id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.8 Rolnummer: P.05.0073.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-10-07 Raadplegingen: 824 - laatst gezien 2026-07-04 12:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Valsheid in geschrifte bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een mogelijk nadeel kan ontstaan; door de wet worden beschermd de geschriften die in zekere mate tot bewijs kunnen strekken, dit is zich aan het openbaar vertrouwen opdringen, zodat de overheid of particulieren die er kennis van nemen of aan wie zij worden voorgelegd, kunnen overtuigd worden van de waarachtigheid van de rechtshandeling of het juridisch feit in die geschriften vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten
(1).
(1)Cass., 18 juni 1985, AR 9287, nr 633; 27 sept. 1988, AR 1650, nr 53; 16 dec. 1997, AR P.96.1490.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971216.9, nr 557; 23 dec. 1998, AR A.94.0001.F ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981223.9, nr 534; 16 juni 1999, AR P.98.0738.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.7, nr 362; VANHALEWIJN, J. en DUPONT, L. "Valsheid in geschrifte", A.P.R., Gent, Story-Scientia, 1975, nr 35. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Bestanddelen Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196e Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Beschermd geschrift Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196e Fiche 3 Het laten opmaken door de politiediensten van een proces-verbaal van valse aangifte van diefstal van een voertuig kan een valsheid in geschrifte opleveren, aangezien derden immers kunnen overtuigd worden van de waarachtigheid van het valselijk aangegeven juridische feit of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten
(1).
(1)DE NAUW, A., Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 1998, nr
- Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Proces-verbaal van valse aangifte van diefstal van een voertuig Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196e Fiche 4 Uit de wil te ontsnappen aan rechtsvervolging door een valse aangifte van diefstal, met het doel beschermde belangen te benadelen, meer bepaald het particuliere belang van benadeelden om te worden vergoed, kan het voor een valsheid in geschrifte vereiste bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden worden afgeleid. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Constitutieve bestanddelen Moreel bestanddeel Bedrieglijk opzet Oogmerk om te schaden Valse aangifte van diefstal Wil om te ontsnappen aan rechtsvervolging Bedoeling om beschermde belangen te benadelen Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196e Fiche 5 Door de vaststelling dat de beklaagde met de valse aangifte van diefstal zeer duidelijk gepoogd heeft een wijziging van de eigen rechtspositie, met name als slachtoffer in plaats van dader, te bewerkstelligen en dit ten nadele van het particuliere belang van de benadeelden om voor de door hen geleden schade te worden vergoed, hetgeen een juridisch beschermd belang is als bedoeld in de artikelen 193 en volgende Strafwetboek, stellen de appèlrechters vast dat, op het ogenblik van de valse aangifte, een mogelijk materieel of moreel nadeel bestond. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Constitutieve bestanddelen Mogelijk materieel of moreel nadeel Valse aangifte van diefstal Poging om door een wijziging van de eigen rechtspositie te ontsnappen aan de betaling van schadevergoeding Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Artt.193,196e Tekst van de beslissing Nr. P.05.0073.N B C, eiseres, beklaagde, met als raadsman Mr. David Frejlich, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen
- V D V J en zijn echtgenote
- H M, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 15 december 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel 1.
- Eerste onderdeel Overwegende dat valsheid in geschrifte erin bestaat in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een mogelijk nadeel kan ontstaan; Dat door de wet beschermd worden de geschriften die in een zekere mate tot bewijs kunnen strekken, dit is zich aan het openbaar vertrouwen opdringen, zodat de overheid of particulieren die er kennis van nemen of aan wie zij worden voorgelegd, kunnen overtuigd worden van de waarachtigheid van de rechtshandeling of het juridisch feit in die geschriften vastgelegd of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten; Overwegende dat het laten opmaken door de politiediensten van een proces-verbaal van valse aangifte van diefstal van een voertuig, valsheid in geschrifte kan opleveren; Dat, immers, derden kunnen overtuigd worden van de waarachtigheid van het valselijk aangegeven juridische feit of kunnen gerechtigd zijn daaraan geloof te hechten; Overwegende dat het arrest vaststelt dat de door eiseres en haar medebeklaagde gedane aangifte van diefstal van het in de aanrijding betrokken voertuig vals is en oordeelt dat: - de eerste rechters er reeds naar verwezen dat de politie naar aanleiding van de aangifte van diefstal verder onderzoek voerde naar mogelijke daders van de diefstal; - het openbaar ministerie op basis van deze aangifte een onderzoeksrechter gelastte met het onderzoek naar de diefstal van het voertuig; - eiseres en haar medebeklaagde de aangifte hebben gedaan en aangewend om hun betrokkenheid bij de aanrijding te ontkennen, onder meer ten aanzien van de politiediensten en de nabestaanden van het slachtoffer; - de strafrechtelijke en burgerlijke verantwoordelijkheid van eiseres en haar medebeklaagde voor het ongeval, welke zij door de valse aangifte poogden te ontlopen, juridisch beschermde belangen betreffen; Overwegende dat het arrest op grond van die redenen wettig kon beslissen dat de valse aangifte van diefstal van het voertuig, een beschermd geschrift in de zin van de artikelen 193 en volgende Strafwetboek uitmaakt; Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende, ten slotte, dat de uitoefening van het recht van verdediging vreemd is aan het begrip beschermd geschrift als bedoeld in de artikelen 193 en volgende Strafwetboek; Dat het onderdeel in zoverre faalt naar recht; 1.
- Tweede onderdeel Overwegende dat uit de wil te ontsnappen aan rechtsvervolging met het doel beschermde belangen te benadelen, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden kan worden afgeleid; Dat het onderdeel, in zoverre het uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht; Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat het oogmerk om te "ontsnappen aan rechtsvervolging" impliceert dat juridische belangen werden geschaad, meer bepaald het particuliere belang van benadeelden om te worden vergoed; Dat de appèlrechters op grond van die redenen, die eveneens de vaststelling inhouden dat eiseres op het ogenblik van de aangifte tot doel had die juridisch beschermde belangen te benadelen, oordelen dat de eiseres handelde met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden; Dat het onderdeel, in zoverre het aanvoert dat het arrest die redenen en vaststelling niet bevat, feitelijke grondslag mist; 1.
- Derde onderdeel Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat eiseres en haar medebeklaagde met de valse aangifte van diefstal zeer duidelijk hebben gepoogd een wijziging van de eigen rechtspositie met name als slachtoffers in plaats van daders te bewerkstelligen en dit ten nadele van het particuliere belang van de benadeelden om voor de door hen geleden schade te worden vergoed; Dat zij zodoende vaststellen dat op het ogenblik van de valse aangifte een mogelijk materieel of moreel nadeel bestond; Dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat de belangen van de slachtoffers van een aanrijding om te worden vergoed, juridisch beschermde belangen zijn als bedoeld in de artikelen 193 en volgende Strafwetboek; Dat het onderdeel, in zoverre het uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht; 1.
- Vierde onderdeel Overwegende dat het arrest eiseres tot één enkele straf veroordeelt wegens de feiten van valsheid in geschriften, gebruik van valse stukken en schuldig verzuim; Overwegende dat de uitgesproken straf naar recht verantwoord is wegens de bewezen verklaarde valsheid in geschriften en schuldig verzuim; Dat het onderdeel dat slechts opkomt tegen het bewezen verklaren van het gebruik van het valse stuk, niet tot cassatie kan leiden, mitsdien bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is;
- Tweede middel 2.
- Eerste onderdeel Overwegende dat het arrest oordeelt dat schuldig verzuim een ogenblikkelijk misdrijf is, maar dat men zich dient te plaatsen op het ogenblik zelf van de weigering tot hulpverlening om dit misdrijf te beoordelen; dat het vervolgens vaststelt dat dit voor eiseres het ogenblik was waarop zij het stuur overnam; Dat het onderdeel, in zoverre het aanvoert dat de appèlrechters het schuldige verzuim door eiseres afleiden uit het feit dat ze niet is teruggekeerd op de plaats van het ongeval nadat zij het stuur had overgenomen, berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest, mitsdien feitelijke grondslag mist; Overwegende dat het onderdeel voor het overige het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het niet bevoegd is; Dat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is; 2.
- Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel, in zoverre het opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de appèlrechters of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, niet ontvankelijk is; Overwegende dat het arrest, zowel op grond van eigen redenen als op grond van de redenen van het beroepen vonnis die het overneemt, wettig kon oordelen dat het morele bestanddeel van het misdrijf schuldig verzuim aanwezig is; Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen;
- Derde middel Overwegende dat het middel formeel een motiveringsgebrek aanvoert maar in wezen opkomt tegen het onaantastbare oordeel van het arrest dat er geen reden is de opschorting van de uitspraak van de veroordeling te gelasten; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is; Overwegende, voor het overige, dat het feit dat de rechter anders oordeelt dan in conclusie is aangevoerd, geen motiveringsgebrek oplevert; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiseres in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd dertien euro vijfenvijftig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van eenentwintig juni tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050621.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971216.9 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981223.9 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990616.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.37 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140610.1 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150225.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150616.2 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250930.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div