← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.38

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:

Artikel 48

Vrije woorden: WEGVERKEER -

Artikel 48

Artikel 48.1° Besturen van een motorvoertuig spijts verval Artikel 38, ,§ 3, Wegverkeerswet Verval van het recht tot sturen uitgesproken als straf Mogelijkheid om het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van examens en onderzoeken Thesaurus CAS: WEGVERKEER -

Artikel 38

Vrije woorden: WEGVERKEER -

Artikel 38

Artikel 38, ,§ 3 Verval van het recht tot sturen uitgesproken als straf Mogelijkheid om het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van examens en onderzoeken Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Artikel 38, ,§ 3, Wegverkeerswet Verval van het recht tot sturen uitgesproken als straf Artikel 48.1°, Wegverkeerswet Besturen van een motorvoertuig spijts verval Mogelijkheid om het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van examens en onderzoeken Tekst van de beslissing Nr. P.05.0466.N M B. O. A. A., eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Eric Van Loo, advocaat bij de balie te Gent. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 22 februari 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen

  1. Eerste middel Overwegende dat het middel stelt dat de appèlrechters de straf, opgelegd voor de telastleggingen E, F, G en H, niet vermochten te verzwaren bij gebrek aan hoger beroep dienaangaande vanwege het openbaar ministerie; Overwegende dat de eerste rechter de eiser heeft veroordeeld: - wegens de vermengde telastleggingen E, F en G tot een hoofdgevangenisstraf van drie maanden en een geldboete van 300 euro of 21 dagen vervangende gevangenisstraf, alsmede tot een rijverbod van een jaar; - wegens de telastlegging H tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 500 euro of 30 dagen vervangend rijverbod, alsmede tot een rijverbod van twee jaar; Overwegende dat de appèlrechters de eiser hebben veroordeeld: - wegens de vermengde telastleggingen E, F en G tot een geldboete van 300 euro of 21 dagen vervangende gevangenisstraf, alsmede tot een rijverbod van een jaar; - wegens de vermengde telastleggingen D en H tot een geldboete van 500 euro of een maand vervangend rijverbod, alsmede tot een rijverbod van een jaar; Dat zij het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen in een medisch en psychologisch onderzoek en in theoretische en praktische proeven; Overwegende dat de appèlrechters die de eiser niet meer veroordelen tot een hoofdgevangenisstraf, geen zwaardere straf uitspreken, mitsdien de in het middel vermelde wetsbepalingen niet schenden; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
  2. Tweede middel Overwegende dat het middel uitsluitend gericht is tegen het afhankelijk maken van het herstel in het recht tot sturen van voorafgaande onderzoeken, opgelegd wegens de inbreuken op artikel 48.1° Wegverkeerswet (telastleggingen D en H); Overwegende dat de inbreuk op artikel 48.1° Wegverkeerswet (telastleggingen D en H) gestraft wordt met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van 500 euro tot 2.000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed; Dat wanneer, zoals in geval van inbreuk op artikel 48.1° Wegverkeerswet, het verval wordt uitgesproken als straf, artikel 38, ,§ 3, Wegverkeerswet de rechter de mogelijkheid biedt het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van het slagen voor een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek en een psychologisch onderzoek; Dat het middel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeënzeventig euro tachtig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van dertien september tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.38 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.