← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050802.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050802.1 Rolnummer: P.05.0932.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2006-02-03 Raadplegingen: 419 - laatst gezien 2026-07-03 13:53 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer, enerzijds, de raadkamer inverdenkinggestelden wegens verscheidene misdrijven naar de correctionele rechtbank heeft verwezen, terwijl een van die feiten ten laste van een van hen mogelijks dateert van voor zijn meerderjarigheid en, anderzijds, de correctionele rechtbank een vonnis heeft gewezen waarbij zij zich onbevoegd heeft verklaard om over dat als misdrijf omschreven feit te oordelen, gaat het Hof na of tegen de beschikking van de raadkamer vooralsnog geen rechtsmiddel kan worden aangewend en of het vonnis van de correctionele rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan; zo ja, beslist het tot regeling van rechtsgebied, vernietigt het de beschikking van de raadkamer in zoverre die betrekking heeft op dat als misdrijf omschreven feit dat door die beklaagde mogelijks was gepleegd vooraleer hij de volle leeftijd van achttien jaar had bereikt en verwijst het de aldus beperkte zaak naar de bevoegde procureur des Konings

(1).
(1)Zie Cass., 21 mei 2003, AR P.03.0493.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030521.15, nr 311 en 22 september 2004, AR P.04.0931.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040922.10, nr 427. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen onderzoeksgerecht en vonnisgerecht - Minderjarige Vrije woorden: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen onderzoeksgerecht en vonnisgerecht - Minderjarige Raadkamer Beschikking tot verwijzing van inverdenkinggestelden naar de correctionele rechtbank wegens verscheidene misdrijven Eén van die misdrijven mogelijks gepleegd voor de meerderjarigheid van één van hen Correctionele rechtbank Onbevoegdverklaring voor de beoordeling van dat misdrijf Beslissingen in kracht van gewijsde Fiche 2 Er kan geen samenhang bestaan tussen de strafvordering en de rechtsvordering die tot de bevoegdheid van de jeugdrechtbank behoort
(1).
(1)Zie Cass., 22 september 2004, AR P.04.0931.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040922.10, nr 427. Thesaurus CAS: SAMENHANG Vrije woorden: SAMENHANG Strafzaken Strafvordering Rechtsvordering voor de jeugdrechtbank Wettelijke bepalingen: Wet - 08-04-1965 - Artt.36en48, Fiche 3 De correctionele rechtbank die zich onbevoegd heeft verklaard om te oordelen over een als misdrijf omschreven feit ten laste van een van de beklaagden omdat het mogelijks dateert van voor zijn meerderjarigheid, blijft geadieerd van de strafvordering wegens andere misdrijven tegen deze en een andere beklaagde
(1).
(1)Zie Cass., 22 september 2004, AR P.04.0931.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040922.10, nr
  1. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Vrije woorden: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Correctionele rechtbank Eén van de misdrijven mogelijks gepleegd voor de meerderjarigheid van een beklaagde Onbevoegdverklaring Andere misdrijven Tekst van de beslissing Nr. P.05.0932.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE OUDENAARDE, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, inzake
  2. D. F.,
  3. S. C., inverdenkinggestelden en beklaagden. I. De door het verzoek bedoelde beslissingen De procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde verzoekt om regeling van rechtsgebied ingevolge: - de beschikking, op 23 juli 2004 gewezen door de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde; - het vonnis, op 30 juli 2004 op tegenspraak gewezen door de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Reden van het verzoek De procureur des Konings te Oudenaarde legt een verzoekschrift neer. Dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat de beschikking van de raadkamer, na aanneming van verzachtende omstandigheden voor alle telastleggingen, de beklaagden, beiden toen nog aangehouden, naar de correctionele rechtbank verwees wegens mededaderschap; A. de eerste en de tweede, te Geraardsbergen op 21 april 2004 diefstal door middel van geweld of bedreiging, met de omstandigheid dat de diefstal gepleegd werd onder twee van de in artikel 471 Strafwetboek vermelde omstandigheden, dit is door middel van braak, door twee of meer personen en bij nacht; B. de eerste, diefstal door middel van braak, inklimming of valse sleutels,
  4. te Geraardsbergen op 10 september 2003 en
  5. te Geraardsbergen op een niet nader te bepalen tijdstip in de periode van 1 april 2003 tot en met 31 december 2003; Overwegende dat het vonnis van de correctionele rechtbank, op grond dat waar de eerste beklaagde geboren is op 23 april 1985 en de feiten vermeld onder de telastlegging B.2 mogelijk dateren van vóór zijn meerderjarigheid, zich onbevoegd verklaarde "voor de periode van 1 april 2003 tot en met 22 april 2003 wat de telastlegging B.2 betreft in hoofde van (de eerste beklaagde)" en de zaak voor het overige onbepaald uitstelde "teneinde de procedure haar verdere verloop te laten kennen in toepassing van de artikelen 525 tot 540 van het Wetboek van Strafvordering over de regeling van rechtsgebied"; Overwegende dat er tegen de beschikking van de raadkamer vooralsnog geen rechtsmiddel openstaat en het vonnis van de correctionele rechtbank kracht van gewijsde heeft; Dat hun onderlinge tegenstrijdigheid een geschil van rechtsmacht doet ontstaan dat de rechtsgang belemmert; Overwegende dat de correctionele rechtbank niet bevoegd is om over het aan de eerste beklaagde onder de telastlegging B.2 verweten als misdrijf omschreven feit te oordelen, voor zover dit zou zijn gepleegd vooraleer hij de volle leeftijd van achttien jaar had bereikt, dit is 23 april 2003; Overwegende dat geen samenhang kan bestaan tussen de strafvordering en de rechtsvordering die tot de bevoegdheid van de jeugdrechtbank behoort; dat de correctionele rechtbank nog steeds geadieerd is van de strafvordering tegen de eerste beklaagde, uitgenomen voor het feit van de telastlegging B.2 voor zover dit zou zijn gepleegd vóór 23 april 2003, en van de strafvordering tegen de tweede beklaagde; OM DIE REDENEN, HET HOF, Beslissende tot regeling van rechtsgebied; Vernietigt de beschikking van de raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde van 23 juli 2004, in zoverre die de eerste beklaagde naar de correctionele rechtbank verwijst wegens het feit van de telastelling B.2 in zoverre dit gepleegd zou zijn vóór 23 april 2003; Verwijst de zaak, binnen die grenzen, naar de procureur des Konings te Oudenaarde; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beschikking; Laat de kosten ten laste van de Staat. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, de raadsheren Luc Huybrechts, Eric Stassijns, Christine Matray, Luc Van hoogenbemt, en in openbare terechtzitting van twee augustus tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050802.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030521.15 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040922.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090311.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.