← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051011.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051011.6 Rolnummer: P.04.0535.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2006-02-23 Raadplegingen: 654 - laatst gezien 2026-07-04 10:21 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het Hof van Cassatie is bevoegd om zelf na te gaan of de verjaring van de strafvordering gestuit of geschorst is

(1).
(1)Cass., 24 okt. 1978, A.C., 1978-79, 219, 11 maart 1980, A.C., 1979-80, 856, 8 dec. 1981, AR 6738, A.C., 1981-82, 483, 4 jan. 2000, AR P.98.1384.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000104.7, nr 2, 6 sept. 2000, AR P.00.0031.F, nr 443; MAES B., Cassatiemiddelen naar Belgisch recht, Gent, Mys & Breesch, 1993, nr 528 en 529. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei Vrije woorden: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei Strafvordering Verjaring Stuiting of schorsing Nazicht Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot25 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Algemeen Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Algemeen Stuiting of schorsing Hof van Cassatie Bevoegdheid Nazicht Wettelijke bepalingen: Wet - 17-04-1878 - Artt.21tot25 Fiche 3 Het Arbitragehof zegt voor recht dat artikel 33 van de Programmawet van 5 augustus 2003, dat een wijziging aanbrengt aan artikel 24 V.T.Sv., zoals vervangen door artikel 3 van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet-correctionaliseerbare misdaden, de artikelen 10 en 11 Grondwet niet schendt
(1).
(1)Arbitragehof nr 12/2005 van 19 januari 2005; Arbitragehof nr 50/2005 van 1 maart 2005; zie Cass., 30 maart 2004, AR P.04.0092.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050607.29, nr 172; 1 juni 2004, AR P.04.0292.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040601.27, nr 295; 7 juni 2005, AR P.04.0092.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050607.29, nr ... Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Algemeen Vrije woorden: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Algemeen Artikel 33 Programmawet van 5 augustus 2003 Artikel 24 V.T.Sv. zoals gewijzigd door de wet van 16 juli 2002 Prejudiciële vraag Arbitragehof Fiche 4 Niet ontvankelijk omdat het niet tot cassatie kan leiden, is het middel dat alleen betrekking heeft op één van de bewezen verklaarde telastleggingen, als de beslissing van eenvoudige schuldigverklaring wegens de verschillende telastleggingen, waarvan het arrest oordeelt dat zij de uiting zijn van eenzelfde strafbare gedraging, naar recht verantwoord blijkt door de overige tegen de beklaagde bewezen verklaarde telastleggingen
(1).
(1)Cass., 3 mei 2005, AR P.05.0071.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050503.8, nr ... Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Vrije woorden: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Meerdere telastleggingen Eenheid van opzet Eenvoudige schuldigverklaring Middel dat slechts op één van de telastleggingen betrekking heeft Naar recht verantwoorde beslissing Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.04.0535.N R W T H, eiser, beklaagde, vertegenwoordigd door Mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen S R, verweerder, burgerlijke partij. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 3 maart 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie drie middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Overwegende dat eisers cassatieberoep in zoverre dat gericht is tegen de beslissing van het bestreden arrest waarbij hij van bepaalde telastleggingen wordt vrijgesproken, bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is; Overwegende dat eisers cassatieberoep in zoverre dat gericht is tegen de beslissing van het bestreden arrest waarbij de appèlrechters zich deels onbevoegd verklaren om van de burgerlijke rechtsvordering van verweerder kennis te nemen, deels deze vordering ongegrond verklaren, bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is; B. Onderzoek van de middelen
  1. Eerste middel 1.
  2. Eerste onderdeel Overwegende dat het arrest onaantastbaar oordeelt dat de telastleggingen waaraan het de eiser schuldig acht, de uiting zijn van eenzelfde misdadig opzet en de verjaring derhalve slechts begint te lopen vanaf de datum van het laatste feit, namelijk 7 april 1994; Overwegende dat het Hof bevoegd is om zelf na te gaan of de verjaring van de strafvordering gestuit of geschorst is; dat het dit nazicht doet met toepassing van de hier toepasselijke versies van de artikelen 22, 23 en 24 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, dit laatste artikel meer bepaald in zijn versie zoals gewijzigd door de wet van 11 december 1998 tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering; Overwegende dat: - de oorspronkelijke verjaringstermijn van vijf jaar zou verstrijken op 6 april 1999 om 24.00 uur; - de verjaring werd gestuit door de beschikking tot mededeling van de onderzoeksrechter van 27 november 1997, die een nieuwe termijn van vijf jaar deed lopen die zou verstrijken op 26 november 2002 om 24 uur; - de zaak op 14 februari 2002 werd ingeleid voor de correctionele rechtbank zodat de verjaring vanaf die datum werd geschorst en deze schorsing zou verstrijken op 14 februari 2003 om 24 uur; - op 14 februari 2002 reeds vier jaar en tachtig dagen van de tweede verjaringstermijn waren verlopen zodat er op 14 februari 2003 nog tweehonderd vijfentachtig dagen te lopen bleven, zodat de verjaring zou bereikt zijn op 26 november 2003 om 24 uur; - de inleidingszitting in hoger beroep plaatsgreep op 22 oktober 2003, dit is binnen de lopende verjaringstermijn; - vanaf de inleidingszitting in hoger beroep er een nieuwe schorsing van één jaar een aanvang nam, die zou verstrijken op 22 oktober 2004 om 24 uur; - het bestreden arrest gewezen werd op 3 maart 2004, dit is tijdens de lopende schorsing, dus vooraleer de verjaring werd bereikt; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; 1.
  3. Tweede onderdeel Overwegende dat de arresten nr. 12/2005 van 19 januari 2005 en nr. 50/2005 van 1 maart 2005 van het Arbitragehof, telkens in antwoord op een prejudiciële vraag, voor recht zeggen dat artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003 dat een wijziging aanbrengt aan artikel 24 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zoals vervangen door artikel 3 van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet-correctionaliseerbare misdaden, de artikelen 10 en 11 Grondwet niet schendt; Dat het onderdeel faalt naar recht;
  4. Tweede middel Overwegende dat eiser aanvoert dat hij met zijn, in het middel aangehaalde, bij de appèlrechters genomen conclusie het verweer heeft gevoerd dat de overschrijding van de redelijke termijn invloed heeft op de bewijslevering en de uitoefening van zijn recht van verdediging; Overwegende dat eiser in die genoemde conclusie dit verweer enkel stoelde op drie precieze voorbeelden; dat deze voorbeelden alleszins geen betrekking hadden op de telastleggingen C.I.b, C.II; Overwegende dat het arrest eiser met toepassing van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering eenvoudig schuldig verklaart aan de gezamenlijke telastleggingen C.I.a, C.I.b, C.II en D die het als de uiting beschouwt van eenzelfde misdadig opzet; Dat deze eenvoudige schuldigverklaring naar recht is verantwoord door de bewezen verklaarde telastlegging C.I.b - de telastlegging C.II terzijde gelaten - zodat het middel dat alleen betrekking heeft op de telastleggingen C.I.a en D niet tot cassatie kan leiden, mitsdien niet ontvankelijk is;
  5. Derde middel Overwegende dat het arrest eiser met toepassing van artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering eenvoudig schuldig verklaart aan de gezamenlijke telastleggingen C.I.a, C.I.b, C.II en D, die het als de uiting beschouwt van eenzelfde misdadig opzet; Dat deze eenvoudige schuldigverklaring naar recht is verantwoord door de bewezen verklaarde telastlegging C.I.b - de telastleggingen C.I.a en D terzijde gelaten - zodat het middel dat alleen betrekking heeft op de telastlegging C.II niet tot cassatie kan leiden, mitsdien niet ontvankelijk is; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van achtentachtig euro zevenenveertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van elf oktober tweeduizend en vijf, door Edward For-rier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duin-slaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051011.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160621.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220907.2F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000104.7 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040601.27 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050503.8 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050607.29 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.