← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.41

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.41 Rolnummer: P.05.0657.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2006-02-10 Raadplegingen: 732 - laatst gezien 2026-07-04 06:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De vonnisgerechten in strafzaken mogen geen uitspraak doen over feiten die niet bij die gerechten aanhangig zijn en de appèlrechters mogen geen uitspraak doen over andere feiten dan die waarop de beslissing van de eerste rechter betrekking had

(1).
(1)Cass., 23 sept. 1987, AR 6005, nr 51. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Bevoegdheid Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Algemeen Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Algemeen Strafvordering Bevoegdheid Fiche 3 In correctionele- of politiezaken maakt de verwijzingsbeschikking van een onderzoeksgerecht of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen niet de daarin vervatte kwalificatie bij de vonnisgerechten aanhangig, maar wel de feiten zoals zij blijken uit de stukken van het onderzoek of het opsporingsonderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding ten grondslag lagen, die eerste kwalificatie is in wezen voorlopig en het vonnisgerecht, ook in hoger beroep, heeft het recht en de plicht om, mits het recht van verdediging wordt geëerbiedigd, aan de ten laste gelegde feiten hun juiste omschrijving te geven
(1).
(1)Cass., 23 sept. 1987, AR 6005, nr 51; 8 dec. 1992, AR 5908, nr 774; 7 sept. 1994, AR P.94.1051.F ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940907.7, nr 364; 28 jan. 1997, AR P.96.0039.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970128.6, nr 51; 25 nov. 1997, AR P.95.1350.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971125.5, nr 500; 21 juni 2000, AR P.00.0446.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.26, nr 389, 23 okt. 2002, AR P.02.0958.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021023.9, nr 561. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Correctionele of politierechtbank Kwalificatie van de feiten Verplichting van de rechter Fiches 4 - 5 De strafrechter beoordeelt onaantastbaar, op grond van de gegevens van de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding en van het strafdossier, of de feiten die hij onder de verbeterde omschrijving bewezen verklaart, werkelijk die zijn welke het voorwerp uitmaken van de vervolging of daaraan ten grondslag liggen; het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Strafzaken Strafvordering Herkwalificatie van de feiten Beoordeling of die feiten werkelijk het voorwerp uitmaken van de vervolging Grenzen Marginale toetsing Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei Vrije woorden: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei Strafzaken Strafvordering Herkwalificatie van de feiten door het vonnisgerecht Onaantastbare beoordeling door het vonnisgerecht of die feiten werkelijk het voorwerp uitmaken van de vervolging Grenzen Marginale toetsing Tekst van de beslissing Nr. P.05.0657.N 1. G. N. E., 2. K. H. M., eisers, beklaagden, met als raadslieden Mr. Raf Verstraeten en Mr. Caroline De Baets, advocaten bij de balie te Brussel. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 30 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eisers stellen in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel 1. Eerste onderdeel Overwegende dat de vonnisgerechten geen uitspraak mogen doen over feiten die niet bij die gerechten aanhangig zijn gemaakt; dat de appèlrechters geen uitspraak mogen doen over andere feiten dan die waarop de beslissing van de eerste rechter betrekking had; Overwegende dat, in correctionele of politiezaken, de verwijzingsbeschikking van een onderzoeksgerecht of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen niet de daarin vervatte kwalificatie bij de vonnisgerechten aanhangig maakt maar de feiten zoals zij blijken uit de stukken van het onderzoek of het opsporingsonderzoek en die aan de verwijzingsbeschikking of dagvaarding ten grondslag lagen; dat die eerste kwalificatie in wezen voorlopig is en dat het vonnisgerecht, ook in hoger beroep, het recht en de plicht heeft om, mits het recht van verdediging wordt geëerbiedigd, aan de ten laste gelegde feiten hun juiste omschrijving te geven; Overwegende dat de strafrechter daarbij, op grond van de gegevens van de verwijzingsbeschikking of de dagvaarding en van het strafdossier, onaantastbaar oordeelt of de feiten die hij onder de verbeterde omschrijving bewezen verklaart, werkelijk die zijn welke het voorwerp uitmaken van de vervolgingen of daaraan ten grondslag liggen; Dat het Hof enkel nagaat of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord; Overwegende dat het onderdeel, in zoverre het opkomt tegen die beoordeling van feiten door de rechter, niet ontvankelijk is; Overwegende dat de eisers werden vervolgd wegens inbreuken op de Vreemdelingenwet en op de artikelen 380, ,§,§ 3 en 4, Strafwetboek, gepleegd te Sint-Truiden op 27 juni 2001; Overwegende dat de appèlrechters de eisers uit dien hoofde veroordelen, na correctie van de tijdsomschrijving zoals hierna bepaald, op grond dat: - uit de bewoordingen en de omstandigheden van de verwijzingsbeschikking blijkt dat de telastleggingen, waarvan de telastleggingen A, B, C, F en G een voortdurend misdrijf uitmaken, "geen betrekking kunnen hebben op een feit of op een geheel van feiten die in de tijd af te bakenen zijn op één dag"; - "uit de gegevens en omstandigheden van het strafdossier blijkt dat het volledige onderzoek betrekking had op de activiteiten om en rond de bar 'H. S.' vanaf de opening ervan op 1 december 2000 tot op 27 juni 2001, datum waarop een huiszoeking gebeurde en er in feite voorlopig een eind werd gesteld aan de activiteiten in de instelling"; - "uit de structuur van de inleidende akte, met een onderverdeling tussen minderjarige(
  1. n)en meerderjarige met naam genoemde slachtoffers, vaststaat dat enkel de strafbare gedragingen ten aanzien van deze op beperkende wijze vermelde dames, voor de bodemrechter aanhangig werden gemaakt"; Dat zij op basis van deze gezamenlijke elementen oordelen dat de datum van de telastleggingen bij materiële vergissing verkeerdelijk in de tijd afgebakend werd op één dag maar in werkelijkheid luidt: - voor de telastlegging A, tussen 2 juni 2001 en 28 juni 2001, - voor de telastleggingen B, D en E, tussen 18 juni 2001 en 28 juni 2001, - voor de telastlegging C, van 19 juni 2001 tot 27 juni 2001, - voor de telastleggingen F en H, tussen 2 juni 2001 en 28 juni 2001, - voor de telastlegging G, van 3 juni 2001 tot 27 juni 2001; Dat de eisers van deze wijzigingen werden verwittigd en zich hieromtrent hebben kunnen verdedigen; Dat de appèlrechters uitdrukkelijk vaststellen dat door deze preciseringen de feiten die het voorwerp waren van het strafonderzoek en de strafvervolging, ongemoeid gelaten worden; Overwegende dat de appèlrechters uit de door hen gedane vastgestelde feiten en omstandigheden geen gevolgen trekken die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord; Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende dat hieruit volgt dat het arrest van de bedoelde verwijzingsbeschikking een uitlegging geeft die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is en derhalve de bewijskracht ervan niet miskent; Dat het onderdeel in zoverre feitelijke grondslag mist; 2. Tweede onderdeel Overwegende dat de omstandigheid dat het arrest, zij het met tegenstrijdige motieven, oordeelt dat strafbare feiten gepleegd tijdens de minderjarigheid van een slachtoffer aan de rechter niet zijn voorgelegd, de eisers niet kan grieven; Dat het onderdeel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zevenennegentig euro achtentachtig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van dertien september tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.41 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150210.1 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170503.2 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240917.2N.12 precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940907.7 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970128.6 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971125.5 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000621.26 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021023.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070220.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090609.7 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100112.4 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110524.6 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130122.10 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140527.1 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151117.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.5 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.