← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050906.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050906.6 Rolnummer: P.05.0411.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2005-12-16 Raadplegingen: 536 - laatst gezien 2026-07-04 04:01 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De saisine van de rechter, die gevat wordt voor een feit en niet slechts voor een kwalificatie, heeft tot voorwerp een als misdrijf omschreven feit dat op een bepaalde datum of in een bepaalde tijdsperiode werd gepleegd. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Saisine Voorwerp Fiche 2 Mits de rechter zijn uitspraak beperkt tot het misdrijf waarvoor hij gevat is, verbiedt geen wetsbepaling hem aan de hand van voordien of nadien verrichte gedragingen of onthoudingen de datum van het plegen van het vastgestelde misdrijf vast te stellen

(1).
(1)Cass., 4 sept. 1959, A.C., 1960, 10; Cass., 14 dec. 1964, Pas., 1965, I,
  1. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Datum van het plegen van het misdrijf In aanmerking te nemen elementen Voorwaarde Tekst van de beslissing Nr. P.05.0411.N
  2. H A L T,
  3. S R J F M, eisers, beklaagden, met als raadsman Mr. Bart Spriet, advocaat bij de balie te Turnhout, tegen H M, verweerder, burgerlijke partij. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 9 februari 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, dat enkel oordeelt op burgerlijk gebied. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eisers stellen in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof
  4. Eerste onderdeel Overwegende dat de appèlrechters niet alleen op grond van de afhaling en inning, maar mede op grond van de feitelijke vaststellingen die het arrest vermeldt (bladzijde 4, tweede paragraaf), oordelen dat de eisers op datum van deze afhaling en inning de aan hen gegeven volmacht hebben misbruikt en de door hen in bezit genomen gelden wetens en willens, met bedrieglijk opzet, hebben afgewend van hun oorspronkelijk doel; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  5. Tweede onderdeel Overwegende dat de appèlrechters met hun feitelijke vaststellingen zoals hierboven vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel, oordelen dat de bedrieglijke verduisteringen of verspillingen reeds op datum van de afhaling en inning werden gepleegd, en zodoende eisers conclusie beantwoorden; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  6. Derde onderdeel Overwegende dat de rechter gevat wordt voor een feit en niet slechts voor een kwalificatie; dat zijn saisine niet tot voorwerp heeft een bepaalde datum of een bepaalde termijn, maar een als misdrijf omschreven feit dat op die datum of in die tijdsperiode werd gepleegd; dat geen wetsbepaling hem verbiedt mede aan de hand van voordien of nadien verrichte gedragingen of onthoudingen de datum van het plegen van het ten laste gelegde feit vast te stellen, mits hij zijn uitspraak beperkt tot het misdrijf waarvoor hij gevat is; Overwegende dat de appèlrechters met hun vaststelling dat de eisers niet de minste verantwoording kunnen geven betreffende de wijze waarop deze gelden "nadien" aangewend werden, enkel oordelen dat de verduistering of de verspilling op de datum van de telastlegging, zoals omschreven in de akte van aanhangigmaking, werd gepleegd; dat zij bijgevolg de eisers niet schuldig verklaren aan misdrijven die buiten de akte van aanhangingmaking en aldus buiten hun saisine vallen; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;
  7. Vierde onderdeel Overwegende dat de appèlrechters met hun vaststelling dat de eisers niet de minste verantwoording kunnen geven betreffende de wijze waarop deze gelden "nadien" aangewend werden, niet oordelen dat de verduisteringen of de verspilling op een andere datum dan deze van de telastlegging, zoals omschreven in de akte van aanhangigmaking, werden gepleegd, mitsdien van deze akte geen uitlegging geven die met de bewoordingen ervan niet verenigbaar is; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van zevenenvijftig euro zesentwintig cent waarvan zevenentwintig euro zesentwintig cent verschuldigd en dertig euro betaald door de eisers. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zes september tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050906.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170503.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.