← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.17

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.17 Rolnummer: P.05.0302.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2005-11-28 Raadplegingen: 686 - laatst gezien 2026-07-04 14:06 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Om een beklaagde te veroordelen als mededader of medeplichtige aan valsheid in geschrifte, is het niet vereist dat alle bestanddelen van het misdrijf begrepen zijn in de deelnemingshandelingen; het is voldoende dat vaststaat dat een dader de valsheid heeft gepleegd en dat een mededader of medeplichtige wetens en willens aan de uitvoering ervan heeft medegewerkt op een van de wijzen bepaald in de artt. 66, tweede en derde lid, en 67 Sw.

(1).
(1)Cass., 19 sept. 1995, AR P.94.0377.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950919.1, nr 388. Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: MISDRIJF - DEELNEMING Valsheid in geschrifte Mededaderschap en medeplichtigheid Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Deelneming Mededaderschap en medeplichtigheid Fiches 3 - 4 Inzake fiscale valsheid is het niet vereist dat de mededader zelf het oogmerk heeft een der misdrijven bepaald in art. 73 BTW-wetboek of in art. 449 WIB 1992 te plegen; het volstaat dat hij, op een van de wijzen bepaald in art. 66, tweede en derde lid, Sw., zijn medewerking verleent aan dergelijke valsheid, wetende dat een dader, waarvan vaststaat dat hij de valsheid heeft gepleegd, het oogmerk heeft de bedoelde inbreuken op de belastingwet te plegen. Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: MISDRIJF - DEELNEMING Fiscale valsheid Mededaderschap Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Fiscale valsheid Deelneming Mededaderschap Fiche 5 Wanneer de eerste rechter een in conclusie voorgedragen verweer beantwoordt en tegen het beroepen vonnis ter zake geen nauwkeurig bepaalde grieven worden ingebracht, is de appèlrechter niet meer gehouden dit verweer te beantwoorden al wordt in appèlconclusie de eerste conclusie in algemene termen herhaald
(1).
(1)Cass., 7 dec. 1993; AR 6893, nr
  1. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Beroepsconclusies Verwijzing naar conclusie genomen voor eerste rechter Antwoord van de eerste rechter Afwezigheid van grieven tegen die beslissing in hoger beroep Antwoord van de appelrechter Tekst van de beslissing Nr. P.05.0302.N B D B P R, eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Isabelle De Clercq, advocaat bij de balie te Gent. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 7 december 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel
  2. Eerste onderdeel Overwegende dat het feit dat de rechter anders oordeelt dan de beklaagde in conclusie aanvoert, geen motiveringsgebrek oplevert; Dat het onderdeel in zoverre faalt naar recht; Overwegende dat het arrest eisers schuld niet afleidt uit "een totaal onbekende premisse", maar wel uit de feitelijke gegevens die het vaststelt, met name dat eiser materieel meegewerkt heeft, eensdeels, aan het opstellen van de valse stukken door het maken van overzichten van verbruikte drankbonnen en maaltijden en het opstellen van de facturen na uitrekenen door een medebeklaagde, anderdeels, aan het gebruik van die stukken doordat hij bij controles aanwezig was en moest antwoorden op vragen omtrent het niet conform zijn ervan; Dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat het onderdeel voor het overige opkomt tegen het onaantastbare oordeel van het arrest dat eiser deelgenomen heeft aan het opstellen van de valse facturen en aan het gebruik ervan; Dat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is;
  3. Tweede onderdeel Overwegende dat om een beklaagde te veroordelen als mededader of medeplichtige aan valsheid in geschrifte, het niet vereist is dat alle bestanddelen van het misdrijf begrepen zijn in de deelnemingshandelingen; dat het voldoende is dat vaststaat dat een dader de valsheid heeft gepleegd en dat een mededader of medeplichtige wetens en willens aan de uitvoering ervan heeft medegewerkt op een van de wijzen bepaald in de artikelen 66, tweede en derde lid, en 67 Strafwetboek; Dat het inzake fiscale valsheid bijgevolg niet vereist is dat de mededader zelf het oogmerk heeft een der misdrijven bepaald in artikel 73 BTW-wetboek of in artikel 449 WIB/1992 te plegen; dat het volstaat dat hij, op een van de wijzen bepaald in artikel 66, tweede en derde lid, Strafwetboek, zijn medewerking verleent aan dergelijke valsheid, wetende dat een dader, waarvan vaststaat dat hij de valsheid heeft gepleegd, het oogmerk heeft de bedoelde misdrijven op de belastingswet te plegen; Overwegende dat eiser samen met twee medebeklaagden vervolgd werd wegens, als dader of mededader, fiscale valsheid in geschrifte te hebben gepleegd en gebruik van de valse stukken te hebben gemaakt; dat het arrest eisers medebeklaagden schuldig verklaart aan de ten laste gelegde valsheden en oordeelt dat "alhoewel (eiser) wellicht een ondergeschikte rol vervulde en handelde als werknemer, (...) niet (kan) ontkend worden dat hij wetens en willens zijn actieve medewerking verleende aan de gepleegde valsheden en het gebruik ervan" en dat "in zijn hoofde (...) geen bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden (diende) te worden bewezen"; dat het arrest op die gronden oordeelt dat eiser aan de in de telastleggingen vermelde valsheden zijn medewerking heeft verleend op een der wijzen bedoeld in artikel 66, tweede en derde lid, Strafwetboek en eiser schuldig verklaart; dat het aldus de beslissing naar recht verantwoordt; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;
  4. Derde onderdeel Overwegende dat artikel 210 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat in hoger beroep de beklaagde wordt gehoord over de nauwkeurig bepaalde grieven die tegen het beroepen vonnis worden ingebracht; Overwegende dat, alhoewel eiser in zijn voor het hof van beroep genomen conclusie heeft gesteld dat hij zijn voor de eerste rechter genomen conclusie hernam, deze appèlconclusie betreffende het in het onderdeel bedoelde verweer geen enkele grief tegen het beroepen vonnis formuleert; dat de appèlrechters derhalve niet hoefden te antwoorden op dat verweer; Dat het onderdeel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd en zeven euro achtentwintig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van achtentwintig juni tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.17 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950919.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111129.6 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240306.2F.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240911.2F.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.