← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050705.21

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juli 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050705.21 Rolnummer: P.05.0896.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-10-19 Raadplegingen: 708 - laatst gezien 2026-07-04 07:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 149, Grondwet is niet van toepassing voor de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel

(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: UITLEVERING Europees aanhoudingsbevel Beslissing van het onderzoeksgerecht Middel afgeleid uit de schending van artikel 149 Gw. Wettelijke bepalingen: Wet - 17-02-1994 - Art.149 Fiche 2 Voor de onderzoeksgerechten die met toepassing van de artikelen 16 en 17 van de wet betreffende het Europees aanhoudingsbevel uitspraak doen, is de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij de hechtenis van de betrokken persoon krachtens artikel 11, ,§ 3, van dezelfde wet wordt bevolen, niet aanhangig en hebben de onderzoeksgerechten geen rechtsmacht om over de regelmatigheid van die beschikking uitspraak te doen
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: UITLEVERING Europees aanhoudingsbevel Tenuitvoerlegging Onderzoeksgerecht Toezicht Voorwerp Beschikking van de onderzoeksrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt.16en17 Fiche 3 De onderzoeksgerechten die oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel, hebben geen rechtsmacht om uitspraak te doen over de teruggave van voorwerpen die in het kader van een andere rechtszaak in beslaggenomen werden
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: UITLEVERING Europees aanhoudingsbevel Tenuitvoerlegging Onderzoeksgerecht Voorwerpen Inbeslagneming Teruggave Oordeel Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art.26,§1,tw Fiche 4 Wanneer de persoon op wie het Europees aanhoudingsbevel met het oog op de instelling van vervolging betrekking heeft, Belg is of in België verblijft, kan de overlevering afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de persoon, na te zijn berecht, naar België wordt teruggezonden teneinde aldaar de straf of de veiligheidsmaatregel te ondergaan die tegen hem in de uitvaardigende Staat is uitgesproken; de onderzoeksgerechten die oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel oordelen onaantastbaar of aan de betrokken persoon die Belg is of in België verblijft die voornoemde maatregel kan worden toegekend
(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: UITLEVERING Europees aanhoudingsbevel Tenuitvoerlegging Onderzoeksgerecht Overlevering Voorwaarde dat de persoon, na te zijn berecht, naar België wordt teruggezonden Onaantastbare beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art.8 Fiches 5 - 8 Concl. eerste adv.-gen. J.F. LECLERCQ, Cass., 5 juli 2005, AR P.05.0896.N, A.C., 2005, nr ... Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: UITLEVERING Europees aanhoudingsbevel Beslissing van het onderzoeksgerecht Middel afgeleid uit de schending van artikel 149 Gw. UITLEVERING Europees aanhoudingsbevel Tenuitvoerlegging Onderzoeksgerecht Toezicht Voorwerp Beschikking van de onderzoeksrechter UITLEVERING Europees aanhoudingsbevel Tenuitvoerlegging Onderzoeksgerecht Voorwerpen Inbeslagneming Teruggave Oordeel UITLEVERING Europees aanhoudingsbevel Tenuitvoerlegging Onderzoeksgerecht Overlevering Voorwaarde dat de persoon, na te zijn berecht, naar België wordt teruggezonden Onaantastbare beoordeling Nota: P.05.0896.N Eerste adv.-gen. J.F. LECLERCQ heeft in substantie gezegd: 1. Het eerste middel faalt naar recht. Aan de ene zijde: artikel 149 Grondwet is niet van toepassing voor de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel
(1). Aan de andere zijde: voor de onderzoeksgerechten die met toepassing van de artikelen 16 en 17 van de wet betreffende het Europees aanhoudingsbevel uitspraak doen, de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij de hechtenis van de betrokken persoon krachtens artikel 11, ,§ 3, van dezelfde wet wordt bevolen, is niet aanhangig en de onderzoeksgerechten hebben geen rechtsmacht om over de regelmatigheid van die beschikking uitspraak te doen. Deze regel lijkt op het eerste gezicht schokkend, maar ligt in de logica van het Europees aanhoudingsbevel. Immers, de vrijheidsberovende titel is niet de beschikking van de onderzoeksrechter, maar het Europees aanhoudingsbevel van de uitvaardigende Staat
(2).
  1. Het tweede middel faalt dus ook naar recht.
  2. Het derde middel faalt naar recht. Artikel 26, ,§ 1, van de wet betreffende het Europees aanhoudingsbevel is van toepassing. Geen bijzondere wettelijke voorwaarden van toepassing zijn voorzien.
  3. Het vierde middel faalt naar recht. Aan de ene zijde: artikel 149 Grondwet is niet van toepassing voor de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel. Aan de andere zijde: wat artikel 8 van de wet betreffende het Europees aanhoudingsbevel betreft, is de beoordeling door de onderzoeksgerechten in feite, dientengevolge onaantastbaar
(3). 5. De beslissing is, voor het overige, overeenkomstig de wet, gewezen. Conclusie: verwerping. Arrest ____________________________________
(1)Cass. 16 maart 2005, A.R. P.05.0323.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050316.4, nr ..., redenen; zie Cass. 26 maart 1997, A.R. P.97.0378.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970326.8, nr 166.
(2)Zie Cass. 25 januari 2005, A.R. P.05.0065.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050125.4, nr .... Alles valt of blijft met het aanhoudingsbevel waarvan de regelmatigheid niet kan onderzocht worden door de Belgische rechter. De onderzoeksrechter doet niets anders dan nagaan of de voorwaarden van tenuitvoerlegging bepaald in de artikelen 4 tot 6 van de wet vervuld zijn. Daarbij kan de onderzoeksrechter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de betrokkene, deze krachtens artikel 11, ,§ 4, of 20 van de wet van 19 december 2003, al dan niet, met of zonder voorwaarden, in vrijheid stellen. Ook kan de raadkamer en de K.I. de vrijheid onder voorwaarden van eiser gelasten, maar dit houdt m.i. geen onderzoek naar de regelmatigheid van de beschikking van de onderzoeksrechter in.
(3)Zie Cass. 5 oktober 2004, A.R. P.04.1286.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041005.6, nr ... Tekst van de beslissing Nr. P.05.0896.N F. O., eiser, aangehouden, met als raadsman Mr. Leo Deckers, advocaat bij de balie te Tongeren. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 20 juni 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie vier middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen Overwegende dat artikel 149 Grondwet niet van toepassing is voor de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel; Dat het eerste, tweede en vierde middel, in zoverre zij schending van die grondwettelijke bepaling aanvoeren, falen naar recht;
  1. Eerste middel Overwegende dat het middel, in zoverre het de regelmatigheid van de beschikking tot hechtenis genomen door de onderzoeksrechter en de beschikking van de raadkamer aanvecht, niet gericht is tegen het bestreden arrest, mitsdien niet ontvankelijk is; Overwegende dat krachtens artikel 11, ,§ 7, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, tegen de beschikking waarbij de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 11, ,§ 3, van dezelfde wet beslist over de hechtenis van de betrokken persoon, geen rechtsmiddel openstaat; Overwegende dat de onderzoeksgerechten die met toepassing van de artikelen 16 en 17 van de voormelde wet uitspraak doen, enkel te oordelen hebben over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 8 van die wet, na te hebben nagegaan of de voorwaarden van artikel 3 van diezelfde wet vervuld zijn; Dat voor die onderzoeksgerechten de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij de hechtenis van de betrokken persoon krachtens artikel 11, ,§ 3, voornoemd wordt bevolen, evenwel niet aanhangig is en de onderzoeksgerechten geen rechtsmacht hebben om over de regelmatigheid van die beschikking uitspraak te doen; Dat hieruit volgt dat een daarop betrekking hebbend verweer van de betrokken persoon doelloos is, zodat de onderzoeksgerechten daarop niet hoeven te antwoorden; Dat het middel, in zoverre het uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht;
  2. Tweede middel Overwegende dat zoals blijkt uit het antwoord op het eerste middel, de onderzoeksgerechten die uitspraak doen met toepassing van de artikelen 16 en 17 van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, enkel uitspraak doen over de tenuitvoerlegging van dat bevel maar geen rechtsmacht hebben om de regelmatigheid van de beslissing tot hechtenis genomen door de onderzoeksrechter krachtens artikel 11, ,§ 3, van dezelfde wet te onderzoeken; Overwegende dat inzake Europees aanhoudingsbevel, de beslissing genomen door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit als bedoeld in artikel 2, ,§ 3, van de vermelde wet en niet de beschikking van de onderzoeksrechter genomen met toepassing van artikel 11, ,§ 3, van dezelfde wet, de vrijheidsberovende titel uitmaakt; Dat het middel, dat geheel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht;
  3. Derde middel Overwegende dat het middel in zoverre het schending aanvoert van artikel 15 van de Grondwet niet gericht is tegen het bestreden arrest, mitsdien niet ontvankelijk is; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; Overwegende dat artikel 26, ,§ 1, tweede lid, voornoemd, bepaalt dat de raadkamer de teruggave gelast van de voorwerpen die geen rechtstreeks verband houden met het feit dat de betrokken persoon ten laste is gelegd en doet, in voorkomend geval, uitspraak over de aanspraken van derde bezitters of van andere rechthebbenden; Dat deze bevoegdheid van de onderzoeksgerechten die oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel beperkt is tot de teruggave van de voorwerpen die naar aanleiding van de rechtszaak die verband houdt met het strafbare feit waarvoor het Europees aanhoudingsbevel is verleend; dat die onderzoeksgerechten evenwel geen rechtsmacht hebben om uitspraak te doen over de teruggave van voorwerpen die in het kader van een andere rechtszaak in beslaggenomen werden; Overwegende dat het arrest oordeelt dat er geen grond is tot teruggave van in beslaggenomen voorwerpen "daar het geheel der voorhanden zijnde gegevens niet toelaat te stellen dat (het beslag) op verzoek van de uitvaardigende vreemde rechterlijke autoriteit is gebeurd"; dat het aldus te kennen geeft dat de voorwerpen waarvan eiser de teruggave vordert niet in beslag genomen werden naar aanleiding van de rechtszaak die het strafbare feit waarvoor het Europees aanhoudingsbevel is verleend tot voorwerp heeft, zodat de kamer van inbeschuldigingstelling geen rechtsmacht heeft om over die teruggave uitspraak te doen; dat het hierdoor de beslissing naar recht verantwoordt; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen;
  4. Vierde middel Overwegende dat artikel 8 van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, bepaalt dat wanneer de persoon op wie het Europees aanhoudingsbevel met het oog op de instelling van vervolging betrekking heeft Belg is of in België verblijft, de overlevering afhankelijk kan worden gesteld van de voorwaarde dat de persoon, na te zijn berecht, naar België wordt teruggezonden teneinde aldaar de straf of de veiligheidsmaatregel te ondergaan die tegen hem in de uitvaardigende Staat is uitgesproken; Dat uit deze bepaling volgt dat de onderzoeksgerechten die oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel onaantastbaar oordelen of aan de betrokken persoon die Belg is of in België verblijft de erin vermelde maatregel kan worden toegekend; Overwegende dat het arrest eisers verzoek om te mogen genieten van de maatregel bepaald in artikel 8 van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, afwijst op grond dat eiser vreemdeling is en niet langdurig in het land verblijft; dat het arrest aldus geen bijkomende voorwaarde oplegt voor de toepassing van artikel 8, maar enkel in feite onaantastbaar oordeelt waarom de gevraagde gunstmaatregel niet kan worden toegekend; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende dat het middel, dat voor het overige opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van het arrest dat eiser niet langdurig in België verblijft, niet ontvankelijk is; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zesenzestig euro drieënvijftig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, de raadsheren Frédéric Close, Paul Mathieu, Didier Batselé, Paul Maffei, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijf juli tweeduizend en vijf, door raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050705.21 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110301.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970326.8 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041005.6 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050125.4 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050316.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060802.2 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.7 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110215.10 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160810.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.20 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220223.2F.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.