id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.4 Rolnummer: P.04.1343.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-01-13 Raadplegingen: 576 - laatst gezien 2026-07-04 11:48 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer het niet kan worden betekend aan de persoon, noch aan de woonplaats of de verblijfplaats van de betrokkene, zoals bepaald in de artikelen 33 en 35 Gerechtelijk Wetboek, wordt het verzet in strafzaken, in zoverre het betrekking heeft op de burgerlijke rechtsvordering, aan de burgerlijke partij betekend met toepassing van artikel 37 Gerechtelijk Wetboek; het verzet dat werd betekend met toepassing van artikel 38 Gerechtelijk Wetboek, dat toepassing vindt in andere dan in strafzaken, is derhalve nietig en moet als ongedaan worden beschouwd
(1).
(1)Zie Cass., 2 sept. 1986, AR 310, nr 2; 15 okt. 1986, AR 5141, nr 88; 29 okt. 1986, AR 5189, nr 127; 6 dec. 1989, AR 7452, nr 223; 5 mei 1993, AR P.93.0003.F ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930505.5, nr 217; 25 jan. 1995, AR P.94.1220.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950125.9, nr 44; 11 sept. 1996, AR P.96.0277.F ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960911.8, nr 302; 24 nov. 1999, AR P.99.0985.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991124.12, nr 626; DE NAUW, A. "De gevolgen van een foutieve wijze van betekening in strafzaken" (noot onder Cass., 7 juni 1994), R. Cass., 1994, 345. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT Vrije woorden: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT Vorm Strafzaken Verzet Burgerlijke rechtsvordering Betekening aan de burgerlijke partij Artikel 37 Ger. W. Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.33,35,37 Vrije woorden: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT Vorm Strafzaken Verzet Burgerlijke rechtsvordering Betekening aan de burgerlijke partij Onregelmatigheid Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.33,35,37 Fiche 3 Wanneer een beslissing in hoger beroep wordt vernietigd omdat de appèlrechter niet wettig over de burgerlijke rechtsvordering vermocht te beslissen, aangezien de politierechter op verzet, wat de burgerlijke rechtsvordering betreft, niet rechtsgeldig geadieerd was en geen rechtsmacht had om over deze vordering uitspraak te doen, heeft de vernietiging van de bestreden beslissing de vernietiging tot gevolg van het daaraan voorafgaande beroepen op verzet gewezen vonnis, in zoverre daarin uitspraak gedaan werd op de burgerlijke rechtsvordering
(1).
(1)DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de editie 2003, p. 1257-1258, nr 2917. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Burgerlijke rechtsvordering - Burgerlijke partij Vrije woorden: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Burgerlijke rechtsvordering - Burgerlijke partij Eerste rechter en appèlrechter niet rechtsgeldig geadieerd Fiche 4 Wanneer een beslissing in hoger beroep wordt vernietigd op grond van het ontbreken van rechtsmacht, zowel van de appèlrechters als van de eerste rechter op verzet, blijft er voor een eventuele verwijzingsrechter niets meer te beslissen over en wordt de vernietiging uitgesproken zonder verwijzing
(1).
(1)Zie Cass., 15 okt. 1986, AR 5141, nr 88; 12 sept. 2000, AR P.98.0944.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000912.6, nr
- Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Burgerlijke rechtsvordering Vernietiging wegens gebrek aan rechtsmacht Vernietiging zonder verwijzing Tekst van de beslissing Nr. P.04.1343.N V D B E, eiser, burgerlijke partij, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- C B A M, verweerder, beklaagde,
- ROGIER DECLERCQ bvba, met zetel te Aalst (Erembodegem), Leuvestraat 141, verweerster, civielrechtelijk aansprakelijke partij, met als raadsman Mr. Marc Cottyn, advocaat bij de balie de Dendermonde, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Kristof Sallet, advocaat bij de balie te Brussel,
- MERCATOR VERZEKERINGEN nv, met zetel te Gent, Kortrijksesteenweg 302, verweerster, vrijwillig tussengekomen partij. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 22 september 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Dendermonde, dat alleen beslist op de burgerlijke rechtsvordering en dat aan eiser is betekend. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat: - bij vonnis van de Politierechtbank te Aalst op 3 november 2003 bij verstek gewezen ten opzichte van de verweerders sub 1 en 2, de verweerder sub 1 tot straf is veroordeeld en de verweerders sub 1 en 2 hoofdelijk tot het betalen aan eiser van een bedrag van 2.750,84 euro met intrest en kosten; - de verweerders sub 1 en 2 op 27 november 2003 tegen dit vonnis verzet hebben aangetekend; dat het deurwaardersexploot vermeldt dat het verzet aan eiser is betekend met toepassing van artikel 38 Gerechtelijk Wetboek, door het achterlaten van een afschrift van de akte onder gesloten omslag aan de woonplaats van eiser; - alle partijen zijn verschenen bij de behandeling van de zaak op verzet; dat de politierechter bij vonnis op verzet van 15 december 2003, de verweerder sub 1 heeft vrijgesproken, zich onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van de vordering van eiser en de verweerster sub 2 buiten zake heeft gesteld; - op het enkel hoger beroep van eiser het bestreden vonnis vaststelt dat het beroepen vonnis, wat de beslissing op de strafvordering betreft, kracht van gewijsde heeft, de vrijwillige tussenkomst van de verweerster sub 3 ontvankelijk verklaart en het hoger beroep als niet gegrond afwijst; Overwegende dat het verzet in strafzaken, wanneer het niet kan worden betekend aan de persoon noch aan de woonplaats of de verblijfplaats van de betrokkene, zoals bepaald in artikel 33 Gerechtelijk Wetboek, wordt betekend met toepassing van artikel 37 Gerechtelijk Wetboek; Overwegende dat de omstandigheid dat het verzet, in zoverre het betrekking heeft op de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering, aan de burgerlijke partij dient betekend te worden, hieraan niet afdoet; Overwegende aldus dat te dezen het verzet dat krachtens artikel 38 Gerechtelijk Wetboek toepassing vindt "in andere dan in strafzaken", aan eiser in zijn hoedanigheid van burgerlijke partij is betekend, nietig is en als ongedaan moet worden beschouwd; Overwegende derhalve dat de politierechter op verzet, wat de burgerlijke vordering betreft, niet rechtsgeldig geadieerd was en geen rechtsmacht had om over deze vordering uitspraak te doen; Overwegende dat hieruit volgt dat de appèlrechters evenmin wettig vermochten over de burgerlijke vordering te beslissen; Dat het middel gegrond is; Overwegende dat de vernietiging van de bestreden beslissing de vernietiging tot gevolg heeft van het daaraan voorafgaande beroepen vonnis op 15 december 2003 op verzet gewezen, in zoverre daarin uitspraak werd gedaan op de burgerlijke rechtsvordering van eiser; Overwegende dat ingevolge de uit te spreken vernietiging op grond van het ontbreken van rechtsmacht, zowel van de appèlrechters als van de eerste rechter op verzet, er voor een eventuele verwijzingsrechter niets meer te beslissen overblijft; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden vonnis evenals het vonnis van de Politierechtbank te Aalst op 15 december 2003 op verzet gewezen in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van eiser; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde vonnissen; Veroordeelt de verweerders in de kosten; Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Gezegde kosten begroot op de som van honderd eenentwintig euro zevenennegentig cent, waarvan eenennegentig euro zevenennegentig cent verschuldigd en dertig euro door eiser betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van eenentwintig juni tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930505.5 ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950125.9 ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960911.8 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991124.12 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000912.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div