← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.16 Rolnummer: P.04.1628.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-11-28 Raadplegingen: 572 - laatst gezien 2026-07-04 10:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens art. 41bis, ,§ 1, aanhef, eerste streepje, Strafwetboek, zijn de geldboeten toepasselijk op misdrijven gepleegd door rechtspersonen in criminele en correctionele zaken, wanneer de wet op het feit vrijheidsstraf en geldboete stelt, of een van de straffen alleen, een geldboete van minimum vijfhonderd euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimumvrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimumgeldboete op het feit gesteld; ingeval de vrijheidsstraf minder dan één maand betreft en in dagen is uitgedrukt, voorziet de wet in geen vermenigvuldiging van de op het feit gestelde minimumgeldboete zodat in dit geval de op het feit gestelde minimumgeldboete als straf geldt

(1).
(1)Zie concl. adv.-gen. Vandermeersch, Cass., 28 juni 2005, AR P.04.1628.N, A.C., 2005, nr ... Thesaurus CAS: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Vrije woorden: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Rechtspersonen Omzetting van de vrijheidsstraf Vrijheidsstraf van minder dan één maand Minimumgeldboete Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen Vrije woorden: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen Omzetting van de vrijheidsstraf Vrijheidsstraf van minder dan één maand Minimumgeldboete Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. Vandermeersch, Cass., 28 juni 2005, AR P.04.1628.N, A.C., 2005, nr ... Thesaurus CAS: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Vrije woorden: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Rechtspersonen Omzetting van de vrijheidsstraf Vrijheidsstraf van minder dan één maand Minimumgeldboete Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen Vrije woorden: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen Omzetting van de vrijheidsstraf Vrijheidsstraf van minder dan één maand Minimumgeldboete Nota: P.04.1628.N Advocaat-generaal Vandermeersch heeft in substantie gezegd: Het tweede middel is gesteund op de schending van artikel 41bis van het Strafwetboek. Eiser verwijt de appèlrechters dat zij een onwettige minimumstraf uitspreken. Artikel 41bis, ,§ 1, aanhef, eerste streepje, van het Strafwetboek bepaalt wat betreft het minimum van de geldboete het volgende: ",§ 1. De geldboeten toepasselijk op misdrijven gepleegd door rechtspersonen, zijn : In criminele en correctionele zaken: wanneer de wet op het feit vrijheidsstraf en geldboete stelt, of een van de straffen alleen: geldboete van minimum vijfhonderd frank vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimum vrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimum geldboete op het feit gesteld Wanneer de correctionele gevangenisstraf in aantal dagen, en niet in aantal maanden is uitgedrukt, kan het door de wet bepaalde omzettingsmechanisme niet als dusdanig toegepast worden. De rechtsleer stelt in dergelijke gevallen verschillende oplossingen voor. Sommigen
(1)zijn van oordeel dat bij gebrek aan een wettelijk systeem, geen straf mag uitgesproken worden. A. MASSET stelt voor in dergelijke gevallen de minimum correctionele geldboete van 26 euro toe te passen
(2). H. VAN BAVEL
(3)meent dat de minimumgeldboete voor de natuurlijke persoon ook geldt voor de rechtspersoon. Sommige feitenrechters
(4)en een auteur als F. KEFER
(5)opteren voor een pragmatische oplossing: de omzetting gebeurt via een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het betrokken aantal dagen gevangenisstraf en de noemer door het getal 30 als het equivalent van een maand. Raf VERSTRAETEN en Bart SPRIET
(6)zijn van mening dat het minimum van vijfhonderd euro, dat door artikel 41bis van Strafwetboek wordt bepaald, moet worden toegepast tenzij dit minimum lager ligt dan de minimumgeldboete voor natuurlijke personen, in welk geval deze laatste boete moet worden toegepast Vermits de minimale vrijheidstraf één maand niet bereikt, zijn die auteurs van oordeel dat geen vermenigvuldigingsfactor moet worden toegepast. Ik ben van oordeel dat deze laatste oplossing het meest met de bewoordingen van de wet overeenstemt. Voor de omzetting van een gevangenisstraf naar een geldboete, bepaalt artikel 41bis, ,§ 1, aanhef, eerste streepje,, een algemeen minimum van 500 euro dat in voorkomend geval wordt vermenigvuldigd. De bestreden beslissing geeft aldus een correcte interpretatie aan artikel 41bis van het Strafwetboek. Het middel faalt derhalve naar recht. Conclusie : verwerping. ___________________________
(1)J. MESSINE, " Propos provisoires sur un texte curieux : la loi du 4 mai 1999 instituant la responsabilité pénale des personnes morales ", Rev. dr. pén. crim., 2000, p. 647 en 648 ; C. VANDERLINDEN, " La loi instaurant la responsabilité pénale des personnes morales et le droit pénal social ", Rev. dr. pén. crim., 2000, p. 673.
(2)A. MASSET, " La loi du 4 mai 1999 instaurant la responsabilité pénale des personnes morales : une extension du filet pénal modalisée ", J.T., 1999, p. 653, noot 30.
(3)H. BAVEL, " De wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen ", A.J.T., 1999-2000, p. 219.
(4)Zie P. WAETERINCKX, "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon Een kritische analyse van enkele capita selecta uit de eerste rechtspraak", in Strafrecht van nu en straks, Die Keure, 2003, p. 239 en 240;
(5)F. KEFER, " La responsabilité pénale de la personne morale : une réponse de plus à la délinquance d'entreprise ", in C.U.P., Le point sur le droit pénal, vol. 37, 2000, p. 31.
(6)R. VERSTRAETEN en B. SPRIET, "De rechtspersoon en zijn geldboete", in Liber amicorum Jean du JARDIN", Antwerpen, Kluwer, 2001, p. 326-
  1. Tekst van de beslissing Nr. P.04.1628.N FADERI bvba, met zetel te Merelbeke, Van Goethemstraat 55, eiseres, beklaagde, met als raadsman Mr. Ludo Haeseryn, advocaat bij de balie te Gent. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 5 november 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  2. Eerste middel Overwegende dat de rechter, bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusie, niet uitdrukkelijk moet vermelden waarom hij de geldboete in euro bepaalt en niet in franken; Dat het middel niet kan worden aangenomen;
  3. Tweede middel Overwegende dat het middel ervan uitgaat dat de minimum geldboete te dezen 661,05 euro bedraagt, zodat de appèlrechters niet wettig konden oordelen dat de minimum geldboete 500 euro bedraagt; Dat eiseres geen belang heeft bij het gegrond verklaren van haar middel; Dat het middel niet ontvankelijk is; Overwegende dat artikel 41bis, ,§ 1, aanhef, eerste streepje, Strafwetboek bepaalt: ",§1 De geldboeten toepasselijk op misdrijven gepleegd door rechtspersonen, zijn: In criminele en correctionele zaken: wanneer de wet op het feit vrijheidsstraf en geldboete stelt, of een van de straffen alleen: geldboete van minimum vijfhonderd (euro) vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimum-vrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimumgeldboete op het feit gesteld"; Overwegende dat ingeval de vrijheidsstraf minder dan één maand betreft en in dagen is uitgedrukt, de wet in geen vermenigvuldiging van de op het feit gestelde minimumgeldboete voorziet; dat in dit geval de op het feit gestelde minimumgeldboete als straf geldt; Dat het middel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing van het overige van de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiseres in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zevenenvijftig euro twaalf cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van achtentwintig juni tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.16 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150304.5 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150304.5 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190123.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.