id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 augustus 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050816.3 Rolnummer: P.05.1130.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-11-28 Raadplegingen: 539 - laatst gezien 2026-07-04 12:06 Versie(s): Vertaling FR Fiche Krachtens artikel 27, ,§ 3, vierde lid, Wet Voorlopige Hechtenis, moet de beslissing tot verwerping van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling dat een aangehoudene na een bevel tot onmiddellijke aanhouding heeft ingediend, worden gemotiveerd met inachtneming van hetgeen is voorgeschreven in artikel 16, ,§ 5, eerste en tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis
(1).
(1)Cass., 19 juli 1993, AR P.93.1065.N ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930719.1, nr 319; 30 dec. 1997, AR P.97.1649.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.2, nr
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING Vrije woorden: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING Voorlopige invrijheidstelling Verzoekschrift Verwerping Motivering Tekst van de beslissing Nr. P.05.1130.N V J-J, eiser, verdachte, gedetineerd, met als raadsman Mr. D. Vantomme, advocaat bij de balie te Kortrijk. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 1 augustus 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser voert in een memorie grieven aan. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de grieven
- Grief I en IIA Overwegende dat de grieven én opkomen tegen de beoordeling van de feiten door de rechter én het Hof verplichten tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is; Dat de grieven niet ontvankelijk zijn;
- Grieven II.B, II.B.1 en II.B.2 Overwegende dat het als geschonden aangewezen artikel 33, ,§ 2, eerste lid, Wet Voorlopige Hechtenis betrekking heeft op de voorwaarden voor een onmiddellijke aanhouding; Overwegende dat het cassatieberoep geen betrekking heeft op de onmiddellijke aanhouding van eiser maar op de afwijzing van zijn verzoek tot voorlopige invrijheidstelling; Overwegende dat, krachtens artikel 27, ,§ 3, vierde lid, Wet Voorlopige Hechtenis, de beslissing tot verwerping van dergelijk verzoek tot voorlopige invrijheidstelling moet worden gemotiveerd met inachtneming van hetgeen is voorgeschreven in artikel 16, ,§ 5, eerste en tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis; Dat laatstgenoemde bepaling vereist dat de beslissing het bestaan vaststelt van ernstige aanwijzingen van schuld en dat ze de feitelijke omstandigheden vermeldt van de zaak en die welke eigen zijn aan de persoonlijkheid van de verdachte die de voorlopige hechtenis wettigen gezien de criteria van artikel 16, ,§ 1, Wet Voorlopige Hechtenis; Overwegende dat de grieven die ervan uitgaan dat het enige criterium voor de beoordeling van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling, de bij artikel 33, ,§ 2, eerste lid, Wet Voorlopige Hechtenis bedoelde vrees is dat de betrokkene zich aan de uitvoering van de straf zou pogen te onttrekken, falen naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt de eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van vijfenzeventig euro drieënnegentig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, de raadsheren Jean de Codt, Eric Stassijns, Christine Matray, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zestien augustus tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050816.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211222.2F.14 ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.086 precedenten: ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930719.1 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div