← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051004.23

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art.21terThesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN.

STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Strafvervolging Redelijke termijn Overschrijding Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: STRAFVORDERING Strafvervolging Redelijke termijn Overschrijding Wettelijke bepalingen:

Art.21ter

Fiches 4 - 6 De rechter die wegens het overschrijden van de redelijke termijn een straf uitspreekt die daadwerkelijk en op een meetbare wijze verminderd is ten opzichte van de straf die hij had kunnen opleggen indien de redelijke termijn niet overschreden was, is niet verplicht daarenboven te motiveren waarom hij in het bepaalde geval geen veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uitspreekt

(1).
(1)Cass., 17 okt. 2001, AR P.01.0807.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011017.3, nr 550. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Redelijke termijn Overschrijding Sanctie Motivering Wettelijke bepalingen:

Art.21terThesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART.

100 TOT EINDE) - Artikel 149 Vrije woorden: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Strafzaken Redelijke termijn Overschrijding Sanctie Veroordeling tot een straf Motivering Wettelijke bepalingen:

Art.21ter

Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Redelijke termijn Overschrijding Sanctie Veroordeling tot een straf Motivering Wettelijke bepalingen:

Art.21terTekst van de beslissing Nr.

P.05.0675.N G J A H, eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Patrick Verachtert, advocaat bij de balie te Hasselt, tegen

  1. P T,
  2. V H, verweerders, burgerlijke partijen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 13 april 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  3. Eerste middel 1.
  4. Eerste onderdeel Overwegende dat de appèlrechters wel overwegen: "dat de tenlasteleggingen A en B hetzelfde feit betreffen; dat feit A zich met B vereenzelvigt", maar de eiser vrijspreken van de telastlegging A en hem enkel veroordelen voor de telastlegging B; Dat, zelfs zo de vermelde overweging een contradictie inhoudt, de veroordeling wegens de enkele telastlegging B op de gronden die het arrest bevat, naar recht verantwoord blijft; Dat het onderdeel niet tot cassatie kan leiden, mitsdien niet ontvankelijk is; 1.
  5. Tweede onderdeel Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat de feiten in de telastlegging A worden omschreven als oplichting, maar in hun materiële bestanddelen beantwoorden aan misbruik van vertrouwen, zoals omschreven in de telastlegging B, die zij alleen bewezen achten; Dat deze motivering niet dubbelzinnig is; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  6. Tweede middel Overwegende dat de appèlrechters met hun oordeel dat feit A zich met feit B vereenzelvigt, niet oordelen dat eiser zich evenzeer schuldig heeft gemaakt aan oplichting als aan misbruik van vertrouwen; Dat het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest, mitsdien feitelijke grondslag mist;
  7. Derde middel 3.
  8. Eerste onderdeel Overwegende dat indien de redelijke termijn voor de berechting is overschreden, de rechter in de regel een straf moet uitspreken die daadwerkelijk en op een meetbare wijze verminderd is ten opzichte van de straf die hij had kunnen opleggen indien de redelijke termijn niet overschreden was; dat artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering de rechter zelfs toelaat, indien de redelijke termijn is overschreden, hetzij de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring hetzij een straf die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf, uit te spreken; Dat artikel 149 Grondwet de rechter die wegens het overschrijden van de redelijke termijn een straf uitspreekt die daadwerkelijk en op een meetbare wijze verminderd is ten opzichte van de straf die hij had kunnen opleggen indien de redelijke termijn niet overschreden was, niet verplicht daarenboven te motiveren waarom hij in het bepaalde geval geen veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uitspreekt; Dat het onderdeel faalt naar recht; 3.
  9. Tweede onderdeel Overwegende dat de appèlrechters oordelen "dat de omstandigheid dat de thans beoordeelde feiten dateren van ruim tien jaar geleden te dezen van aard is de omvang van de op te leggen hoofdgevangenisstraf te milderen en tevens aan (eiser), die terzake nog in de voorwaarden verkeert, het voordeel van het uitstel van tenuitvoerlegging van de hoofdgevangenisstraf toe te staan voor een periode van drie jaar"; dat de appèlrechters aldus op een daadwerkelijke en meetbare wijze de uitgesproken straf verminderen; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweeënzeventig euro tachtig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051004.23 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2015:ARR.230.746 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011017.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070425.1 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071204.1 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100317.7 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160920.6 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181010.8 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210505.2F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.