id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20
Art.6
Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vrije woorden: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vlaams Gewest Heffing op de lozing van afvalwater Regelmatige aangifte Bericht van rechtzetting Motiveringsplicht Wettelijke bepalingen:
Art.6
Thesaurus CAS: WATERS Vrije woorden: WATERS Vlaams Gewest Heffing op de lozing van afvalwater Regelmatige aangifte Bericht van rechtzetting Motiveringsplicht Wettelijke bepalingen:
Art.6Fiches 4 - 6 Concl.
adv.-gen. D. THIJS, Cass., 13 okt. 2005, AR F.03.0020.N, A.C., 2005, nr ... Thesaurus CAS: BELASTING Vrije woorden: BELASTING Gemeenschaps- en Gewestbelastingen Vlaams Gewest Heffing op de lozing van afvalwater Regelmatige aangifte Bericht van rechtzetting Motiveringsplicht Thesaurus CAS: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vrije woorden: GEMEENSCHAPS- EN GEWESTBELASTINGEN Vlaams Gewest Heffing op de lozing van afvalwater Regelmatige aangifte Bericht van rechtzetting Motiveringsplicht Thesaurus CAS: WATERS Vrije woorden: WATERS Vlaams Gewest Heffing op de lozing van afvalwater Regelmatige aangifte Bericht van rechtzetting Motiveringsplicht Nota: F.03.0020.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS:
- De betwisting betreft de lastens eiseres voor het heffingsjaar 1993 ingekohierde milieuheffing ter bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging. Het bezwaar van eiseres tegen deze heffing werd afgewezen bij beslissing van 5 september
- Het fiscaal verhaal tegen deze afwijzingsbeslissing werd door het Hof van Beroep te Gent bij het thans bestreden arrest van 4 februari 2003 ongegrond verklaard.
- Het tweede middel voert voorts schending aan van de artikelen 1, 2, 3 en 6 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, omdat het arrest zich "niet wettig heeft kunnen vergenoegen met de motiveringsverplichting zoals voorgeschreven in artikel 35undecies, ,§ 1 van de wet van 26 maart 1971 te toetsen, dan wanneer de motiveringsplicht van de wet van 29 juli 1991 strenger is in de mate dat zij voorschrijft dat de akte zelf de motivering dient te bevatten." Krachtens artikel 6 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, is deze wet slechts van toepassing op de bijzondere regelingen waarbij de uitdrukkelijke motivering van bepaalde bestuurshandelingen is voorgeschreven,in zoverre deze regelingen minder strenge verplichtingen opleggen dan die bepaald in de voorafgaande artikelen van die wet. Ingevolge artikel 35 undecies, ,§ 1, van de Oppervlaktewaterenwet is de Milieumaatschappij, wanneer zij meent de tijdige en naar vorm regelmatige aangifte van de heffingsplichtige te moeten rechtzetten, verplicht de rechtzetting die zij voorstelt aan de heffingsplichtige per aangetekend schrijven ter kennis te brengen, en dit met vermelding van de redenen die dit naar haar oordeel rechtvaardigen. Het bericht van rechtzetting is dan ook aan verschillende vormvereisten onderworpen: het moet schriftelijk zijn, per aangetekend schrijven worden verzonden, de voorgestelde rechtzetting bevatten, de motieven vermelden waarom de aangifte naar het oordeel van de Vlaamse Milieumaatschappij moet gewijzigd worden, en de modaliteiten vermelden die de heffingsplichtige in acht moet nemen om het te beantwoorden (VAN PASSEL M. en CUYPERS I., "Heffingen op waterverontreiniging in Vlaanderen: enkele knelpunten", T.M.R., 1999, 110, nr. IV.2; DEKETELAERE M. en HEYMAN J., "De heffingen op de waterverontreiniging in het Vlaamse Gewest", R.W., 1992-1993, 1313, 1313, nr. 59). Bedoelde voorschriften van artikel 35 undecies van de oppervlaktewaterenwet, ingevoegd bij artikel 44 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 (B.S., 11 juli 1992), werden uitdrukkelijk geïnspireerd door "het bericht van wijziging" zoals voorzien in artikel 251 W.I.B. 1964 (artikel 346 W.I.B. 1992) (M.v.T. bij het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, Gedr. St., Vl. R., B.Z. 1992, nr. 186/1, p. 25). Krachtens de vaste rechtspraak van Uw Hof heeft het bericht van wijziging inzake inkomstenbelastingen tot doel de belastingplichtige te informeren, met opgave van redenen, over de inkomsten en andere gegevens die het bestuur zich voorneemt in de plaats te stellen van die welke werden aangegeven of erkend, zodat de voorgenomen wijziging kan worden onderzocht, bediscussieerd en verworpen of aangenomen. De gegevens en de redenen van een bericht van wijziging moeten volgens Uw Hof de belastingplichtige in staat stellen de voorgenomen wijziging te onderzoeken en te betwisten, wat door de feitenrechter in feite en derhalve onaantastbaar wordt beoordeeld (Cass., 16 oktober 1997, A.C., 1997, nr. 409; Cass., 27 maart 1997, A.C., 1997, nr. 168; Cass., 28 januari 1994, A.C., 1994, 117; Cass., 25 juni 1990, A.C., 1989-90, 1379; Cass., 15 mei 1989, A.C., 1988-89, 1068; Cass., 25 maart 1982, A.C., 1981-82, 924). In de zaak F.98.0127.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001110.6 had eiser onder het tweede onderdeel van het eerste middel aangevoerd dat "artikel 251 W.I.B. 51964) (artikel 346 W.I.B.
(1992)) een minder strenge motiveringsverplichting aan de berichten van wijziging oplegt dan die bepaald in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, zodat deze laatste wet van toepassing is (...)". Bij arrest van 10 november 2000 verwierp Uw Hof dit verweer stellende dat "die bepaling aan het bestuur geen minder strenge verplichtingen oplegt dan die bepaald in de voornoemde wet van 29 juli 1991, zodat die wet te dezen niet toepasselijk is;" (Cass., 10 november 2000, F.J.F., nr. 2001/4, 8-11). In dat arrest verwees Uw Hof weliswaar in de aan dit citaat voorafgaande alinea naar artikel 351, tweede lid, W.I.B. 1992 inzake de kennisgeving voorafgaand aan de aanslag van ambtswege, doch uit de context van het arrest en de draagwijdte van het middel blijkt dat Uw Hof artikel 346 W.I.B.
(1992)op het oog moet hebben gehad (Zie ook Cass., 2 februari 2001, F.J.F., 2001, 551 inzake de kennisgeving voorafgaand aan de aanslag van ambtswege). Mutatis mutandis kan ten deze worden besloten dat de motivering vereist door artikel 35 undecies, ,§ 1, Oppervlaktewaterenwet ten aanzien van het bericht van rechtzetting , anders dan door eiseres wordt voorgehouden, niet minder streng is dan de door de wet van 29 juli 1991 vereiste motivering. Zoals verweerder terecht voorhoudt in zijn memorie van antwoord (punt 2.2, p. 7-10), faalt het middel dat uitgaat van de toepasselijkheid van de wet van 29 juli 1991 op bedoeld bericht van rechtzetting naar recht. Besluit: VERWERPING. ARREST Tekst van de beslissing Nr. F.03.0020.N ASTRA SWEETS, naamloze vennootschap, met zetel te 2300 Turnhout, Beukenlaan 18, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout, nummer 58.824, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ, openbare instelling, met zetel te 9320 Aalst, A. Van de Maelestraat 96, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 4 februari 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. III. Feiten De feiten worden in het verzoekschrift als volgt omschreven :
- Eiseres is onderworpen aan de milieuheffing ter bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging. Er werden metingen van het geloosde water verricht door verweerster op verschillende data. Eiseres diende voor het heffingsjaar 1993 een aangifte in en vroeg op 4 mei 1993 waarom alleen de resultaten van de metingen van 7, 13 en 14 februari 1993 in aanmerking kwamen. Hierop stuurde de Vlaamse Milieumaatschappij op 4 augustus 1993 een eerste bericht van rechtzetting, dat was ondertekend. Hierin antwoordde de Vlaamse Milieumaatschappij dat alleen deze stalen werden geanalyseerd en er van de andere metingen geen analyseresultaten voorhanden waren. Op 1 oktober 1993 volgde een tweede bericht van rechtzetting, dat niet ondertekend was. Het bericht werd in een omslag aangetekend toegezonden met een begeleidend schrijven van dezelfde datum, dat wel was ondertekend door een ambtenaar, en waarin is vermeld : "Bijgevoegd vindt u een formulier : Bericht van rechtzetting". Hierop liet eiseres weten niet akkoord te gaan. Niettemin werd de heffing ingekohierd en verzonden op 31 december 1993 op basis van 3.302,14 gemeten vervuilingseenheden, een heffing van 49.114,75 euro meebracht.
- Het bezwaar van eiseres tegen deze heffing werd afgewezen bij beslissing van 5 september
- IV. Middelen Eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan.
- Eerste middel Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; de artikelen 32bis, zoals vervangen bij decreet van de Vlaamse Raad van 12 december 1990, en 35undecies, ,§1, zoals vervangen door het decreet van de Vlaamse Raad van 25 juni 1992, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest : "Ontvangt de voorziening doch verklaart ze ongegrond. Verwijst (eiseres) in de kosten begroot op 7,76 euro". op grond van de motieven (p. 4) : "
- (...) dat (eiseres) opwerpt dat artikel 35undecies, ,§1, van de wet van 26 maart 1971 is geschonden doordat het tweede bericht van rechtzetting van 1 oktober 1993 niet is ondertekend ; (...) dat op de terechtzitting van 3 december 2002 (eiseres) de begeleidende brief uitgaande van (verweerster) neerlegde die gevoegd was bij het bericht van rechtzetting van 1 oktober 1993 ; (...) dat vaststaat dat deze begeleidende brief wel is ondertekend door de ambtenaar van (verweerster) ; dat nergens is voorgeschreven dat elk stuk van een zending aangaande een bericht van rechtzetting door de optredende ambtenaar van (verweerster) moet worden ondertekend ; (...) dat in de gegeven omstandigheden dient te worden aangenomen dat de heffingsplichtige in de mogelijkheid verkeerde na te gaan of het bericht wel degelijk van een bevoegde ambtenaar uitging ; dat te dezen de rechten van verdediging van (eiseres) geenszins werden geschonden ; (...) dat deze grief dan ook niet kan worden aangenomen" ; Grieven Wanneer de in artikel 32bis van de wet van 26 maart 1971 bevoegde Vlaamse Milieumaatschappij meent wijzigingen te moeten aanbrengen in de aangifte van de heffingsplichtige, hem daarvan ingevolge artikel 35undecies, ,§1, van de wet van 26 maart 1971, kennis moet geven bij een ter post aangetekende brief, met vermelding van de redenen die dit naar haar oordeel rechtvaardigen. Uit deze bepalingen volgt dat het verzenden van het bericht van rechtzetting door de bevoegde instantie een substantiële regel van de wijzigingsprocedure uitmaakt. Dergelijk bericht van rechtzetting is een akte van rechtspleging in de administratieve fase die in zich de elementen moet bevatten waaruit zijn geldigheid blijkt. Dergelijk bericht van rechtzetting om rechtsgeldig te zijn dan ook ondertekend moet zijn. De ondertekening is immers een essentieel bestanddeel van het bericht van rechtzetting, nu de handtekening op het bericht zelf de enige wijze is waarop de opsteller kan aantonen dat hij de inhoud van het geschrift tot de zijne maakt. Hieruit volgt dat het bestreden arrest niet wettig heeft kunnen beslissen dat het bericht van rechtzetting van 1 oktober 1993, dat zelf niet ondertekend is, geldig is om reden dat dergelijke ondertekening door geen enkele bepaling wordt voorgeschreven en eiseres uit het begeleidend schrijven kon opmaken dat het bericht van verweerster uitging, dan wanneer de ondertekening van het bericht zelf de enige wijze is waarop die akte in staat is zelf de elementen te bevatten waaruit haar geldigheid blijkt (schending van de aangehaalde artikelen 32bis en 35undecies, ,§1, van de wet van 26 maart 1971).
- Tweede middel Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet ; &§9472; de artikelen 1, 2, 3 en 6 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest : "Ontvangt de voorziening doch verklaart ze ongegrond. Verwijst (eiseres) in de kosten begroot op 7,76 euro", op grond van de motieven (p. 5) : "
- (...) dat (eiseres) verder opwerpt dat artikel 35undecies, ,§1, van de wet van 26 maart 1971 eveneens werd geschonden doordat het tweede bericht van rechtzetting van 1 oktober 1993 niet voldoende is gemotiveerd omdat niet verantwoord werd waarom geen rekening werd gehouden met de dagdebieten van de andere meetdagen dan deze vermeld door (verweerster) in het eerste bericht van rechtzetting ; (...) dat de heffingsplichtige te dezen zeker in staat was het bedoeld bericht van rechtzetting te weerleggen en haar zienswijze kenbaar te maken omtrent het voornemen van (verweerster) aangehaald in dit bericht om de N1 component te berekenen op grond van de dagdebieten gemeten op 7, 13 en 14 februari 1993 ; dat reeds in het bericht van rechtzetting van 4 augustus 1993 waarmede (eiseres) akkoord ging werd aangehaald dat van de stalen genomen de andere dagen geen analyseresultaten beschikbaar waren zodat met deze genomen stalen geen rekening kon worden gehouden ; (...) dat belastingplichtige aldus voldoende was geïnformeerd van het voornemen van (verweerster) inzake de berekening van de heffing en omtrent de redenen waarom slechts met de metingen van een beperkt aantal dagen rekening zou worden gehouden ; (...) dat trouwens (eiseres) in haar brief van 29 november 1993 heeft gereageerd op het ingenomen standpunt van (verweerster) aangaande de wijze van berekening van de N1 component en haar niet akkoord daarmede liet kennen samen met haar eigen zienswijze". Grieven Krachtens de artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de bestuurshandelingen van de administratieve overheden, zoals het bericht van rechtzetting voorzien in de artikelen 32bis en 35undecies, ,§1, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging er een is, uitdrukkelijk moeten gemotiveerd zijn en dat die opgelegde afdoende motivering in de akte zelf de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag ligt. Krachtens artikel 6 van de genoemde wet van 29 juli 1991 voornoemde motiveringsplicht, zoals hiervoor beschreven, ook van toepassing is op de bijzondere regelingen, waarbij de uitdrukkelijke motivering van bepaalde bestuurshandelingen is voorgeschreven, wanneer deze bijzondere regelingen minder strenge verplichtingen opleggen dan die bepaald in voornoemde bepalingen. De vereiste dat de motivering in de akte zelf dient vermeld te worden duidelijk strenger is dan de in artikel 35undecies van de wet van 26 maart 1971 voorgeschreven verplichting dat het bericht van rechtzetting de heffingsplichtige in staat moet stellen de voorgenomen wijziging te onderzoeken en te betwisten, hetgeen mogelijks kan via een verwijzing naar andere stukken buiten het betrokken bericht zelf. Eiseres in casu in derde conclusie (p. 5) opwierp : "
- Tot slot merkt (eiseres) op dat de bepalingen van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, (...) eveneens werden geschonden. (...) Met uitdrukkelijke motivering wordt bedoeld dat de redenen van de beslissing moeten worden weergegeven in de beslissing zelf en met de beslissing aan de betrokkene moeten worden meegedeeld. Het feit dat in het bestaande administratief dossier een voldoende motivering voor de bestuurshandeling zou te vinden zijn, is op zich niet voldoende, vermits deze motivering ook in de beslissing zelf moet worden opgenomen. (...) Aangezien het bericht van rechtzetting van 1 oktober 1993 onvoldoende werd gemotiveerd, is (eiseres) van oordeel dat de wijzigingsprocedure nietig is en dat de aanslag die hierop is gevolgd, integraal moet worden vernietigd". Hieruit volgt dat het bestreden arrest dat met de aangehaalde motieven, noch met een ander motief, niet heeft geantwoord op dit precies verweer van eiseres, dat het bericht van rechtzetting onvoldoende gemotiveerd was bij gebreke van het feit dat niet alle motieven in het bericht zelf vermeld stonden in strijd met het voorschrift van de wet van 29 juli 1991, niet naar genoegen van recht gemotiveerd is (schending van artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet) en niet wettig zich heeft kunnen vergenoegen met de motiveringsverplichting zoals voorgeschreven in artikel 35undecies, ,§1, van de wet van 26 maart 1971 te toetsen, dan wanneer de motiveringsplicht van de wet van 29 juli 1991 strenger is in de mate zij voorschrijft dat de akte zelf de motivering dient te bevatten (schending van de aangehaalde artikelen 1, 2, 3 en 6 van de wet van 29 juli 1991). V. Beslissing van het Hof
- Eerste middel Overwegende dat, krachtens artikel 35undecies, ,§1, eerste lid, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren, zoals vervangen door het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, wanneer de Vlaamse Milieumaatschappij meent de aangifte of melding te moeten rechtzetten die door de heffingsplichtige is ingediend binnen de in artikel 35octies, ,§1 en ,§2, bepaalde termijn en die voldoet aan de vormvereisten, zij hem de rechtzetting die zij voorstelt, bij aangetekende brief ter kennis brengt met vermelding van de redenen die dit naar haar oordeel rechtvaardigen ; Dat het bericht van rechtzetting om rechtsgeldig te zijn, moet ondertekend zijn ; dat de ondertekening een essentieel bestanddeel is voor de geldigheid van het bericht ; Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat :
- de begeleidende brief die gevoegd was bij het bericht van rechtzetting van 1 oktober 1993, ondertekend is door de ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij ;
- nergens is voorgeschreven dat elk stuk van een zending aangaande een bericht van rechtzetting door de optredende ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij moet worden ondertekend ; Overwegende dat het arrest dat in feite oordeelt dat de zending aangaande het bericht van wijziging ondertekend is en dat eiseres aldus de mogelijkheid had na te gaan of het bericht van rechtzetting wel degelijk van een bevoegde ambtenaar uitging, zonder schending van de in het middel vermelde wetsbepalingen, kon besluiten tot de rechtsgeldigheid van het bericht van rechtzetting ; Dat het middel niet kan worden aangenomen ;
- Tweede middel Overwegende dat eiseres een onvoldoende motivering van het tweede bericht van rechtzetting afleidt uit de feitelijke omstandigheid dat in dit bericht van wijziging nergens werd bepaald waarom voor de berekening van de N1-component alleen rekening is gehouden met de gemeten dagdebieten van 7, 13 en 14 februari 1992 ; Overwegende dat het arrest overweegt dat "reeds in het bericht van rechtzetting van 4 augustus 1993 waarmede (eiseres) akkoord ging, werd aangehaald dat van de stalen genomen de andere dagen geen analyseresultaten beschikbaar waren zodat met deze genomen stalen geen rekening kon worden gehouden" en op grond hiervan oordeelt "dat (eiseres) aldus voldoende was geïnformeerd van het voornemen van (verweerster) inzake de berekening van de heffing en omtrent de redenen waarom slechts met de metingen van een beperkt aantal dagen rekening zou worden gehouden" ; dat het arrest zodoende het in het middel bedoelde verweer verwerpt en beantwoordt ; Dat het onderdeel in zoverre het schending aanvoert van artikel 149 van de Grondwet, feitelijke grondslag mist ; Overwegende dat onder bestuurshandeling in de zin van artikel 1 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, begrepen wordt de eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en beoogt rechtsgevolgen te hebben voor een of meer bestuurden of voor een ander bestuur ; Overwegende dat, krachtens artikel 6 van voormelde wet van 29 juli 1991, deze wet slechts van toepassing is op de bijzondere regelingen waarbij de uitdrukkelijke motivering van bepaalde bestuurshandelingen is voorgeschreven, in zoverre deze regelingen minder strenge verplichtingen opleggen dan die bepaald in de voorafgaande artikelen van die wet ; Overwegende dat, krachtens artikel 35undecies, ,§1, eerste lid, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren, zoals vervangen door het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, wanneer de maatschappij meent de aangifte of melding te moeten rechtzetten die door de heffingsplichtige is ingediend binnen de in artikel 35octies, ,§1 en ,§2, bepaalde termijn en die voldoet aan de vormvereisten, zij hem de rechtzetting die zij voorstelt per aangetekende brief ter kennis brengt, met vermelding van de redenen die dit naar haar oordeel rechtvaardigen ; Dat die bepalingen aan het bestuur geen minder strenge verplichtingen opleggen dan die bepaald in de voornoemde wet van 29 juli 1991, zodat die wet te dezen niet toepasselijk is ; Dat het middel in zoverre faalt naar recht ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van tweehonderd vijfentwintig euro vijfentachtig cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, de raadsheren Luc Huybrechts, Ghislain Londers en Paul Maffei, en in openbare terechtzitting van dertien oktober tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051013.31 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001110.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div