id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.6 Rolnummer: P.05.0213.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 154 - laatst gezien 2026-07-03 12:01 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 3, ,§ 2, K.B. 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen, doet geen afbreuk aan artikel 1, ,§ 5, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en waarbij de vervaardiging, de invoer, het bezit met het oog op de verkoop, het te koop aanbieden, de verkoop en de gratis bedeling van uitrustingen die een verhoging van het motorvermogen en/of de snelheid van bromfietsen tot doel hebben, evenals het aanbieden van hulp of het verstrekken van advies om deze uitrustingen te monteren, zijn verboden
(1).
(1)Zie wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, Parl. St. Kamer 1993-1994, nr 1373/
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Vrije woorden: WEGVERKEER - ALLERLEI Uitrustingen die een verhoging van het motorvermogen en/of de snelheid van bromfietsen tot doel hebben Verbodsbepaling Tekst van de beslissing Nr. P.05.0213.N D C, eiser, beklaagde, vertegenwoordigd door Mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 7 januari 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Brugge. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel
- Eerste onderdeel Overwegende dat eiser bij rechtstreekse dagvaarding ten laste werd gelegd: "Te Middelkerke (Westende) op 20 november 2003, Uitrusting die een verhoging van het motorvermogen en/of de snelheid van bromfietsen tot doel had, te hebben vervaardigd, te hebben ingevoerd, in het bezit te hebben gehad met het oog op de verkoop, te koop te hebben aangeboden, te hebben verkocht of gratis te hebben bedeeld, of hulp te hebben aangeboden of advies te hebben verstrekt om deze uitrusting te monteren (artikel 1, ,§ 5, wet 21 juni 1985, gewijzigd artikel 1 wet 5 april 1995, en artikel 4, ,§ 1, wet 21 juni 1985)"; Dat het beroepen vonnis overwoog: "De Rechtbank stelt vast dat er een materiële vergissing steekt in de dagvaarding die moet aangepast worden in die zin dat de feiten werden vastgesteld op 7 januari 2004 en niet op 20 november 2003"; Overwegende dat het bestreden vonnis de telastlegging herneemt zoals deze omschreven was in de oorspronkelijke dagvaarding; dat het evenwel ook van zijn kant overweegt: "De zaak heeft betrekking op feiten die vastgesteld werden op 7 januari 2004, om 10.00 uur door de Politie van Middelkerke, in versterking met een lid van de Oostendse Politie te Middelkerke (...)"; Overwegende dat derhalve uit het bestreden vonnis blijkt dat de appèlrechters duidelijk en zonder tegenstrijdigheid van oordeel zijn dat eiser feiten worden ten laste gelegd die plaatsgrepen op 7 januari 2004 en niet op 20 november 2003; Dat het onderdeel dat berust op een verkeerde lezing van het bestreden vonnis, feitelijke grondslag mist;
- Tweede onderdeel Overwegende dat de omstandigheid dat de appèlrechters het antwoord en preciseringen die eiser op een hem tijdens de huiszoeking gestelde vraag gaf, ten onrechte als een verhoor zouden beschouwen, geen afbreuk doet aan hun oordeel dat het recht van de beklaagde om te worden gehoord, voor de vonnisrechter kan worden uitgeoefend, wat hun beslissing schraagt; Dat bovendien de appèlrechters met hun overwegingen eisers verweer beantwoorden; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;
- Derde onderdeel Overwegende dat het onderdeel in zoverre het niet preciseert waarom de rechters ten onrechte een bepaald oordeel uitspreken, bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk is; Overwegende dat het onderdeel ook aanvoert dat de appèlrechters niet antwoorden op het verweer van eisers appèlconclusie, bladzijde 11, nummer 2: "Tevens werden gewone onderdelen van motoronderdelen in beslag genomen, voor dewelke geen EEG-goedkeuring nodig is"; Dat deze aanvoering evenwel geen afzonderlijk verweer vormde maar slechts een van de argumenten was ter ondersteuning van het verweer dat, zelfs tot op dat ogenblik, een elementair onderzoek van de inbeslaggenomen goederen, door een persoon met technische kennis, nog nooit was gebeurd, en eiser het verbod werd opgelegd zijn goederen zelfs nog maar te zien; Overwegende dat het bestreden vonnis met de redenen die het bevat, eisers verweer beantwoordt; Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen;
- Vierde onderdeel Overwegende dat krachtens artikel 1, ,§ 1, 1°, 3° en 4°, van de wet 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, de Koning de daarin bedoelde technische eisen, controlemaatregelen, bewijsmodaliteiten en technische voorwaarden bepaalt; Dat artikel 1, ,§ 1, 3°, in het bijzonder betrekking heeft op: "de modaliteiten volgens welke de constructeurs of de fabrikanten het bewijs leveren dat de voertuigen, hun onderdelen alsook hun veiligheidstoebehoren, bestemd om in België in het verkeer te worden gebracht of op de openbare weg te worden gebruikt, voldoen aan het onder 1 bedoelde reglement"; Overwegende evenwel dat artikel 1, ,§ 5, van de vermelde wet bepaalt: "De vervaardiging, de invoer, het bezit met het oog op de verkoop, het te koop aanbieden, de verkoop en de gratis bedeling van uitrustingen die een verhoging van het motorvermogen en/of de snelheid van bromfietsen tot doel hebben, evenals het aanbieden van hulp of het verstrekken van advies om deze uitrustingen te monteren, zijn verboden"; Overwegende dat de toepasselijkheid van artikel 1, ,§ 5, van de vermelde wet niet onderworpen is aan de beperking van de bestemming vermeld in artikel 1, ,§ 1, 3°, ervan; Overwegende dat wel artikel 3, ,§ 2, van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen, luidt: "Het te koop stellen en de verkoop met het oog op aanwending op de openbare weg, evenals het op de openbare weg in het verkeer brengen van voertuigen die niet volstrekt gelijkvormig zijn met het overeenkomstig ,§ 1 goedgekeurde type, is verboden. De verkoop, het te koop stellen evenals de publiciteit betreffende voertuigen of voertuigonderdelen die, gelet op het feit dat zij niet voldoen aan de bepalingen van dit reglement, niet aangewend mogen worden op de openbare weg, moet respectievelijk vergezeld zijn van een geschreven document uitgaande van de verkoper, hetzij van een bord, hetzij van een etiket welke bedoelde beperking duidelijk vermeldt"; Dat deze bepaling evenwel geen afbreuk doet aan het verbod bepaald in artikel 1, ,§ 5, van de wet van 21 juni 1985; Dat het onderdeel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zestig euro zesentwintig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van veertien juni tweeduizend en vijf, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div