← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.3 Rolnummer: P.05.0550.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 147 - laatst gezien 2026-07-03 12:00 Versie(s): Vertaling FR Fiche Geen wettelijke bepaling belet de rechter de terbeschikkingstelling van de regering, op grond van een veroordeling hoofdens de artikelen 375 en 376 Strafwetboek, ambtshalve op te leggen, en evenmin wordt voorgeschreven dat de beklaagde voorafgaandelijk dient verwittigd te worden van deze mogelijkheid. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Terbeschikkingstelling van de regering Toepassing door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet - 01-07-1964 - Art.23bis Tekst van de beslissing Nr. P.05.0550.N E S, eiser, beklaagde, gedetineerd, met als raadsman Mr. Ph. Daeninck, advocaat bij de balie te Hasselt, tegen

  1. V M,
  2. P P,
  3. S M,
  4. V M,
  5. R J. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 17 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  6. Eerste middel Overwegende dat artikel 149 Grondwet geen uitstaans heeft met de bijzondere motiveringsplicht inzake straffen en maatregelen zoals bepaald bij de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; Overwegende voor het overige dat de appèlrechters de feiten van verkrachting zoals omschreven in de telastlegging A van de zaak met notitienummer 37.L8.103267-04, bewezen verklaren en eiser, onder meer, met toepassing van artikel 23bis Wet Bescherming Maatschappij ter beschikking van de regering stellen gedurende een termijn van tien jaar; Overwegende dat de appèlrechters, anders dan het middel aanvoert, met de nauwkeurige en ter zake dienende redenen die het arrest vermeldt op de tiende bladzijde, die beslissing regelmatig met redenen omkleden en naar recht verantwoorden; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
  7. Tweede middel Overwegende dat de terbeschikkingstelling van de regering zoals bedoeld in artikel 23bis Wet Bescherming Maatschappij een beveiligende strafmaatregel is die kan worden opgelegd op grond van de artikelen, onder meer, 375 en 376 Strafwetboek, waarvoor eiser is veroordeeld; Overwegende, eensdeels, dat geen wettelijke bepaling de rechter belet deze maatregel ambtshalve op te leggen, noch voorschrijft dat hij de beklaagde voorafgaandelijk dient te verwittigen van deze mogelijkheid; Dat het middel in zoverre het uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht; Overwegende, anderdeels, dat de omstandigheid dat de rechter deze maatregel niet verplicht dient op te leggen, niet eraan in de weg staat dat de beklaagde daarmee rekening kan houden als mogelijk wettelijk gevolg van een eventuele veroordeling zodat hij, in functie daarvan, een aangepast verweer kan voeren; Overwegende dat het middel in zoverre het miskenning van het recht van verdediging aanvoert, feitelijke grondslag mist; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeëntachtig euro twintig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van veertien juni tweeduizend en vijf, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.