← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.15

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.15 Rolnummer: P.04.1499.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2005-11-28 Raadplegingen: 169 - laatst gezien 2026-07-03 11:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens de artt. 37 en 38, ,§ 1, Wegverkeerswet gewijzigd bij de artt. 16 en 19 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, die in werking getreden zijn op 1 maart 2004, is het bij art. 37, 2°, Wegverkeerswet bepaalde misdrijf thans niet meer strafbaar met gevangenisstraf en/of met een geldboete maar enkel met een geldboete en een facultatief rijverbod; dergelijke straf is lichter dan deze bepaald door de wet die ten tijde van het plegen van de feiten van toepassing was

(1).
(1)Zie Arbitragehof, 19 juli 2005, nr 138/2005, B.S. 16 aug.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Vrije woorden: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Wet 7 feb. 2003 Werking in de tijd Toepassing op misdrijven gepleegd vóór 1 maart 2004 Lichtere straf Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wegverkeerswet Wet 7 feb. 2003 Toepassing op misdrijven gepleegd vóór 1 maart 2004 Lichtere straf Fiches 3 - 5 Wanneer de prejudiciële vraag aanvaardt dat de bestraffing onder de nieuwe wet minder zwaar is, heeft de beklaagde geen belang eventueel te horen zeggen dat de oude wet, die in een zwaardere bestraffing voorziet, moest worden toegepast. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: ARBITRAGEHOF Prejudiciële vraag Belang Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: PREJUDICIEEL GESCHIL Arbitragehof Prejudiciële vraag Belang Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Wegverkeerswet Wet 7 feb. 2003 Toepassing op misdrijven gepleegd vóór 1 maart 2004 Arbitragehof Prejudiciële vraag Belang Tekst van de beslissing Nr. P.04.1499.N R V I J L E, eiseres, beklaagde en burgerlijke partij, met als raadsman Mr. C. Coen, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen A G, verweerder, beklaagde. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 14 oktober 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  2. Eerste middel 1.
  3. Eerste onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 2, tweede lid, Strafwetboek, indien de straf ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, de minst zware straf wordt toegepast; Overwegende dat de artikelen 37 en 38, ,§ 1, Wegverkeerswet gewijzigd werden bij de artikelen 16 en 19 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, die in werking getreden zijn op 1 maart 2004; dat krachtens deze bepalingen de inbreuk die eiseres is ten laste gelegd, thans niet meer strafbaar is met gevangenisstraf en/of met een geldboete maar enkel met een geldboete en een facultatief rijverbod; dat dergelijke straf lichter is dan deze bepaald door de wet die ten tijde van het plegen der feiten van toepassing was; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; Overwegende dat het middel verder aanvoert dat aan het Arbitragehof de navolgende prejudiciële vraag moet worden gesteld: "Schendt artikel 2 van het Strafwetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat de straffen die zijn voorgeschreven bij de artikelen 37 en 38, ,§ 1, van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968 en gewijzigd bij de artikelen 16 en 19 van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, minder zwaar moeten worden geacht dan de straffen die bij dezelfde artikelen waren bepaald vóór die wijziging en, derhalve, moeten worden toegepast vanaf de inwerkingtreding van de voormelde artikelen 37 en 38, ,§ 1, zoals gewijzigd, zelfs voor feiten gepleegd vóór die inwerkingtreding"; Overwegende dat eiseres geen belang heeft de wet die in een strengere straf voorziet, te zien toepassen op haar misdrijf; Overwegende dat de prejudiciële vraag, zoals ze is geformuleerd, aanvaardt dat de bestraffing onder de nieuwe wet minder zwaar is, zodat eiseres geen belang heeft eventueel te horen zeggen dat de oude wet, die in een zwaardere bestraffing voorziet, moest worden toegepast; Dat het onderdeel in zoverre bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is; 1.
  4. Tweede onderdeel Overwegende dat, anders dan het onderdeel aanvoert, de appèlrechters met de redenen die het bestreden vonnis vermeldt, het verweer van eiseres beantwoorden; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  5. Tweede middel Overwegende dat het middel om de erin uiteengezette redenen gegrond is; B. Ambtshalve onderzoek voor het overige van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het eiseres voor de opgelegde geldboete veroordeelt tot een vervangend rijverbod van zestig dagen; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; Verwerpt het cassatieberoep voor het overige; Laat de kosten ten laste van de Staat; Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Mechelen, zitting houdend in hoger beroep. Gezegde kosten begroot op de som van honderd negenendertig euro vijfennegentig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van achtentwintig juni tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.