlage bij de overeenkomst was gevoegd en verweerster geen dergelijke verzekering heeft afgesloten ;
- niet blijkt dat partijen zijn overeengekomen dat verweerster de inhoud en de draagwijdte van de verbintenis tot het sluiten van de betreffende verzekering kon bepalen ; Dat de appèlrechters oordelen dat het onmogelijk is om aan de hand van de overeenkomst aan te wijzen met betrekking tot ziekte, invaliditeit en pensioen, welke risico's juist gedekt zouden zijn en ten beloop van welke bedragen, vanaf welk ogenblik de dekking van de verzekeringen zouden ingaan na een eventuele wachttijd, hoelang en onder welke voorwaarden de begunstigde zou kunnen genieten van de dekking dan wel of deze laatste al dan niet zelf een deel van de premie zou moeten betalen ; Dat de appèlrechters door op grond hiervan te oordelen dat de overeenkomst zelf onvoldoende objectieve elementen bevat om het voorwerp van de verbintenis van verweerster te bepalen zodat zij nietig is, hun beslissing naar recht verantwoorden ; Dat het middel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van honderd vijftig euro negentig cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van dertien juni tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050613.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:AHANT:2012:ARR.20121029.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031010.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div