id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.39 Rolnummer: P.05.0479.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-02-10 Raadplegingen: 632 - laatst gezien 2026-07-04 09:19 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De bepaling van artikel 149, ,§ 1, Stedenbouwdecreet 1999, volgens welke de rechtbank naast de straf, op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen, kan bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken en/of bouw- of aanpassingswerken uit te voeren en/of een geldsom te betalen gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen, moet zo worden verstaan dat de rechter verplicht is het herstel te bevelen, zodra dit noodzakelijk is om de gevolgen van de overtreding te doen verdwijnen; hieruit volgt dat herstellen in de vorige staat niet betekent dat de plaats moet hersteld worden in een materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór de bouwovertreding bestond, maar dat het herstellen van de plaats in de vorige toestand ook kan inhouden dat de illegale constructie volledig of gedeeltelijk wordt afgebroken, met inbegrip van de vóór de bouwovertreding op die plaats reeds bestaande constructie die in de wederrechtelijke constructie is geïntegreerd en aldus één geheel uitmaakt
(1).
(1)Cass., 4 april 2000, AR P.98.0697.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000404.23, nr 221; 5 juni 2001, AR P.99.1455.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010605.4, nr 331; 13 sept. 2005, AR P.05.0522.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.40, nr ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Bevel om de plaats in de vorige staat te herstellen Vorige staat Fiche 2 Een "landschappelijk waardevol agrarisch gebied" is een "agrarisch gebied met bijzondere waarde" in de zin van artikel 146, vier lid, Stedenbouwdecreet
(1).
(1)Cass., 22 feb. 2005, AR P.04.1346.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.34, nr ... met concl. van procureur-generaal DE SWAEF. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALLERLEI Vrije woorden: STEDENBOUW - ALLERLEI Artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999, zoals gewijzigd bij decreet van 4 juni 2003 Agrarisch gebied met een bijzondere waarde Tekst van de beslissing Nr. P.05.0479.N S. L. R. J., eiser, beklaagde, met als raadslieden Mr. Robert Peeters en Mr. Dominiek Vandenbulcke, advocaten bij de balie te Brussel, ter zitting bijgestaan door Mr. Ine Van Wymersch, advocaat bij de balie te Brussel, tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen, met kantoor te Brugge, Werkhuisstraat 9, eiser tot herstel, verweerder, met als raadsman Mr. Veerle Tollenaere, advocaat bij de balie te Gent. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 4 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat volgens artikel 149, ,§ 1, Stedenbouwdecreet 1999, de rechtbank naast de straf, op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen, kan bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken en/of bouw- of aanpassingswerken uit te voeren en/of een geldsom te betalen gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen; dat die bepaling zo moet worden verstaan dat de rechter verplicht is het herstel te bevelen, zodra dit noodzakelijk is om de gevolgen van de overtreding te doen verdwijnen; Dat hieruit volgt dat herstellen in de vorige staat niet betekent dat de plaats moet hersteld worden in een materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór de bouwovertreding bestond; dat het herstellen van de plaats in de vorige toestand ook kan inhouden dat de illegale constructie volledig of gedeeltelijk wordt afgebroken, met inbegrip van de vóór de bouwovertreding op die plaats reeds bestaande constructie die in de wederrechtelijke constructie is geïntegreerd en aldus één geheel uitmaakt; Overwegende dat de appèlrechters dienaangaande oordelen: "Vermits de verbouwingswerken zo ingrijpend waren, wordt terecht gevorderd dat het herstel de afbraak van het geheel van de aldus tot stand gebrachte constructie omvat en niet het opnieuw omvormen tot een schuur en stallen onder 1 dak met een aan de achtergevel aangebouwd bijwerk. Herstel in de vorige toestand houdt niet in dat de plaats moet worden hersteld in een materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór de bouwovertreding bestond, wat in feite gelet precies op het ingrijpend karakter van de verbouwing niet mogelijk is"; Dat zij met die redenen hun beslissing naar recht verantwoorden; Dat het middel niet kan worden aangenomen;
- Tweede middel Overwegende dat het middel, in zoverre het aanvoert dat de werken niet gelegen zijn in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, opkomt tegen de beoordeling van feiten door de rechter en het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is; Overwegende voor het overige dat een "landschappelijk waardevol agrarisch gebied" een "agrarisch gebied met bijzondere waarde" is, in de zin van artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeëntachtig euro twintig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van dertien september tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.39 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161121.2 ECLI:BE:GHCC:2008:ARR.082 ECLI:BE:GHCC:2008:ARR.188 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000404.23 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010605.4 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.34 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.40 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060502.3 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071113.5 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091124.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div