id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050617.15 Rolnummer: C.04.0395.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2005-10-07 Raadplegingen: 172 - laatst gezien 2026-07-03 11:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechter stelt in feite vast wie van de echtgenoten het beheer heeft van de goederen. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Vrije woorden: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Scheiding van goederen Beheer Vaststelling Wettelijke bepalingen: Wet - 14-07-1991 - Art.1467 Fiche 2 Het enkele feit dat een echtgenoot mandaat heeft op de rekeningen van de andere echtgenoot houdt niet noodzakelijk in dat hij daardoor het beheer heeft van die rekeningen. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Vrije woorden: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Scheiding van goederen Beheer Rekeningen Volmacht Wettelijke bepalingen: Wet - 14-07-1991 - Art.1467 Tekst van de beslissing Nr. C.04.0395.N D.D., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 523, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen D.M., verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 28 april 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepaling artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissing Het bestreden arrest beslist dat verweerster gerechtigd is op de helft van de onverdeelde gelden die op de bankrekeningen stonden en die eiser zich heeft toegeëigend en op de vruchten van deze gelden vanaf de toe-eigening, zodat zij aanspraak kan maken op vergoedende intresten daarop aan de wettelijke intrestvoet, op grond van onder andere de volgende motieven : "Dat (eiser) zich ten onrechte op artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek beroept om aan de betaling van intresten te ontsnappen, dat het niet is omdat aan (eiser) een volmacht op de bankrekeningen werd gegeven dat (verweerster) het beheer over deze goederen aan hem heeft gelaten in de zin van de voormelde bepaling ; dat integendeel blijkt dat (eiser) zich deze gelden, buiten medeweten van (verweerster), wederrechtelijk heeft toegeëigend en dan ook gehouden is tot betaling van de intresten daarop". Grieven Artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat wanneer een echtgenoot het beheer van zijn goederen aan de andere echtgenoot heeft overgelaten, deze bij de ontbinding van het stelsel slechts gehouden is tot het opleveren van de aanwezige vruchten en hij geen verantwoording verschuldigd is voor die welke tot dan toe zijn gebruikt. Die bepaling is gegrond op het vermoeden volgens hetwelk de lasthebber de vruchten heeft gebruikt in het belang van de lastgever en van de huishouding. Dit vermoeden is onweerlegbaar. Die bepaling is van toepassing telkens als een echtgenoot het beheer van zijn goederen aan de andere echtgenoot heeft overgelaten. De echtgenoot die een volmacht heeft op een bankrekening handelt als lasthebber van de andere echtgenoot. Hij beschikt over het beheer van de gelden die op de bankrekening staan. Het bestreden arrest stelt vast dat aan eiser door verweerster een volmacht op de bankrekeningen werd verleend. Het beslist echter dat het niet is omdat aan eiser een volmacht op de bankrekeningen werd gegeven dat verweerster het beheer over deze goederen aan hem heeft overgelaten in de zin van de voormelde bepaling. Het bestreden arrest miskent derhalve het begrip "beheer van goederen", zoals omschreven in het artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek, en kon niet wettig beslissen dat eiser zich niet kan beroepen op artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat het middel ervan uitgaat dat artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek gegrond is op een onweerlegbaar vermoeden dat de lasthebber de vruchten van de goederen heeft gebruikt in het belang van de lastgever en van de huishouding en dat het arrest het begrip "beheer van goederen" in artikel 1467 schendt omdat de echtgenoot die een volmacht heeft op een bankrekening van de andere echtgenoot handelt als lasthebber van de andere echtgenoot zodat hij beschikt over het beheer van de gelden die op de bankrekening staan ; Overwegende dat voor het geval van een bedongen scheiding van goederen artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat wanneer een echtgenoot het beheer van zijn goederen aan de andere echtgenoot heeft gelaten, deze, hetzij op verzoek van eerstgenoemde, hetzij bij de ontbinding van het stelsel, slechts gehouden is tot het opleveren van de aanwezige vruchten en hij geen verantwoording schuldig is van die welke tot dan toe zijn verbruikt ; Dat de rechter in feite vaststelt wie van de echtgenoten het beheer heeft van de goederen ; Dat het enkele feit dat een echtgenoot mandaat heeft op de rekeningen van de andere echtgenoot, niet noodzakelijk inhoudt dat die ene echtgenoot daardoor het beheer heeft van de rekeningen van die andere echtgenoot ; Overwegende dat het arrest oordeelt dat : 1. verweerster rekeningen heeft geopend bij de Generale Bank Nederland ; 2. verweerster titularis was van de rekeningen ; 3. mag aangenomen worden dat die rekeningen de inkomsten betreffen die de "ex-echtgenoten", zijnde eiser en verweerster, verworven hebben onder meer door de uitbating van de onverdeelde handelszaak Hortensiahoeve ; 4. dat gezien geen der echtgenoten aantoont dat de gelden hen eigen zijn, deze vermoed worden tussen hen in onverdeeldheid te zijn ; 5. eiser op die rekeningen volmacht had ; 6. eiser die rekeningen heeft leeggehaald buiten weten van verweerster ; 7. verweerster gerechtigd is op de helft van die gelden die op die rekening stonden ; 8. verweerster gerechtigd is op de vruchten van deze gelden vanaf de toeëigening ervan door eiser ; 9. het niet is omdat aan eiser volmacht werd gegeven op die rekeningen dat verweerster het beheer over die goederen aan eiser heeft gelaten in de zin van artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek ; Dat het arrest aldus het begrip "beheer van goederen" in voormeld artikel 1467 niet miskent ; Dat het middel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van vijfhonderd vijfenveertig euro vijfenzeventig cent jegens de eisende partij en op de som van tweehonderd negenentachtig euro zevenentwintig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050617.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.