id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.8 Rolnummer: P.04.1596.N Kamer: REUN - Ch.Réunies/Verenigde Kamers Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 696 - laatst gezien 2026-07-04 09:03 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een ongeval waarbij middelen van vervoer te land betrokken zijn en dat zich heeft voorgedaan op een niet openbaar terrein dat evenwel openstaat voor een bepaald aantal personen, zoals een gesloten omloop voor sportwedstrijden of sportcompetities met dergelijke vervoermiddelen die toegankelijk zijn voor het publiek, is een verkeersongeval in de zin van artikel 138, 6°bis, Strafvordering waarvan de politierechtbank kennis neemt
(1).
(1)Cass., 20 okt. 1998, AR P.97.0851.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981020.3, nr 447; 3 nov. 1998, AR P.96.0916.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981103.7, nr 473; 24 maart 1999, AR P.97.1357.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990324.3, nr 174; 16 juni 1999, AR P.98.1528.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.5, nr 364; 26 sept. 2001, AR P.01.0883.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010926.7, nr 498; 27 aug. 2002, AR C.02.0386.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020827.3, nr 414; Cass., 25 mei 2004, AR P.04.0193.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040525.5, nr 282. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Vrije woorden: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Politierechtbank Verkeersongeval Fiche 2 De vernietiging van de beslissing op de door de burgerlijke partij tegen de beklaagde ingestelde civielrechtelijke vordering brengt de vernietiging mee van de beslissing op de tegen de beklaagde ingestelde strafvordering waarbij de rechter zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van die vorderingen
(1).
(1)Zie Cass., 9 dec. 1997; AR P.96.0448.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971209.6, nr 543; Cass., 25 mei 2004, AR P.04.0193.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040525.5, nr 282; R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer uitgevers, Mechelen, 2003, nr
- Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Burgerlijke partij Vrije woorden: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Burgerlijke partij Beslissing tot onbevoegdverklaring Vernietiging op de civielrechtelijke vordering Vernietiging op de strafvordering Tekst van de beslissing Nr. P.04.1596.N
- V. H,
- V. F.,
- V E. D., eisers, burgerlijke partijen, met als raadsman Mr. Johan Mermuys, advocaat bij de balie te Brugge, tegen V. G. A., verweerder, beklaagde, vertegenwooordigd door Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 15 oktober 2004 in hoger beroep door de Correctionele Rechtbank te Kortrijk gewezen op verwijzing ingevolge arrest van het Hof van 25 mei
- II. Rechtspleging voor het Hof De zaak wordt voor de verenigde kamers van het Hof gebracht bij toepassing van artikel 1119 Gerechtelijk Wetboek. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Feitelijke gegevens en voorgaande rechtspleging Uit de stukken van de rechtspleging, meer bepaald het vonnis van de Politierechtbank te Brugge van 3 december 2002, blijkt dat de zaak een ongeval betreft te Damme op 27 juli 2001 tijdens een motorcrosswedstrijd op een afgesloten en beveiligde omloop. De motorfiets van verweerder ging uit een bocht en raakte hierbij een persoon die zich op de omloop bevond. Deze werd zwaar gewond en overleed nog dezelfde dag aan zijn verwondingen. De procureur des Konings te Brugge dagvaardde verweerder rechtstreeks vóór de Politierechtbank te Brugge wegens: "te Damme op 27 juli 2001, A. Als weggebruiker of bestuurder op een openbare weg niet steeds in staat geweest te zijn alle nodige rijbewegingen uit te voeren of niet voortdurend zijn voertuig of zijn dieren goed in de hand te hebben gehad (art. 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement en artikel 29, tweede lid, Wegverkeerswet). B. Als weggebruiker of bestuurder op de openbare weg niet in alle omstandigheden te hebben kunnen stoppen voor een hindernis die kon worden voorzien (art. 10.1.3° Wegverkeersreglement en artikel 29, tweede lid, Wegverkeerswet). C. Bij een verkeersongeval dat aan zijn persoonlijk toedoen te wijten is (artikel 38, ,§ 1, Wegverkeerswet) door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, maar zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen, onopzettelijk de dood te hebben veroorzaakt van (...) (artikelen 418 en 419 Strafwetboek)". Bij op tegenspraak gewezen vonnis van 3 december 2002 verklaarde de politierechtbank zich bevoegd om van deze feiten kennis te nemen, maar sprak verweerder vrij en verklaarde zich onbevoegd om te oordelen over de tegen verweerder ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen. De procureur des Konings en de burgerlijke partijen, de eisers, kwamen van dit vonnis in hoger beroep . Bij op tegenspraak gewezen vonnis van 2 januari 2004 verklaarde de Correctionele Rechtbank te Brugge de hogere beroepen ontvankelijk maar ongegrond. De rechtbank achtte zich onbevoegd om van de strafvordering kennis te nemen omdat het begrip verkeersongeval bedoeld in artikel 138 Wetboek van Strafvordering het ongeval betreft "waarop de principes van het Wegverkeersreglement van toepassing zijn of minstens waarop het Wegverkeersreglement naar analogie wordt toegepast", terwijl het in geding zijnde ongeval geenszins kan worden ondergebracht onder het begrip verkeer. De rechtbank verklaarde op die grond eveneens de burgerlijke rechtsvorderingen niet ontvankelijk. De procureur des Konings en de eisers stelden tegen dit vonnis cassatieberoep in. Bij arrest van 25 mei 2004 verklaarde het Hof het cassatieberoep van de procureur des Konings niet ontvankelijk omdat uit de stukken waarop het Hof vermocht acht te slaan, niet bleek dat dit cassatieberoep werd betekend. Op het cassatieberoep van de eisers vernietigde het Hof het bestreden vonnis zowel in zoverre het zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van de strafvordering als in zoverre het uitspraak deed over de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers en deze vorderingen niet ontvankelijk verklaarde. De zaak werd verwezen naar de Correctionele Rechtbank te Kortrijk, zitting houdend in hoger beroep. De Correctionele Rechtbank te Kortrijk verklaarde bij vonnis van 15 oktober 2004 het hoger beroep van de eisers ontvankelijk en oordeelde, op dezelfde grond als het vernietigde vonnis van de Correctionele Rechtbank te Brugge, dat ze onbevoegd is om van de strafvordering en de daarop gegronde burgerlijke rechtsvorderingen kennis te nemen. Het is tegen dit vonnis dat het cassatieberoep werd ingesteld. IV. Cassatiemiddel De eisers voeren in een verzoekschrift volgend middel aan. Geschonden wettelijke bepaling artikel 138, 6°bis, Wetboek van Strafvordering. Bestreden beslissing De rechtbank verklaart in het bestreden vonnis dat de eerste rechter onbevoegd is om kennis te nemen van de strafvordering en de daarop gebaseerde burgerlijke vorderingen. De rechtbank oordeelt dat het begrip "verkeersongeval" bij afwezigheid van een wettelijke definitie logischerwijs enkel mag begrepen worden als zijnde een ongeval in een situatie waarop de regels van de wegcode toepasselijk zijn of minstens waarop diezelfde regels per analogie toepasselijk zijn. Grief Artikel 138, 6°bis, Wetboek van Strafvordering, gewijzigd bij artikel 5, 2°, van de wet van 11 juli 1994 (betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernisering van de strafrechtspleging) bepaalt dat de politierechtbank kennis neemt van de misdrijven voorzien in artikel 418 tot 420 Strafwetboek, wanneer de doding, de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval. Er is geen samenhang of onsplitsbaarheid meer vereist met een overtreding van de wetten of reglementen op de politie van het wegverkeer. Uit de voorbereidende werken van de wet van 11 juli 1994 wordt afgeleid dat het begrip "verkeersongeval" in de brede zin van het woord moet worden opgevat. Het betreft zowel een ongeval in het wegverkeer waarbij voetgangers en dieren of middelen van vervoer te land betrokken zijn, die de openbare weg gebruiken, als dergelijk ongeval dat plaatsgrijpt op een terrein toegankelijk voor het publiek of op een niet-openbaar terrein dat voor een zeker aantal personen toegankelijk is. Daaruit volgt dat een ongeval waarbij een middel van vervoer te land, onder meer een motorfiets, betrokken is, dat plaatsgreep op een niet-openbaar terrein dat voor een zeker aantal personen toegankelijk is, zoals een gesloten omloop voor een motorcrosswedstrijd maar dat toegankelijk is voor toeschouwers, een verkeersongeval uitmaakt in de zin van art. 138, 6°bis, Wetboek van Strafvordering. In de arresten van 20 oktober 1998 (voltallige zitting - P.97.0851.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981020.3), 3 november 1998 (P.96.0916.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981103.7), 24 maart 1999 (P.97.1357.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990324.3), 16 juni 1999 (P.98.1528.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.5), 26 september 2001 (P.01.0883.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010926.7) en 25 mei 2004 (in huidige zaak - P.04.0193.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040525.5) heeft het Hof (van Cassatie) steeds dezelfde voormelde overwegingen bevestigd en herhaald. Met deze arresten heeft het Hof (van Cassatie) de stelling verworpen dat de politierechter als strafrechter niet bevoegd zou zijn voor verkeersongevallen met onopzettelijke slagen en verwondingen en/of doding, die veroorzaakt zijn buiten het wegverkeer of in het verkeer maar die geen inbreuk uitmaken op enige verkeersreglementering. De politierechter, zetelend in strafzaken, is niet alleen bevoegd voor verkeersongevallen, die zich op de openbare weg hebben voorgedaan, doch ook voor ongevallen met onopzettelijke slagen en verwondingen tot gevolg, die zich op een openbare plaats hebben voorgedaan, zoals omschreven in artikel 28 van het koninklijk besluit van 16 maart 1968, alhoewel blijkens artikel 1 (Wegverkeersreglement) dit aldaar niet van toepassing is. (...) Het ongeval met dodelijke afloop in casu waarin een motorfiets betrokken is en welke zich heeft voorgedaan op een gesloten parcours dat openstond voor publiek welk parcours kan aanzien worden als een niet-openbaar terrein dat toegankelijk is voor een zeker aantal personen, maakt een verkeersongeval uit in de zin van art 138, 6°bis, Wetboek van Strafvordering waarvoor de politierechtbank en in hoger beroep de correctionele rechtbank bevoegd zijn. Dienvolgens is de politierechtbank en in hoger beroep de correctionele rechtbank tevens bevoegd om te oordelen over de burgerlijke vorderingen en zijn de burgerlijke vorderingen ontvankelijk. Eisers steunen hun grieven uitdrukkelijk op de bovenstaande overwegingen welke bij herhaling door het Hof zijn bevestigd. De vernietiging van de beslissing van onbevoegdheid ten aanzien van de strafvordering brengt de vernietiging mee van de beslissing van onbevoegdheid ten aanzien van de burgerlijke rechtsvorderingen. V. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende dat, krachtens artikel 137 Wetboek van Strafvordering, de politierechtbank kennisneemt van de overtredingen; dat krachtens artikel 138 van voornoemd wetboek, zij bovendien, en onverminderd het recht van de procureur des Konings om een opsporingsonderzoek in te stellen of een gerechtelijk onderzoek te vorderen inzake wanbedrijven, kennisneemt van de in dat artikel opgesomde wanbedrijven ; Overwegende dat het huidige artikel 138, 6°bis, Wetboek van Strafvordering, gewijzigd bij artikel 5, 2°, van de wet van 11 juli 1994, vervangen bij artikel 42 van de wet van 7 februari 2003, bepaalt dat de politierechtbank kennisneemt "van de wanbedrijven omschreven in de artikelen 418 tot 420bis van het Strafwetboek, wanneer de doding, de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval" ; Overwegende dat uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 11 juli 1994 blijkt dat het begrip verkeersongeval in de brede zin van het woord moet worden opgevat; dat het betrekking heeft zowel op een wegverkeersongeval waarbij voetgangers en dieren of middelen van vervoer te land betrokken zijn, die de openbare weg gebruiken, als op een dergelijk ongeval dat zich heeft voorgedaan op terreinen die openstaan voor het publiek en niet-openbare terreinen die evenwel openstaan voor een bepaald aantal personen ; Dat daaruit volgt dat een ongeval waarbij middelen van vervoer te land betrokken zijn en dat zich heeft voorgedaan op een niet openbaar terrein, dat evenwel openstaat voor een bepaald aantal personen, zoals een gesloten omloop voor sportwedstrijden of sportcompetities met dergelijke vervoermiddelen die toegankelijk zijn voor het publiek, een verkeersongeval is in de zin van artikel 138, 6°bis, Wetboek van Strafvordering ; Dat de omstandigheid dat het slachtoffer zich op de omloop zelf bevond, daaraan niet afdoet; Dat de rechters hun beslissing niet naar recht verantwoorden ; Dat het middel gegrond is; B. Uitbreiding van de cassatie Overwegende dat, daar de rechters zich onbevoegd hebben verklaard om kennis te nemen van de door de eisers tegen verweerder ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen op grond dat ze onbevoegd zijn om van de strafvordering kennis te nemen, de op het cassatieberoep van de eisers uitgesproken vernietiging van de beslissing op de door hen tegen de beklaagde ingestelde burgerlijke rechtsvordering, de vernietiging tot gevolg heeft van de beslissing op de tegen de beklaagde ingestelde strafvordering ; OM DIE REDENEN, HET HOF, in verenigde kamers, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de tegen verweerder ingestelde strafvordering en van de door de eisers tegen verweerder ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen, behalve in zoverre het bestreden vonnis de door de eisers ingestelde hogere beroepen ontvankelijk verklaart ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis ; Laat de kosten ten laste van de Staat ; Verwijst de zaak naar de Correctionele Rechtbank te Ieper, zitting houdend in hoger beroep; Zegt dat dit gerecht, met toepassing van artikel 1120, Gerechtelijk Wetboek, zich zal voegen naar de beslissingen van het Hof betreffende het door het Hof besliste rechtspunt. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, verenigde kamers, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Jean de Codt, Frédéric Close, Ghislain Londers, Paul Mathieu, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Sylviane Velu, en in openbare terechtzitting van veertien juni tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Francis Fischer, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050614.8 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981020.3 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981103.7 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990324.3 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.5 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010926.7 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040525.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220308.2N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971209.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020827.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241016.2F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div