id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.7 Rolnummer: P.05.0526.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2005-10-07 Raadplegingen: 605 - laatst gezien 2026-07-04 14:23 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Overeenkomstig artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan de rechter, indien de duur van de strafvordering de redelijke termijn overschrijdt, voor zover deze overschrijding de betrouwbaarheid van het bewijs niet aantast of de uitoefening van het recht van verdediging niet onherstelbaar belemmert, een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uitspreken of een straf uitspreken die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf; de rechter kan ook binnen de perken van de wettelijke strafbepaling een lagere straf uitspreken dan deze die hij zonder overschrijding van de redelijke termijn zou hebben uitgesproken, op voorwaarde dat deze strafvermindering reëel en meetbaar is
(1).
(1)Cass., 4 feb. 2004, AR P.03.01370, nr
- Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettigheid Redelijke termijn Overschrijding Sanctie Vermindering van de straf Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Redelijke termijn Overschrijding Sanctie Vermindering van de straf Tekst van de beslissing Nr. P.05.0526.N S S, , eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Jef Vermassen, advocaat bij de balie te Dendermonde, tegen
- E E, wonende te Antwerpen, Thonetlaan 56,
- DIAROUGH nv, met zetel te Antwerpen, Hoveniersstraat 30,
- ZURICH REINSURANCE (London) Ltd, met zetel te Londen (Groot-Brittannië), London Underwriting Centre 3, Minster Court, Mincing Lane,
- ALEXIS DUCO FONTEIN, met zetel te Londen (Groot-Brittannië), Ledhall Street 88, EC3A 3BP,
- ALLIANZ CORNHILL INSURANCE, met zetel te Londen (Groot-Brittannië), Ledenhall Street 27,
- GENERALI, met zetel te Londen (Groot-Brittannië), Fenchurch Street 117, EC3M 5 DY,
- WUERTTEMBERGISCHE VERSICHERUNGS AG, met zetel te Londen (Groot-Brittannië), Fenchurch Street 1st Floor, 82-84, EC3M 4BB,
- GERLING-KONZERN ag/Gerling GLOBAL, met zetel te Londen (Groot-Brittannië), Fenchurch Street 1st Floor, 82-84, EC3M 4BB,
- TERRA NOVA INSURANCE COMPANY Ltd, met zetel te Londen (Groot-Brittannië), Fenchurch Street 84, ECM3M 4HB, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 16 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat het arrest, wat de door de tweede tot en met de negende verweerster tegen eiser ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen betreft, eiser veroordeelt om elk van hen als schadevergoeding 1 euro voorschot met intrest te betalen en een deskundige aanstelt om de waarde te betalen van de diamanten die het voorwerp uitmaakten van de oplichting waarvoor eiser wordt veroordeeld; Dat eisers cassatieberoep, wat de vermelde burgerlijke rechtsvorderingen betreft, bij toepassing van artikel 416 Wetboek van Strafvordering niet ontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen de uitspraak over het bedrag van de schadevergoeding en de bevolen onderzoeksmaatregel; B. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat, overeenkomstig artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de rechter, indien de duur van de strafvervolging de redelijke termijn overschrijdt voor zover deze overschrijding de betrouwbaarheid van het bewijs niet aantast of de uitoefening van het recht van verdediging niet onherstelbaar belemmert een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring kan uitspreken of een straf kan uitspreken die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf; dat de rechter ook binnen de perken van de wettelijke strafbepaling een lagere straf kan uitspreken dan deze die hij zonder overschrijding van de redelijke termijn zou hebben uitgesproken, op voorwaarde dat deze strafvermindering reëel en meetbaar is; Overwegende dat eiser wordt vervolgd wegens A oplichting, wanbedrijf door artikel 496 Strafwetboek bestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met een geldboete, en B valse naamdracht, feit strafbaar gesteld met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete; dat het arrest oordeelt dat de redelijke termijn is overschreden en eiser te dezen rechtsherstel kan worden geboden door het opleggen van een lagere straf dan het wettelijke bepaalde maximum; Overwegende dat het arrest eiser voor de vermengde feiten, met toepassing van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek, veroordeelt tot een hoofdgevangenisstraf van 4 jaar, met uitstel gedurende een termijn van vijf jaar voor de helft van die straf, en tot een geldboete van 4.957,87 euro of 3 maanden vervangende gevangenisstraf; dat deze straf op een reële en meetbare wijze verminderd is ten opzichte van de straf die de appèlrechters, naar hun oordeel, zouden hebben uitgesproken als de redelijke termijn niet was overschreden; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende, voor het overige, dat het middel in zoverre het opkomt tegen het onaantastbare oordeel van de rechters welk rechtsherstel passend is, in zoverre niet ontvankelijk is;
- Tweede middel Overwegende dat er geen tegenstrijdigheid bestaat tussen de motieven van de rechters om de medebeklaagde vrij te spreken voor de telastlegging A en hun motieven om eiser wel wegens die telastlegging te veroordelen; Dat het middel feitelijke grondslag mist; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van vierennegentig euro vierenzeventig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van eenentwintig juni tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2015:ARR.230.746 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040204.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060928.7 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120918.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div