id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050809.16 Rolnummer: P.05.1035.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-10-25 Raadplegingen: 198 - laatst gezien 2026-07-03 11:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer, enerzijds, nadat de raadkamer tegen de verdachte van een misdaad, waarop de in de wet bepaalde straf niet toelaat hem wegens verzachtende omstandigheden naar de correctionele rechtbank te verwijzen, een beschikking tot gevangenneming heeft verleend met overmaking van de stukken aan de procureur-generaal bij het hof van beroep, dit hof, kamer van inbeschuldigingstelling, na heromschrijving van de oorspronkelijk ten laste van de verdachte gelegde misdaad en aanneming van verzachtende omstandigheden, hem naar de correctionele rechtbank heeft verwezen en, anderzijds, dit hof, correctionele kamer, het vonnis van de correctionele rechtbank bevestigt wat betreft de heromschrijving van het feit als een misdaad waarvoor een verdachte niet wegens verzachtende omstandigheden naar de correctionele rechtbank kan worden verwezen en de hieruit voortvloeiende onbevoegdheid van de rechtbank om kennis te nemen van de strafvordering tegen de beklaagde, gaat het Hof na of tegen het arrest van het hof van beroep, kamer van inbeschuldigingstelling, vooralsnog geen rechtsmiddel openstaat en of het arrest van dat hof, correctionele kamer, in kracht van gewijsde is gegaan; zo ja, beslist het tot regeling van rechtsgebied, vernietigt het dat arrest van dat hof, kamer van inbeschuldigingstelling, in zoverre het verzachtende omstandigheden aanneemt en de verdachte naar de correctionele rechtbank verwijst en verwijst het de aldus beperkte zaak naar dat hof van beroep, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld
(1).
(1)Op te merken is - zoals het arrest vaststelt - dat de correctionele rechtbank zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van het geheel van de strafvordering, dus ook wat betreft hetzelfde als moord omschreven feit in hoofde van een medebeklaagde en het samenhangend wanbedrijf (schuldig verzuim), in hoofde van twee andere beklaagden en dat het hof van beroep, correctionele kamer, de zaak wat dat betreft "splitste", de mededader vrijsprak, de andere beklaagden veroordeelde en recht deed op de tegen dezen ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen. Daar ook deze beslissingen kracht van gewijsde hadden was er op dat vlak geen strijdigheid met de beslissing die door het Hof diende te worden vernietigd. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen onderzoeksgerecht en vonnisgerecht - Aard van het misdrijf Vrije woorden: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen onderzoeksgerecht en vonnisgerecht - Aard van het misdrijf Kamer van inbeschuldigingstelling Heromschrijving na beschikking tot gevangenneming en overmaking van de stukken aan de procureur-generaal Verzachtende omstandigheden Verwijzing naar de correctionele rechtbank Hof van beroep Correctionele kamer Heromschrijving tot misdaad Onbevoegdverklaring In kracht van gewijsde gegane beslissingen Wettelijke bepalingen: Wet - 04-10-1867 - Art.2,eerstee Fiches 2 - 3 Wanneer het arrest van het hof van beroep, kamer van inbeschuldigingstelling, dat de verdachte van een misdaad, nadat de raadkamer tegen hem een beschikking tot gevangenneming heeft verleend met oververmaking van de stukken aan de procureur-generaal bij dat hof, na heromschrijving van het feit, wegens aanneming van verzachtende omstandigheden naar de correctionele rechtbank heeft verwezen, door het Hof van cassatie, beslissende tot regeling van rechtsgebied, vernietigd wordt, heeft het arrest van dezelfde datum van die kamer van inbeschuldigingstelling, dat beslist tot handhaving van de aanhouding van de verdachte, geen bestaansredenen meer. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Kamer van inbeschuldigingstelling Misdaad Verwijzing naar de correctionele rechtbank Regeling van rechtsgebied Vernietiging Wettelijke bepalingen: Wet - 20-07-1990 - Art.26,§3 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Kamer van inbeschuldigingstelling Misdaad Verwijzing naar de correctionele rechtbank Regeling van rechtsgebied Vernietiging Voorlopige hechtenis Handhaving Wettelijke bepalingen: Wet - 20-07-1990 - Art.26,§3 Tekst van de beslissing Nr. P.05.1035.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, inzake A. F., inverdenkinggestelde en beklaagde, gedetineerd. I. De door het verzoek bedoelde beslissingen De procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen verzoekt om regeling van rechtsgebied ingevolge: - het arrest, op 13 december 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling; - het arrest, op 9 juni 2005 op tegenspraak gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Reden van het verzoek De procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen legt een verzoekschrift neer. Dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat de beklaagde A F en andere beklaagden het voorwerp hebben uitgemaakt van een gerechtelijk onderzoek betreffende, wat de beklaagde A F en één andere medebeklaagde betreft, mededaderschap aan moord, en, wat twee andere medebeklaagden betreft, verzuim hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert; Dat de raadkamer bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen bij beschikking van 7 juli 2004 tegen de beklaagde A F en de andere beklaagde wegens de telastlegging van moord een beschikking tot gevangenneming heeft verleend waarvan ze de onmiddellijke tenuitvoerlegging heeft bevolen met overmaking van de stukken aan de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen; Overwegende dat het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, bij arrest van 13 december 2004, de beklaagde A F, na heromschrijving van het hem oorspronkelijk ten laste gelegde feit van mededaderschap aan moord en na aanneming van verzachtende omstandigheden, en andere beklaagden naar de correctionele rechtbank heeft verwezen, de beklaagde A F meer bepaald wegens de telastlegging van te Antwerpen, op 25 oktober 2003, mededaderschap aan "opzettelijk en met voorbedachten rade, maar zonder het oogmerk om te doden, slagen en verwondingen te hebben toegebracht aan D P, geboren te (...) op (...), de slagen of verwondingen hebbende toch diens dood veroorzaakt"; Dat het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldiging-stelling, bij afzonderlijk ter gelegenheid van de regeling van de rechtspleging op 13 december 2004 gewezen arrest, heeft beslist dat de beklaagde A F aangehouden blijft; Overwegende dat de Correctionele Rechtbank te Antwerpen, bij op 11 maart 2005 tegen de beklaagde A F op tegenspraak gewezen vonnis, heeft geoordeeld dat het onder meer hem ten laste gelegde feit moet omschreven worden als "opzettelijk, met het oogmerk om te doden en met voorbedachten rade, D P, geboren te (...) op (...), gedood te hebben" en zich dienvolgens onbevoegd heeft verklaard om van dit feit en daarmee samenhangende feiten ten laste van de andere beklaagden kennis te nemen; Overwegende dat het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, bij tegen de beklaagde A F op tegenspraak op 9 juni 2005 gewezen arrest, recht heeft gedaan op de tegen zijn medebeklaagden ingestelde strafvordering en burgerlijke rechtsvorderingen, maar het beroepen vonnis heeft bevestigd wat betreft de heromschrijving van het aan de beklaagde A F te laste gelegde feit en de hieruit voortvloeiende onbevoegdheid om kennis te nemen van de strafvordering tegen hem; Overwegende dat er tegen het arrest van het Hof van Beroep, kamer van inbeschuldigingstelling, vooralsnog geen rechtsmiddel openstaat en het arrest van het Hof van Beroep, correctionele kamer, kracht van gewijsde heeft; Dat hun onderlinge tegenstrijdigheid een geschil van rechtsmacht doet ontstaan dat de rechtsgang belemmert; Overwegende dat het aan A F ten laste gelegde feit de misdaad van moord schijnt op te leveren, die de artikelen 66, 392, 393 en 394 Strafwetboek strafbaar stelt met levenslange opsluiting; Dat artikel 2 van de wet van 4 oktober 1867 het onderzoeksgerecht niet toelaat om een van de misdaad van moord beklaagde na aanneming van verzachtende omstandigheden naar de correctionele rechtbank te verwijzen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Beslissende tot regeling van rechtsgebied; Vernietigt het op 13 december 2004 gewezen arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, in zoverre het verzachtende omstandigheden aanneemt ten aanzien van de beklaagde A F en hem naar de correctionele rechtbank verwijst; Zegt dat het eveneens op 13 december 2004 gewezen arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, dat beslist tot de handhaving van de aanhouding van A F, geen bestaansreden meer heeft; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, de raadsheren Luc Huybrechts, Eric Stassijns, Christine Matray, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van negen augustus tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050809.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div