id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.4 Rolnummer: P.05.0610.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 579 - laatst gezien 2026-07-04 11:48 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De afwezigheid van het valse stuk levert geen verzuim, onregelmatigheid of nietigheid op als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, noch een grond van verval of van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering, zodat een onmiddellijk cassatieberoep tegen de beslissing van het onderzoeksgerecht tot regeling van de rechtspleging niet ontvankelijk is. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Regeling van de rechtspleging Afwezigheid van vals stuk Fiche 2 De weigering door de raadkamer bijkomende onderzoekshandelingen te bevelen of bijkomende stukken bij het strafdossier te voegen levert geen verzuim, onregelmatigheid of nietigheid op als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, noch een grond van verval of van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering, zodat een onmiddellijk cassatieberoep tegen de beslissing in hoger beroep van het onderzoeksgerecht tot regeling van de rechtspleging niet ontvankelijk is
(1).
(1)Cass., 20 sept. 2000, AR P.00.1185.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000920.11, nr 484. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Regeling van de rechtspleging Weigering tot bijkomende onderzoekshandelingen of tot voeging van bijkomende stukken Fiche 3 Niet ontvankelijk is het cassatieberoep gericht tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat in hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking die over het bestaan van voldoende bezwaren oordeelt, uitspraak doet
(1).
(1)Cass., 22 okt. 2003, AR P.03.1150.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.6, nr
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) Regeling van de rechtspleging Betwisting over het bestaan van voldoende bezwaren Tekst van de beslissing Nr. P.05.0610.N D J P C C, eiser, inverdenkinggestelde, met als raadsman Mr. Fernand Moeykens, advocaat bij de balie te Brugge, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. S. Vandenabeele, advocaat bij de balie te Brugge. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 22 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat het feit dat inzake valsheid in geschrifte het valse stuk materieel niet meer voorhanden is, enkel de bewijswaardering betreft en het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde onaangetast laat; dat de afwezigheid van het valse stuk geen verzuim, onregelmatigheid of nietigheid als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, noch een grond van verval of van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering oplevert; Overwegende dat de weigering door de raadkamer bijkomende onderzoekshandelingen te bevelen of bijkomende stukken bij het strafdossier te voegen, geen verzuim, onregelmatigheid of nietigheid als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, noch een grond van verval of van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering oplevert; dat hierdoor het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde en zijn recht of een eerlijk proces evenmin in het gedrang komen; Dat, in hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking die daarover oordeelt, het arrest geen eindbeslissing inhoudt noch uitspraak doet met toepassing van artikel 135 of 235bis Wetboek van Strafvordering of in een der andere gevallen bepaald in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering; Overwegende dat het arrest, in zoverre het in hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking die over het bestaan van voldoende bezwaren oordeelt, uitspraak doet, evenmin een eindbeslissing inhoudt of uitspraak doet in een der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering; Dat het cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissingen over wat voorafgaat, niet ontvankelijk is; B. Onderzoek van de middelen
- Eerste en tweede middel Overwegende dat de middelen, in zoverre zij betrekking hebben op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, zoals hierboven vermeld beantwoord zijn; Overwegende dat de middelen voor het overige geen betrekking hebben op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, mitsdien geen antwoord behoeven en er derhalve geen aanleiding is tot het stellen van enige prejudiciële vraag;
- Derde middel Overwegende dat het middel, in zoverre het aanvoert dat de verwijzingsbeschikking met onregelmatigheden is aangetast, niet gericht is tegen het bestreden arrest, mitsdien niet ontvankelijk is; Overwegende dat het middel, in zoverre het een motiveringsgebrek van het bestreden arrest aanvoert, niet preciseert welke conclusie het arrest niet beantwoordt; Dat het middel in zoverre onnauwkeurig, mitsdien evenmin ontvankelijk is; Overwegende dat het middel voor het overige geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, mitsdien geen antwoord behoeft; C. Ambtshalve onderzoek Overwegende dat, in zoverre het arrest uitspraak doet over de regelmatigheid van de verwijzingsbeschikking, de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van negenenzeventig euro zeven cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van veertien juni tweeduizend en vijf, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000920.11 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031022.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div