← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050926.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050926.5 Rolnummer: S.05.0017.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-02-14 Raadplegingen: 536 - laatst gezien 2026-07-04 12:21 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de akte van hoger beroep tevens feitelijke gegevens vermeldt ter ondersteuning van de gegrondheid van het hoger beroep, behoren zij tot de grieven die in het debat worden gebracht en waarvan geïntimeerde kennis moet kunnen nemen in de taal van de rechtspleging; het is daarbij zonder belang op welke plaats in de akte de vermeldingen in de andere taal dan die van de rechtspleging voorkomen en of het daarop volgend bestreden arrest al dan niet op die vermeldingen steunt

(1).
(1)Zie Cass., 18 okt. 2004, AR C.03.0575.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041018.4, nr
  1. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken Vrije woorden: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken Akte van hoger beroep Vorm Inhoud Eentaligheid Grieven Feitelijke gegevens tot staving van grieven Vermeldingen in andere taal Tekst van de beslissing Nr. S.05.0017.N A. J., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  2. MENLO WORLDWIDE FORWARDING Inc., vennootschap naar het recht van de staat Delaware, met zetel in de Verenigde Staten van Amerika, te Wilmington, West Tenth Street New Castle, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
  3. ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND, representatieve werknemersorganisatie, met zetel te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579, verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 5 november 2004 gewezen door het Arbeidshof te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof
  4. Eerste onderdeel 1.
  5. Ontvankelijkheid Over de door eerste verweerster opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel: het arrest steunt op een zelfstandige reden die door eiser niet wordt bekritiseerd : Overwegende dat het antwoord op de grond van niet-ontvankelijkheid onafscheidbaar verbonden is met het antwoord ten gronde op het onderdeel ; 1.
  6. Het onderdeel zelf Overwegende dat, overeenkomstig artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waarvan de bepalingen, krachtens artikel 40, eerste lid, van dezelfde wet, zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid die van ambtswege door de rechter wordt uitgesproken, voor al de rechtscolleges in hoger beroep, voor de rechtspleging de taal wordt gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld ; Dat hieruit volgt dat de akte van hoger beroep, bepaald in artikel 1057 van het Gerechtelijk Wetboek, moet gesteld worden in de taal van de bestreden beslissing ; Overwegende dat, overeenkomstig artikel 1057, 7°, van het Gerechtelijk Wetboek, de akte van hoger beroep, op straffe van nietigheid, de uiteenzetting van de grieven vermeldt ; Dat derhalve de akte van hoger beroep de uiteenzetting van de grieven in de taal van de rechtspleging moet vermelden ; Dat de appellant zelf oordeelt hoe gedetailleerd hij zijn grieven in de akte van hoger beroep uiteenzet ; Dat wanneer de akte van hoger beroep tevens feitelijke gegevens vermeldt ter ondersteuning van de gegrondheid van het hoger beroep, zij tot de grieven behoren die in het debat worden gebracht en waarvan de geïntimeerde kennis moet kunnen nemen in de taal van de rechtspleging ; Dat het daarbij zonder belang is op welke plaats in de akte de vermeldingen in de andere taal dan die van de rechtspleging voorkomen ; Dat dergelijke vermeldingen niet toegelaten zijn, of zij nu onder de hoofding "feiten" of onder de hoofding "grieven" of "middelen" voorkomen ; Dat het daarbij eveneens zonder belang is of het daaropvolgend bestreden arrest al dan niet op die vermeldingen steunt ; Dat het voorschrift van voormeld artikel 24 zowel de vorm als de inhoud van de akte betreft ; Overwegende dat, krachtens artikel 40 van de Taalwet Gerechtszaken, voormeld artikel 24 is voorgeschreven op straffe van nietigheid, die van ambtswege door de rechter wordt uitgesproken ; Dat de in dit artikel 40 bepaalde nietigheid in de regel de volledige akte betreft ; Overwegende dat het beroepen vonnis in de Nederlands is gewezen en derhalve de akte van hoger beroep in het Nederlands diende te worden gesteld ; Overwegende dat het arrest vaststelt dat de akte van hoger beroep op de bladzijden 9 en 11 aanhalingen bevat in een andere taal dan die van de rechtspleging en dat de zakelijke inhoud van die vermeldingen in die andere taal niet in de taal van de rechtspleging is weergegeven ; Dat het arrest de door eiser aangevoerde nietigheid wegens miskenning van de taalwetgeving in het verzoekschrift tot hoger beroep verwerpt op grond dat : - de twee Engelse citaten in dit verzoekschrift zich bevinden onder het hoofdstuk "feiten" en niet onder het hoofdstuk "grieven" of "middelen"; - de stukken waarvan de inhoud in het verzoekschrift in het Engels zijn vermeld wegens artikel 10 van het Nederlands taaldecreet van 19 juli 1973 nietig zijn, geacht worden nooit te hebben bestaan en het oordeel van het arbeidshof niet op de inhoud van die stukken steunt ; Dat het arrest aldus de artikel 24 en 40 van de Taalwet Gerechtszaken schendt ; Dat het onderdeel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de zaak naar het Arbeidshof te Gent. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Ernest Waûters, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van zesentwintig september tweeduizend en vijf uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van ajunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050926.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041018.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080606.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.