← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050922.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050922.10 Rolnummer: D.04.0022.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-11-15 Raadplegingen: 188 - laatst gezien 2026-07-03 11:22 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een ingenieur met het diploma van burgerlijk electrotechnisch ingenieur of burgerlijk werktuigkundig ingenieur mag optreden in de hoedanigheid van architect

(1).
(1)Zie Cass., 9 feb. 1971, (Arr. Cass., 1971, blz.555); R.v.St. nr 26.763, 26 juni 1986, Arr. R. v. St. 1986, P. RIGAUX, L'architecte. Le droit de la profession, Brussel, Larcier, 1975, nrs 91-92. Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) Vrije woorden: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) Orde van architecten Lijst van stagiairs Inschrijving Weigering Diploma van burgerlijk ingenieur Wettelijke bepalingen: Wet - 20-02-1939 - Art.12 Tekst van de beslissing Nr. D.04.0022.N C.H., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen ORDE VAN ARCHITECTEN, vertegenwoordigd door haar Nationale Raad, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing van de raad van beroep van de Orde van architecten met het Nederlands als voertaal, op verwijzing gewezen op 3 december 2004 na het arrest van het Hof van 6 mei 2004. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen de artikelen 1, ,§1, en 12,
  1. a)en b), van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect ; artikel 1 van de wet van 21 mei 1929 op het toekennen der academische graden en het programma der universitaire examens ; artikel 1 van de bij besluit van de Regent van 31 december 1949 gecoördineerde wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens ; de artikelen 4 en 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten ; artikel 2 van het op 5 februari 1965 door de nationale raad van de Orde van architecten vastgestelde Stagereglement, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 13 mei 1965 tot goedkeuring van het door de nationale raad van de Orde der architecten vastgesteld stagereglement, waaraan aldus bindende kracht is verleend met toepassing van artikel 39, eerste lid, van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten. Aangevochten beslissingen In de bestreden beslissing van 3 december 2004 ontvangt de raad van beroep van de Orde van architecten, recht sprekend in beroep over de beslissing van de raad van de Orde van architecten van de provincie West-Vlaanderen van 6 februari 2003 en na cassatie, de hogere beroepen. De raad van beroep doet de bestreden beslissing teniet, en beslist, opnieuw recht doend, eiser niet op te nemen op de lijst van de stagiairs van de architecten van de provincie West-Vlaanderen, op grond van de volgende motieven : "(Eiser) is Burgerlijk Electronisch en Werktuigkundig Ingenieur Mechanica. Het feit ingenieur te zijn volstaat niet om overeenkomstig art. 12, a en b, van de Wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect de hoedanigheid van architect te verwerven. Met de term ingenieur zijn in genoemde wetsbepaling die ingenieurs bedoeld die een academische opleiding hebben genoten in de bouwkunde, zijnde in beginsel enkel de ingenieurs-bouwkunde en de ingenieurs-mijnbouw. Het universitair diploma waarmee (eiser) ingenieur werd behoort niet tot het domein van de bouwkunde. Ook het diploma van Bachelor of Science dat (eiser) behaalde aan de universiteit van Glasgow volstaat niet, noch zelfstandig noch als aanvullende opleiding, om aan de wettelijke voorwaarden te voldoen om als architect erkend te worden. De academische opleiding die (eiser) genoten heeft sluit onvoldoende aan bij het beroep van architect om tot de stage toegelaten te worden. De toelating tot de stage veronderstelt immers een vooropleiding die gericht is op het beroep van architect en de stage vermag op zich niet deze vooropleiding te vervangen. Voor het overige bewijst (eiser) niet te voldoen aan de bepalingen van de Richtlijn van de EU dd. 10 juni 1985 om de hoedanigheid van architect te verwerven of te vallen onder de overgangsbepalingen. Ten slotte is de verwijzing van (eiser) naar zes beweerde 'precedenten' niet relevant, des te meer drie van de zes aangehaalde gevallen personen betreffen die hun diploma hebben verkregen voor de oprichting van de Orde van architecten, en drie recentere gevallen personen betreffen die volgens de individuele steekkaarten houder zijn van het diploma burgerlijk ingenieur-architect. De aanvraag van (eiser) tot inschrijving op de lijst van de stagiairs van de architecten van de provincie West-Vlaanderen wordt dan ook om deze redenen afgewezen" (tweede blad, vierde alinea, t.e.m. derde blad, bovenaan, van de beslissing). Grieven Krachtens de artikelen 4 en 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten mag niemand op een tabel van de Orde of op de lijst van de stagiairs worden ingeschreven als hij niet voldoet aan de voorwaarden van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, en mag niemand in België het beroep van architect uitoefenen als hij niet op een van de tabellen van de Orde of op een lijst van de stagiairs is ingeschreven. Elke persoon die niet op een tabel van de Orde is ingeschreven en die het beroep van architect in België wenst uit te oefenen, moet zich laten inschrijven op een lijst van de stagiairs krachtens artikel 2 van het stagereglement, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 13 mei 1965 tot goedkeuring van het door de nationale raad van de Orde der architecten vastgesteld stagereglement, waaraan aldus bindende kracht is verleend met toepassing van artikel 39, eerste lid, van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten. De wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect regelt de voorwaarden waaronder Belgen en onderdanen van de overige lidstaten van de Europese Gemeenschap of van een andere staat die partij is bij het akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte de titel van architect mogen voeren en het beroep ervan mogen uitoefenen. Krachtens artikel 1, ,§1, van die wet mag niemand de titel voeren van architect, noch het beroep ervan uitoefenen indien hij niet in het bezit is van een diploma waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de examenproeven heeft afgelegd welke vereist zijn voor het bekomen van dat diploma. Artikel 12 van genoemde wet luidt : "Mogen optreden in hoedanigheid van architect, doch blijven onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 5, 6 en 9 van deze wet :
  2. a)De ingenieurs die gediplomeerd werden overeenkomstig de wetten op het toekennen der academische graden ;
  3. b)De ingenieurs, die hun diploma bekomen hebben aan de Belgische universiteit, zoals zij bepaald werd bij bedoelde wetten, of in een daarmee gelijkgestelde instelling ;
  4. c)De officieren der genie of der artillerie die uit de applicatieschool komen ;
  5. d)De personen, die door de commissie ingesteld krachtens de wet van 11 september 1933, ertoe worden gemachtigd een titel van burgerlijk ingenieur met of zonder aanduiding te voeren". Op het ogenblik van het inwerking treden van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect bestonden verschillende graden van burgerlijk ingenieur. Artikel 1 van de wet van 21 mei 1929 op het toekennen der academische graden en het programma der universitaire examens vermeldt inderdaad de volgende graden van burgerlijk ingenieur : - burgerlijk mijningenieur, - burgerlijk bouwkundig ingenieur, - burgerlijk metaalkundig ingenieur, - burgerlijk scheikundig ingenieur, - burgerlijk elektrotechnisch ingenieur, - burgerlijk werktuigkundig ingenieur, - burgerlijk scheepsbouwkundig ingenieur, - burgerlijk ingenieur-architect, - burgerlijk ingenieur der textielnijverheid. Krachtens artikel 1 van de wet van 31 december 1949 betreffende de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, zijn daarbij nog de graden van landbouwkundig ingenieur en ingenieur voor de scheikunde en de landbouwindustrieën gekomen. Artikel 12 van de wet van 20 februari 1939 is duidelijk en behoeft geen interpretatie. In heel die wet is er geen enkele precisering van de vereiste titel van ingenieur, noch van specifiek vereiste kennis of bekwaamheden. Ook het
  6. d)van dat artikel 12 spreekt enkel van "een" titel van burgerlijk ingenieur met of zonder aanduiding. Wanneer artikel 12 van de wet van 20 februari 1939 onverkort bepaalt dat de ingenieurs die gediplomeerd werden overeenkomstig de wetten op het toekennen der academische graden, mogen optreden in hoedanigheid van architect, dan doelt die term "ingenieurs" op alle ingenieurs die overeenkomstig de wetten op het toekennen der academische graden werden gediplomeerd. Bijgevolg zijn alle ingenieurs die gediplomeerd zijn overeenkomstig de wetten op het toekennen der academische graden, gerechtigd op toegang tot het beroep van architect, en niet enkel die ingenieurs die een academische opleiding in de bouwkunde hebben genoten. Aangezien de raad van beroep van de Orde van architecten ten onrechte ervan uitgaat dat in artikel 12 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect met de term ingenieur bedoeld wordt die ingenieurs die een academische opleiding hebben genoten in de bouwkunde, zijnde in beginsel enkel de ingenieurs-bouwkunde en de ingenieurs-mijnbouw, oordeelt het evenmin wettig dat de academische opleiding die eiser genoten heeft, onvoldoende aansluit bij het beroep van architect om tot de stage toegelaten te worden. Conclusie De raad van beroep van de Orde van architecten beslist niet wettig dat de term ingenieurs in artikel 12,
  7. a)en b), van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect enkel die ingenieurs bedoelt die een academische opleiding genoten hebben in de bouwkunde, zijnde in beginsel enkel de ingenieurs-bouwkunde en de ingenieurs-mijnbouw. De raad van beroep beslist bijgevolg niet wettig dat de academische opleiding die eiser genoten heeft, onvoldoende aansluit bij het beroep van architect om tot de stage te worden toegelaten. Op die gronden beslist de raad van beroep dan ook niet wettig, na de bestreden beslissing te hebben teniet gedaan, eiser niet op te nemen op de lijst van de stagiairs van de architecten van de provincie West-Vlaanderen (schending van artikel 1, ,§1, en artikel 12,
  8. a)en b), van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect ; van artikel 1 van de wet van 21 mei 1929 op het toekennen der academische graden en het programma der universitaire examens ; van artikel 1 van de wet van 31 december 1949 betreffende de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd bij het besluit van de Regent van 31 december 1949 ; van de artikelen 4 en 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten ; van artikel 2 van het op 5 februari 1965 door de nationale raad van de Orde van architecten vastgestelde stagereglement, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 13 mei 1965 tot goedkéuring van het door de nationale raad van de Orde der architecten vastgesteld stagereglement). IV. Beslissing van het Hof Ontvankelijkheid van het middel Over de door verweerster opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid : het middel vertoont geen belang daar de overweging van de bestreden beslissing, dat met de term ingenieur in artikel 12, a en b van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect, die ingenieurs bedoeld worden die een academische opleiding hebben genoten in de bouwkunde, zijnde in beginsel enkel de ingenieurs-bouwkunde en de ingenieurs-mijnbouw, op zichzelf niet tot cassatie kan leiden : Overwegende dat eiser opkomt tegen de beslissing van de raad van beroep die hem als burgerlijk elektronisch en werktuigkundig ingenieur in strijd met artikel 12, a en b, van de wet van 20 februari 1939 niet toelaat tot de stage ; Dat eiser aldus belang heeft ; Dat de grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen ; Middel Overwegende dat, krachtens artikel 4 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten, niemand op een tabel van de Orde of op een lijst van stagiairs mag worden ingeschreven als hij niet voldoet aan de voorwaarden gesteld bij de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect ; Dat, krachtens artikel 5 van dezelfde wet, niemand het beroep van architect in welke hoedanigheid ook mag uitoefenen als hij niet op een van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven of indien hij niet voldaan heeft aan de bepalingen van het tweede en derde lid van artikel 8 ; Overwegende dat, krachtens artikel 2, tweede lid, van het stagereglement van 5 februari 1965 vastgesteld door de nationale raad van de Orde der architecten, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 13 mei 1965, elke persoon die niet op een tabel van de Orde is ingeschreven en die het beroep van architect, hetzij bestendig, hetzij tijdelijk in België wenst uit te oefenen, gehouden is zich op een lijst van stagiairs te laten inschrijven ; Overwegende dat, krachtens artikel 1, ,§1, van de voornoemde wet van 20 februari 1939, niemand de titel van architect mag voeren, noch het beroep ervan uitoefenen, indien hij niet in het bezit is van een diploma waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de examenproeven heeft afgelegd, welke vereist zijn voor het bekomen van het diploma ; Dat krachtens artikel 12, a en b, van dezelfde wet in hoedanigheid van architect mogen optreden, doch onderworpen blijven aan de bepalingen van de artikelen 5, 6 en 9 van de wet :
  9. a)de ingenieurs die gediplomeerd werden overeenkomstig de wetten op het toekennen van academische graden ;
  10. b)de ingenieurs die hun diploma bekomen hebben aan een Belgische universiteit, zoals bepaald werd bij bedoelde wetten, of in een daarmede gelijkgestelde instelling ; Overwegende dat, krachtens artikel 1 van de wet van 21 mei 1929 op het toekennen van academische graden en het programma der universitaire examens en artikel 1 van het besluit van de Regent van 31 december 1949 tot coördinatie van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, onder de academische graden vermeld zijn : burgerlijk electrotechnisch ingenieur en burgerlijk werktuigkundig ingenieur ; Dat aldus een ingenieur met het diploma van burgerlijk electrotechnisch- en burgerlijk werktuigkundig ingenieur in de hoedanigheid van architect mag optreden en artikel 12, a en b, van de wet van 20 februari 1939 geen bijkomende academische opleiding oplegt ; Overwegende dat de bestreden beslissing vaststelt dat eiser burgerlijk electronisch en werktuigkundig ingenieur mechanica is ; Overwegende dat de bestreden beslissing oordeelt dat : 1. het feit ingenieur te zijn niet volstaat om overeenkomstig artikel 12, a en b, van de wet van 20 februari 1939 de hoedanigheid van architect te verwerven ; 2. met de term ingenieur in de genoemde wetsbepaling bedoeld wordt die ingenieurs die een academische opleiding hebben genoten in de bouwkunde, zijnde in beginsel enkel de ingenieurs-bouwkunde en de ingenieurs-mijnbouw ; Dat de bestreden beslissing met de reden dat de academische opleiding die eiser heeft genoten onvoldoende aansluit bij het beroep van architect om tot de stage toegelaten te worden, zijn beslissing niet naar recht verantwoordt ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt de bestreden beslissing ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing ; Veroordeelt verweerster in de kosten ; Verwijst de zaak naar de raad van beroep van de Orde van architecten met het Nederlands als voertaal, anders samengesteld. De kosten begroot op de som van vierhonderd negenenveertig euro achtentachtig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd tweeënvijftig euro vijfennegentig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, de raadsheren Greta Bourgeois, Ghislain Londers en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050922.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.