id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050613.5 Rolnummer: C.02.0478.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-10-07 Raadplegingen: 351 - laatst gezien 2026-07-03 12:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Na de veiling die een schuldeiser, bij toepassing van artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, heeft gevorderd met het oog op tenuitvoerlegging van het beslag op het onverdeelde aandeel van de schuldenaar in een onroerend goed, kunnen de rechten van de ingeschreven schuldeisers en de schuldeisers die op het onroerend goed beslag hebben gelegd of een bevel lieten overschrijven, enkel worden uitgeoefend op de prijs. Bijgevolg vindt de procedure van rangregeling toepassing. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Onverdeeld aandeel in een onroerend goed Veiling Overwijzing van de prijs Rangregeling Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1561,eers Fiche 2 De tenuitvoerlegging van het beslag op het onverdeelde aandeel van de schuldenaar in een onroerend goed kan worden vervolgd na de veiling die de beslagleggende schuldeiser, bij toepassing van artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, heeft gevorderd. Bijgevolg vindt de procedure van rangregeling doorgang. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Onverdeeld aandeel in een onroerend goed Veiling Verdere tenuitvoerlegging Rangregeling Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1561,eers Fiche 3 Wanneer de beslagleggende schuldeiser de tenuitvoerlegging van het beslag op het onverdeelde aandeel van de schuldenaar in een onroerend goed vervolgt na de veiling die hij, bij toepassing van artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, heeft gevorderd en bijgevolg de procedure van rangregeling doorgang vindt, maakt de notaris, in geval van betwisting, de zaak over aan de beslagrechter, door middel van neerlegging ter griffie van het proces-verbaal van verdeling en rangregeling en het proces-verbaal van tegenspraak. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Onverdeeld aandeel in een onroerend goed Veiling Verdere tenuitvoerlegging Rangregeling Betwisting Proces-verbaal van verdeling en rangregeling en proces-verbaal van tegenspraak Beslagrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1561,eers Fiche 4 De notaris die, in het geval van artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, met de veiling werd belast, moet overgaan tot rangregeling en dient de geschillen ter zake aan de beslagrechter voor te leggen. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Onverdeeld aandeel in een onroerend goed Veiling Verdere tenuitvoerlegging Rangregeling Betwisting Beslagrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1646 Fiche 5 De beslagleggende schuldeiser die, bij toepassing van artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de veiling heeft gevorderd en verkregen van een onroerend goed van de schuldenaar dat een beperkte onverdeeldheid uitmaakt, zonder dat andere deelgerechtigden om de vereffening-verdeling van de gehele onverdeeldheid hebben verzocht, kan de tenuitvoerlegging van het beslag op het onverdeelde aandeel van de schuldenaar in het onroerend goed vervolgen zonder rekening te houden met een tussen de medegerechtigden later bevolen vereffening-verdeling van de gehele onverdeeldheid. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Onverdeeld aandeel in een onroerend goed Beperkte onverdeeldheid Veiling Geen tussenkomst van andere deelgerechtigden Verdere tenuitvoerlegging Later bevolen vereffening-verdeling van een ruimere onverdeeldheid Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1561,eerst Tekst van de beslissing Nr. C.02.0478.N.- K. J., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- C. J.,
- DE FEDERALE VERZEKERINGEN, VENNOOTSCHAP VOOR VERZEKERING TEGEN ONGEVALLEN, BRAND BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID EN DIVERSE RISICO'S, coöperatieve vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Stoofstraat 12, verweersters. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 18 december 2001 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Bij beschikking van de eerste voorzitter van 14 maart 2005 werd deze zaak naar de derde kamer verwezen. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1193, tweede lid, 1207, 1209, 1211, 1213, 1217, 1219, 1220, 1222, 1223, 1224, 1561, 1580, 1588, 1589, 1590, 1592, 1593, 1594, 1639 tot en met 1654 van het Gerechtelijk Wetboek ; - de artikelen 815 tot en met 842, 843 tot en met 869, 870 tot en met 882, 1466, 1467, 1468, 1469, 1686 en 1688 van het Burgerlijk Wetboek ; - de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet van 16 december
- Aangevochten beslissing Het hof van beroep ontvangt het hoger beroep van eiser doch verklaart zijn tegenspraak geformuleerd tegen het proces-verbaal van verdeling van de koopprijs en rangregeling ongegrond, dienvolgens verzendt het de zaak, met bevestiging van de bestreden beschikking van de beslagrechter, terug naar de instrumenterende notaris B. te Neerpelt, op grond van de volgende motieven : "(...) dat (eiser) stelt dat het vonnis waarop ter zake gesteund wordt, het vonnis der eerste kamer betreft van de rechtbank van eerste aanleg van 22 oktober 1996 en niet dit van de beslagrechter en dat het hier de gewone vordering tot vereffening-verdeling betreft voorzien door artikel 1207 van het Gerechtelijk Wetboek, waarin de schuldeiser tussenkomt ; (...) dat dit argument elke grond mist ; Dat het ter zake gaat om de uitvoering van een uitvoerend onroerend beslag, waarbij (tweede verweerster) als derde een vordering had op een onverdeelde eigenaar, zijnde eerste (verweerster), en deze vordering wenste gerealiseerd te zien op een onverdeeld eigendom ; Dat notaris B. werd aangesteld om over te gaan tot de bewerkingen van vereffening-verdeling met voorafgaandelijke openbare verkoop van het onroerend goed gelegen te Neerpelt, Nachtegaalstraat, 85, in het kader van een gedwongen verkoop ; Dat de artikelen 1641 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek verder dienen gevolgd welke artikels de procedure regelen met betrekking tot de bestemming der gelden bekomen uit de verkoop na toewijzing van het onroerend goed ; (...) dat artikel 1207 van het Gerechtelijk Wetboek betrekking heeft op de betwistingen tussen mede-eigenaars, daar waar tweede (verweerster) geen mede-eigenaar is ; Dat tweede (verweerster) voorafgaandelijk aan de verdere uitwinning de verdeling diende te vorderen en de verkoop en verdeling gebeurde in het kader van een gedwongen verkoop en de beslagrechter wel degelijk bevoegd was om kennis te nemen van huidig geschil ; Dat de notaris dan ook geen proces-verbaal van zwarigheden diende neer te leggen zoals volledig ten onrechte voorgehouden door (eiser) doch het terzake gaat om uitvoeringsgeschillen tussen schuldenaar en schuldeiser ; Dat de notaris dan ook de rangregeling diende op te stellen ; Dat de argumentatie gevoerd omtrent de onontvankelijkheid identiek is, zodat de vordering eveneens ontvankelijk dient verklaard ; (...) dat (eiser) verder voorhoudt dat tweede (verweerster) de samenloop dient te ondergaan met de schuldvordering van (eiser) op zijn ex-echtgenote (eerste verweerster) en geen voorafgaande uitbetaling mag plaatsgrijpen ten voordele van tweede (verweerster) gezien eerst de gehele onverdeeldheid bestaande tussen hem en eerste (verweerster), (...) dient verrekend te worden en notaris B. zijn opdracht tot vereffening en verdeling aan notaris G. dient over te dragen ; (...) dat (eiser) mogelijk enige schuldvordering op eerste (verweerster) zal hebben doch dit verder dient onderzocht en bepaald in het kader van de vereffening-verdeling tussen (eiser) en eerste (verweerster) in het kader waarvan notaris G. door de rechtbank werd aangesteld ; (...) dat tweede (verweerster) geen enkel uitstaans heeft met de vereffening-verdeling tussen (eiser) en eerste (verweerster), zijn ex-echtgenote ; Dat er terzake aparte procedures lopen en er geen sprake kan zijn van een samenloop tussen twee schuldeisers, (eiser) en tweede (verweerster), gezien (eiser) tot op heden nog niet aantoont van enige schuldvordering op zijn ex-echtgenote te hebben en dit in de vereffening-verdeling der onverdeeldheid bestaande tussen hem en eerste (verweerster) zal vastgesteld worden, waarvoor notaris G. werd aangesteld en niet notaris B., dat hij mogelijk een schuldvordering op eerste (verweerster) zal hebben doch deze in het geheel nog niet vaststaat ; dat er terzake nog geen akte van vereffening- verdeling blijkt opgemaakt te zijn ; Dat de enige bedoeling van (eiser) is dat de gelden bij notaris B. geblokkeerd blijven tot na afloop van de verdeling tussen de ex-echtgenoten, hetgeen als gevolg zou hebben dat de gevolgen van de procedure ingesteld door tweede (verweerster) ook zouden gelden voor andere goederen waarvoor de procedure niet gevoerd werd ; (...) dat het middel van (eiser), namelijk dat tweede (verweerster) als schuldeiser dient te wachten om zijn rechten ingewilligd te zien op het aandeel in de prijs van de schuldenaar tot na de verdeling van de onverdeeldheid tussen (eiser) en zijn ex-echtgenote elke grondslag mist ; (...) dat de koopprijs kan verdeeld worden na het opstellen der rangregeling ; dat notaris B. dan ook belast is met het opmaken der rangregeling en het hoger beroep ongegrond dient verklaard". Grieven Krachtens artikel 1561 van het Gerechtelijk Wetboek kan het beslag op het onverdeeld aandeel van de schuldenaar door zijn persoonlijke schuldeisers niet worden ten uitvoer gebracht vóór de verdeling of de veiling, die zij kunnen vorderen of waarin zij gerechtigd zijn tussen te komen. Deze verdeling of veiling vindt plaats overeenkomstig de artikelen 1207 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek voor de rechtbank van eerste aanleg en zoals is bepaald in de titel Erfenissen van het Burgerlijk Wetboek, inzonderheid de artikelen 815 en volgende (zie de artikelen 1686 en 1688 van het Burgerlijk Wetboek ). Zo de rechtbank de verdeling beveelt, verwijst zij de partijen in voorkomend geval op de wijze door haar te bepalen, naar een of twee notarissen, die ambtshalve worden aangewezen indien de partijen zich niet over de keuze kunnen verstaan (artikel 1209, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek). Bij de aanvang der werkzaamheden maant de aangewezen notaris de belanghebbenden aan om tegenwoordig te zijn bij het opmaken van het proces-verbaal van de opening der werkzaamheden om de inlichtingen te verschaffen die voor het vervullen van zijn opdracht nuttig zijn, in voorkomend geval, te voorzien in het ontbreken van een boedelbeschrijving of deze aan te vullen naarmate er zich nieuwe gebeurtenissen voordoen (artikel 1213 van het Gerechtelijk Wetboek). Krachtens artikel 1209, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, beslist de rechtbank over alle geschillen die bij haar aanhangig moeten worden gemaakt, met dien verstande evenwel dat zij de oplossing kan uitstellen tot het vonnis van homologatie is gewezen (zie ook artikel 1223 van het Gerechtelijk Wetboek).
- Eerste onderdeel Bij haar uitspraak over de vordering tot verdeling beveelt de rechtbank de verkoop van de goederen die niet gevoeglijk kunnen worden verdeeld (artikel 1211, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). Het tweede lid van artikel 1211 bepaalt dat de verkoop van de onroerende goederen geschiedt op de wijze die gebruikelijk is inzake gewone openbare verkoping van onroerende goederen en overeenkomstig artikel 1193, tweede lid. Hij geschiedt in voorkomend geval overeenkomstig de artikelen 1186 tot 1192 en artikel 1193, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Artikel 1193, tweede lid, verwijst op zijn beurt naar de artikelen 1592, 1593, 1594 en 1588 tot 1590 van het Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de gedwongen verkoop bij uitvoerend beslag op onroerend goed. Noch artikel 1211, noch artikel 1193, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek verwijzen evenwel naar artikel 1582 van het Gerechtelijk Wetboek dat bepaalt dat de door de notaris opgemaakte verkoopsvoorwaarden vermelden dat de verkoop overwijzing inhoudt van de prijs aan de ingeschreven schuldeisers en aan de schuldeisers die een bevel hebben doen inschrijven conform artikel 1569 van het Gerechtelijk Wetboek. De overwijzing van de prijs ten behoeve van de ingeschreven schuldeisers is evenmin een verkoopsvoorwaarde die gebruikelijk is inzake gewone openbare verkoping (cf. bijvoorbeeld artikel 1326 van het Gerechtelijk Wetboek) en is evenmin voorzien in enige bepaling van de titel Erfenissen van het Burgerlijk Wetboek. Ook artikel 1561 van het Gerechtelijk Wetboek voorziet niet in een overwijzing van rechtswege van de prijs ten behoeve van de ingeschreven schuldeisers en bepaalt slechts dat, in geval van veiling, het recht van de hypothecaire schuldeiser overgaat op het aandeel van de schuldenaar in de prijs, onverschillig wie de verkrijger is, doch met uitzondering van de mede-veiler wiens onverdeeld aandeel (met een) hypotheek bezwaard werd (tweede lid), en dat, in geval van verdeling met opleg, de sommen die de deelgenoot gehouden is uit te keren, aangewend worden tot voldoening van de bevoorrechte of hypothecaire schuldvorderingen die deze eigenschap zouden verliezen, en wel volgens de rang van die schuldvordering op het ogenblik van de verdeling (derde lid), welke hypothesen geen van beiden in casu van toepassing zijn. Nu uit wat voorafgaat blijkt dat de verkoop van een onroerend goed in het kader van een gerechtelijke verdeling geen overwijzing inhoudt van de prijs aan de ingeschreven schuldeisers, noch aan de schuldeisers die een bevel hebben doen inschrijven, kan de procedure van rangregeling bijgevolg niet van toepassing zijn op een dergelijke verkoop. De bepalingen van hoofdstuk VIII inzake rangregeling (de artikelen 1639 tot en met 1654 van het Gerechtelijk Wetboek) zijn krachtens artikel 1654 van het Gerechtelijk Wetboek immers slechts van toepassing op de rangregeling geopend na een verkoop die van rechtswege overwijzing van de prijs ten behoeve van de ingeschreven schuldeisers medebrengt en regelen derhalve niet de bestemming der gelden bekomen uit om het even welke gerechtelijke verkoop van een onroerend goed, zoals het bestreden arrest ten onrechte voorhoudt. Hieruit volgt dat het hof van beroep niet wettig heeft kunnen oordelen dat de artikelen 1641 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek in die rangregeling van toepassing zijn op de verkoop van onroerende goederen die door de rechtbank van eerste aanleg is bevolen in het kader van een gerechtelijke verdeling die voorafgaat aan de tenuitvoerlegging van een uitvoerend beslag op dat onverdeelde onroerend goed (schending van de artikelen 1193, tweede lid, 1211, 1220, 1561, 1592, 1593, 1594 en 1639 tot en met 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, en de artikelen 815 tot en met 842, 1469, 1686 en 1688 van het Burgerlijk Wetboek).
- Tweede onderdeel Aan de gerechtelijke verdeling komt een einde wanneer de staat van vereffening-verdeling wordt goedgekeurd door de deelgenoten of gehomologeerd door de rechtbank van eerste aanleg, ofwel nadat de notaris de staat heeft aangepast overeenkomstig de door de rechter gegeven richtlijnen of na opstelling van een aanvullende staat in opdracht van de rechtbank (zie de artikelen 1219 en 1223). Uit artikel 1561 van het Gerechtelijk Wetboek volgt dat, vooraleer de gerechtelijke verdeling is beëindigd, het beslag op het onverdeeld aandeel van een schuldenaar nog niet door zijn schuldeiser kan worden uitgewonnen. Zolang een definitieve staat van vereffening-verdeling ontbreekt, kan bijgevolg evenmin worden overgegaan tot het opstellen van een rangregeling aangezien dit het sluitstuk vormt van de procedure van uitvoerend beslag op onroerend goed. In de veronderstelling dat in voorliggend geschil een rangregeling diende te worden geopend - welke onderstelling in het eerste onderdeel wordt bestreden - was deze rangregeling in casu bijgevolg in strijd met artikel 1561 van het Gerechtelijk Wetboek opgesteld vóór de beëindiging van de vereffening-verdeling van het beslagen onverdeeld onroerend goed nu een goedkeuring door de deelgenoten van de staat van vereffening-verdeling ontbrak terwijl deze staat evenmin aan de rechtbank ter homologatie was voorgelegd. Hieruit volgt dat het hof van beroep niet wettig heeft kunnen oordelen dat notaris B. onmiddellijk na de verkoop reeds kon overgaan tot de verdeling zonder meer van de koopprijs met opstelling van een rangregeling (schending van de artikelen 1207, 1209, 1211, 1213, 1217, 1219, 1220, 1222, 1223, 1224, 1561, 1639 tot en met 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, 815, 1469, 1686 en 1688 van het Burgerlijk Wetboek).
- Derde onderdeel De bepalingen van artikel 1207 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek zijn ook van toepassing bij de gerechtelijke verdeling van een onverdeeld onroerend goed die voorafgaat aan de tenuitvoerlegging van een uitvoerend beslag op het onverdeelde aandeel van de schuldenaar in dat goed (artikel 1561 van het Gerechtelijk Wetboek) en gelden niet alleen bij betwistingen tussen mede-eigenaars onderling. Overeenkomstig de artikelen 1209 en 1223 van het Gerechtelijk Wetboek beslecht de rechtbank alle geschillen, homologeert zij zonder meer de staat van vereffening of verzendt ze deze staat terug naar de aangewezen notaris om een aanvullende staat van vereffening of een staat van vereffening overeenkomstig de door de rechter gegeven richtlijnen op te maken. Wanneer de vordering tot gerechtelijke verdeling eenmaal is ingeleid, blijft de rechtbank van eerste aanleg derhalve bevoegd om uitspraak te doen over alle mogelijke geschillen die kunnen rijzen in het kader van een vereffening en verdeling van een onverdeeld goed tot wanneer de staat van vereffening en verdeling, hetzij wordt goedgekeurd door de deelgenoten (artikel 1219, ,§1, van het Gerechtelijk Wetboek), hetzij door de rechtbank wordt gehomologeerd (artikel 1223 van het Gerechtelijk Wetboek). Eventuele geschillen die rijzen, dienen bijgevolg door de notaris aan de rechtbank van eerste aanleg te worden voorgelegd door de neerlegging van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden in toepassing van artikel 1219, ,§2, van het Gerechtelijk Wetboek, en niet aan de beslagrechter via de neerlegging van een proces-verbaal van tegenspraak (de artikelen 1644 tot en met 1648 van het Gerechtelijk Wetboek). Hieruit volgt dat het hof van beroep de vordering van eiser niet wettig ontvankelijk heeft kunnen verklaren, noch wettig heeft kunnen oordelen dat het bevoegd was om kennis te nemen van huidig vereffeningsgeschil op grond dat de verkoop en de verdeling gebeurde in het kader van een gedwongen verkoop en bijgevolg een uitvoeringsgeschil betrof tussen schuldenaar en schuldeiser waardoor de notaris geen proces-verbaal van zwarigheden diende neer te leggen maar toepassing diende te maken van de artikelen 1641 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek (schending van de artikelen 1207, 1209, 1211, 1213, 1217, 1219, 1220, 1222, 1223, 1224, 1561, 1639 tot en met 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, 815, 1469, 1686 en 1688 van het Burgerlijk Wetboek). De beslissing dat artikel 1207 van het Gerechtelijk Wetboek enkel betrekking heeft op de betwistingen tussen mede-eigenaars zodat de notaris huidig geschil niet diende voor te leggen aan de rechtbank van eerste aanleg en onmiddellijk na de verkoop kon overgegaan tot de verdeling zonder meer van de koopprijs met opstelling van een rangregeling is bijgevolg evenmin naar recht verantwoord (schending van de artikelen 1207, 1209, 1211, 1213, 1217, 1220, 1222, 1223, 1224, 1561, 1639 tot en met 1654 van het Gerechtelijk Wetboek, 815, 1469, 1686 en 1688 van het Burgerlijk Wetboek).
- Vierde onderdeel Wanneer geschillen rijzen voor de instrumenterende notaris dan dient hij deze geschillen steeds voor te leggen aan de rechter die hem met het gerechtelijk mandaat heeft belast. In casu was notaris B. aangesteld door de rechtbank van eerste aanleg bij vonnis gewezen op dagvaarding van de tweede verweerster, met als opdracht over te gaan tot de vereffening-verdeling van een onverdeeld onroerend goed Eventuele betwistingen diende notaris B. bijgevolg, door middel van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden, voor te leggen aan de rechtbank van eerste aanleg van wie hij zijn mandaat had verkregen. Aan notaris B. was anderzijds geen mandaat verleend om na verkoop een rangregeling te openen, welk mandaat enkel door de beslagrechter, op verzoekschrift van de schuldeiser, krachtens artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek aan de notaris kan worden verleend. Hieruit volgt dat het arrest niet wettig heeft kunnen oordelen dat de notaris het voor hem gerezen geschil niet diende voor te leggen aan de rechtbank van eerste aanleg maar dat de beslagrechter terzake bevoegd was, noch wettig heeft kunnen beslissen dat notaris B. ook de rangregeling diende op te maken (schending van de artikelen 1207, 1209, 1213, 1219, 1223, 1580, 1639 tot en met 1654 van het Gerechtelijk Wetboek en 815, 1469, 1686 en 1688 van het Burgerlijk Wetboek).
- Vijfde onderdeel In de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling stelt de notaris een staat van vereffening en verdeling op van alle baten en lasten die tot de te verdelen boedel behoren, met inbegrip van een staat van de vooruitnemingen, de inbrengen en de vergoedingsrekeningen (zie artikel 1217 van het Gerechtelijk Wetboek). De staat van vereffening-verdeling bepaalt op grond van deze gegevens de rechten van de partijen en de samenstelling van de kavels. Wanneer een onverdeeld onroerend goed waarop beslag is gelegd onderdeel is van een algehele onverdeeldheid, dan kan dit onroerend goed door de beslaglegger niet worden uitgewonnen vooraleer deze onverdeeldheid in zijn geheel is vereffend en verdeeld wanneer de deelgenoten, of één van hen, tijdens het geding om deze algehele verdeling verzoeken. Het beslag gelegd door een persoonlijke schuldeiser van een deelgenoot betreft immers niet het onverdeelde goed zelf maar heeft het onverdeelde aandeel hierin van deze debiteur tot voorwerp. Ten einde dit aandeel te kunnen bepalen, hebben de deelgenoten bijgevolg het recht om te eisen dat allereerst de bestaande onverdeeldheid in haar totaliteit wordt vereffend en verdeeld. Immers, krachtens artikel 815 van het Burgerlijk Wetboek kan niemand genoodzaakt worden om in onverdeeldheid te blijven zodat de deelgenoten ten alle tijde de verdeling kunnen vorderen van al hun onverdeelde goederen. Artikel 1469 van het Burgerlijk Wetboek bevestigt deze mogelijkheid uitdrukkelijk voor elk der echtgenoten die in hun huwelijkscontract hebben bedongen, zoals in casu het geval was, dat zij gescheiden van goederen zullen zijn. In casu was notaris G. door het echtscheidingsvonnis van 4 maart 1997 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt belast met de algehele verdeling en vereffening van de tussen eiser en de eerste verweerster bestaande onverdeeldheden. Dit vonnis heeft krachtens artikel 1278, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ten aanzien van derden gevolgen van de dag van de overschrijving van dit vonnis in de registers van de burgerlijke stand, wat geschiedde op 21 mei 1997, zodat op dat ogenblik een situatie van samenloop ontstond tussen de deelgenoten en hun schuldeisers. Ook de tweede verweerster dient deze samenloop te ondergaan nu het uitvoerend beslag op het onverdeeld onroerend goed haar geen enkel voorrecht verschaft op de opbrengst van de verkoop van het beslagen goed daar het vermogen van een debiteur het gezamenlijk onderpand vormt voor alle schuldeisers (de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet van 16 december 1851). Hieruit volgt dat het hof van beroep het middel van eiser dat de tweede verweerster als schuldeiser dient te wachten om zijn rechten ingewilligd te zien op het aandeel in de prijs van eerste verweerster tot na de algehele verdeling van de onverdeeldheid tussen eiser en zijn gewezen echtgenote, niet wettig elke grondslag heeft ontzegd en zijn beslissing dat er geen sprake kan zijn van samenloop, nu terzake aparte procedures lopen, niet naar recht heeft verantwoord (schending van de artikelen 1207, 1209, 1217, 1223, 1561 van het Gerechtelijk Wetboek, 815 tot en met 842, 843 tot en met 869, 870 tot en met 882, 1466, 1467, 1468, 1469, 1686 en 1688 van het Burgerlijk Wetboek, 7 en 8 van de Hypotheekwet van 16 december 1851). IV. Beslissing van het Hof
- Eerste onderdeel Overwegende dat het arrest vaststelt dat notaris B. werd aangesteld om over te gaan tot de bewerking van vereffening en verdeling met voorafgaandelijke openbare veiling van het onroerend goed gelegen te Neerpelt, Nachtegaalstraat 80 "in het kader van een gedwongen verkoop" ; Overwegende dat artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat een persoonlijke schuldeiser het beslag op het onverdeelde aandeel van zijn schuldenaar niet kan ten uitvoer brengen vóór de verdeling of de veiling die hij kan vorderen of waarin hij kan tussenkomen ; Overwegende dat na de veiling van het in beslag genomen onroerend goed, de rechten van de ingeschreven schuldeisers en de schuldeisers die op het onroerend goed beslag hebben gelegd of een bevel lieten overschrijven, enkel kunnen worden uitgeoefend op het aandeel van de schuldenaar in de prijs ; Overwegende dat het onderdeel dat ervan uitgaat dat de veiling van het onroerend goed waarvan het onverdeelde aandeel van de schuldenaar is in beslag genomen, geen overwijzing inhoudt van de prijs aan de ingeschreven schuldeisers noch aan de schuldeisers die een bevel hebben doen overschrijven, in zoverre faalt naar recht ; Overwegende dat het onderdeel voor het overige geen zelfstandige grieven inhoudt en volledig is afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde afwezigheid van overwijzing van de prijs aan de ingeschreven schuldeisers en aan de schuldeisers die een bevel hebben doen overschrijven ; Dat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is ;
- Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel volledig ervan uitgaat dat uit artikel 1561 van het Gerechtelijk Wetboek volgt dat, "vooraleer de gerechtelijke verdeling is beëindigd, het beslag op het onverdeelde aandeel van een schuldenaar nog niet door zijn schuldeiser kan worden uitgewonnen" ; Overwegende dat, krachtens artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de tenuitvoerlegging van het beslag op het onverdeelde aandeel van de schuldenaar in een onroerend goed vanaf de veiling kan worden vervolgd ; Dat het onderdeel faalt naar recht ;
- Derde onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 1646 van het Gerechtelijk Wetboek, in geval van betwisting in het raam van de verdeling of rangregeling in de zin van de artikelen 1639 en volgende van dit wetboek, de notaris de zaak overmaakt aan de beslagrechter door middel van neerlegging ter griffie van het proces-verbaal van verdeling of van rangregeling en van het proces-verbaal van tegenspraak ; Dat zulks ook geldt wanneer een beslagleggende schuldeiser, in toepassing van artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, het beslag ten uitvoer brengt na de veiling van het goed ; Dat die wetsbepaling immers toelaat vanaf de veiling het beslag verder ten uitvoer te brengen, zonder dat de verdere afwikkeling van de vereffening-verdeling moet worden afgewacht ; Overwegende dat het onderdeel ervan uitgaat dat "eventuele geschillen die rijzen, door de notaris aan de rechtbank van eerste aanleg (dienen) te worden voorgelegd door de neerlegging van een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden in toepassing van artikel 1219, ,§ 2, van het Gerechtelijk Wetboek en niet aan de beslagrechter via de neerlegging van een proces-verbaal van tegenspraak" ; Dat het onderdeel faalt naar recht ;
- Vierde onderdeel Overwegende dat artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat na overschrijving van het beslag, de schuldeiser bij de rechter een verzoekschrift indient tot benoeming van een notaris, belast met de veiling of de verkoop uit de hand van de in beslag genomen goederen en met de verrichtingen tot rangregeling ; Dat, krachtens artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, na de veiling van het goed waarvan het onverdeelde aandeel van de schuldenaar is in beslag genomen, het beslag verder kan worden ten uitvoer gebracht ; dat de hypothese van de reeds uitgevoerde veiling inhoudt dat geen tweede keer meer dezelfde veiling kan worden bevolen overeenkomstig artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek ; Dat daaruit volgt dat de notaris die in het geval van artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek met de veiling werd belast, ook tot rangregeling moet overgaan en de geschillen ter zake aan de beslagrechter dient voor te leggen ; Overwegende dat het onderdeel ervan uitgaat, eensdeels, dat "wanneer geschillen rijzen voor de instrumenterende notaris, hij deze geschillen steeds (dient) voor te leggen aan de rechter die hem het gerechtelijk mandaat heeft verleend" en, anderdeels, dat "(een) mandaat om na verkoop een rangregeling te openen, enkel door de beslagrechter, op verzoekschrift van de schuldeiser, krachtens artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek kan worden verleend" ; Dat het onderdeel faalt naar recht ;
- Vijfde onderdeel Overwegende dat de schuldeiser, die met toepassing van artikel 1561, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, de verdeling of de veiling van een beperkte onverdeeldheid heeft gevorderd en verkregen, zonder dat de deelgerechtigden om de vereffening-verdeling van de gehele onverdeeldheid hebben verzocht, en als verrichting van de uitonverdeeldheidtreding van die beperkte onverdeeldheid de veiling is geschied van het onroerend goed waarvan hij het onverdeelde aandeel van zijn schuldenaar in beslag heeft laten nemen, krachtens dit artikel de uitvoering van zijn beslag kan vervolgen zonder rekening te houden met een tussen de medegerechtigden later bevolen vereffening-verdeling van een ruimere onverdeeldheid ; Dat het onderdeel dat ervan uitgaat dat die schuldeiser zijn beslag slechts verder kan ten uitvoer brengen tot na de algehele verdeling van die later bevolen vereffening-verdeling, faalt naar recht ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van zeshonderd eenentwintig euro zevenenzeventig cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van dertien juni tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050613.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div