← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051020.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051020.5 Rolnummer: C.03.0244.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2006-03-20 Raadplegingen: 483 - laatst gezien 2026-07-04 05:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het recht van een schuldeiser om op schuldvergelijking beroep te doen raakt de openbare orde niet; hij kan van dat recht afstand doen ook al gaat het om samenhangende schulden en schuldvorderingen

(1).
(1). Zie Cass., 19 feb. 1979, A.C., 1978-79, 722 en 7 mei 2004, AR C.03.0258.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040507.2, nr 243. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Vrije woorden: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Schuldvergelijking Aard Afstand Wettelijke bepalingen: Wet - 17-07-1997 - Art.29,§3 Thesaurus CAS: SCHULDVERGELIJKING Vrije woorden: SCHULDVERGELIJKING Gerechtelijk akkoord Aard Afstand Wettelijke bepalingen: Wet - 17-07-1997 - Art.29,§3 Fiches 3 - 4 Het beginsel van gelijkheid tussen schuldeisers raakt de openbare niet; een schuldeiser kan immers afstand doen van de rang die de wet hem toekent
(1).
(1)Zie Cass., 9 maart 2000, AR C.98.0338.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000309.8, nr
  1. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Vrije woorden: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Beginsel van gelijkheid van de schuldeisers Aard Rang Afstand Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 16-12-1851 - Artt.7en8 Thesaurus CAS: VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - ALGEMEEN Vrije woorden: VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - ALGEMEEN Gerechtelijk akkoord Beginsel van gelijkheid van de schuldeisers Aard Rang Afstand Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 16-12-1851 - Artt.7en8 Tekst van de beslissing Nr. C.03.0244.N S.Y., eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 3080 Tervuren, Jezus Eiklaan 154, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  2. DERIM, naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel te 1640 Sint-Genesius-Rode, Jachthoornlaan 38, bus 22, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
  3. W.J.,, verweerder. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 17 december 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Feiten Het arrest stelt vast dat :
  4. eiseres en de eerste verweerster in een geding zijn verwikkeld betreffende de verkoop van een appartement waarbij de eerste verweerster de betaling vordert van het saldo van de koopprijs en eiseres aanspraak maakt op schadevergoeding ;
  5. de eerste verweerster op 18 juli 2001 aanvraag deed tot het verkrijgen van het gerechtelijk akkoord ;
  6. de voorlopige opschorting van betaling werd toegestaan bij vonnis van 24 juli 2001 ;
  7. eiseres aangifte deed van haar schuldvordering die werd aanvaard voor een provisioneel bedrag van 1 euro ;
  8. het herstel en betalingsplan werd goedgekeurd bij vonnis van 6 februari 2002 ;
  9. de Rechtbank van Koophandel te Brussel bij vonnis van 21 juni 2002 uitspraak deed over de schuldvorderingen van eiseres en de eerste verweerster en waarvan de bedragen in hoofdsom werden bepaald op respectievelijk 52.013,94 euro en 129.792, 94 euro. IV. Middel Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; de artikelen 29, ,§3, en 34 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord ; &§9472; de artikelen 6, 1108, 1131, 1134, 1289 tot 1292 en 1298 van het Burgerlijk Wetboek ; &§9472; de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet (Titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek). Aangevochten beslissingen Het aangevochten arrest : - bevestigt het vonnis a quo in zoverre het over de kosten beslist en - verwerpt het derdenverzet van eiseres, strekkende, vooreerst, tot het horen teniet doen van het vonnis van 6 februari 2002 van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, waarbij aan verweerster een definitieve opschorting van betaling werd toegekend en het herstel- en betalingsplan bindend ten opzichte van alle schuldeisers werd verklaard, en strekkende, vervolgens, tot de verwerping van het betalingsplan en de verwijzing van de zaak naar de rechtbank van koophandel hetzij om te laten beslissen over nieuwe voorstellen, hetzij om verweerster failliet te laten verklaren, op grond van volgende overwegingen : "
  10. De maatregel uit het plan die voorschrijft dat schuldvergelijking niet wordt aanvaard kan op zich niet onredelijk worden genoemd. In wezen verzekert hij immers de toepassing van het beginsel van de gelijkheid van de schuldeisers wat de inning van hun tegoed betreft. De toepassing ervan in het voorliggende geval komt er op neer dat (eiseres) onverkort afstand moet doen van het deel van haar schuldvordering dat het voorgesteld aanzuiveringsplafond overschrijdt.
  11. De jurisprudentiële precisering dat in een stelsel van samenloop schuldvergelijking wel bestaanbaar is met de gelijke behandeling van schuldeisers op voorwaarde dat er een nauwe samenhang bestaat tussen de schuldvorderingen over en weer, laat voor de rechter de mogelijkheid ongemoeid om een betalingsplan te bekrachtigen waarin met instemming van de meerderheid der schuldeisers het tegendeel wordt vooropgesteld.
  12. De uitvoering van het plan heeft wat (eiseres) betreft voor gevolg dat ze afstand doet van 67 pct. van haar schuldvordering voor het gedeelte ervan tussen 4.500 en 6.000 euro en van 100 pct. voor het gedeelte dat de 6.000 euro overtreft. Er wordt terugbetaald à rato van 1/3 na zes maanden en 2/3 na verloop van twaalf maanden sedert de definitieve opschorting. Ze blijft anderzijds gehouden om het door de rechtbank vastgestelde saldo van de koopsom in hoofdsom en interesten te betalen.
  13. Met toepassing van de aanzuiveringsregels zijn er op de drieëntwintig stemgerechtigde schuldeisers, en rekening houdend met de thans begrote schuldvorderingen, tot dusver achttien die niets hoeven prijs te geven, vijf die onder de 67 pct. regel vallen en drie die daarenboven een deel à 100 pct. verliezen. Ingevolge het vonnis van de rechtbank van koophandel van 21 juni 2002 is (eiseres) titularis van een schuldvordering van 53.013,94 euro in hoofdsom. Voor één van de schuldeisers Record Bank, die zowel een hypothecaire als chirografaire schuldvordering heeft is overigens een bijzondere maatregel getroffen. Haar verlies van het deel boven de 6.000 euro wordt gemilderd. Haar betaalbaar chirografair tegoed is forfaitair begroot op 82.421,17 euro tegenover een aangegeven vordering van 218.791, 69 euro. De aanzuivering van dit bedrag is evenwel verdaagd tot 24 maanden.
  14. Op grond van deze gegevens kan worden gesteld dat de schuldeisers gedifferentieerd worden behandeld in functie van de omvang van hun vordering, maar niet dat (eiseres) discriminerend of onredelijk wordt behandeld.
  15. Het hof besluit dan ook dat het voorliggende betalingsplan geheel in overeenstemming is met het vermelde artikel 29, ,§3 (van de Wet op het gerechtelijk akkoord). De grief ten gronde van (eiseres) wordt verworpen. Er bestaat geen reden om het op derdenverzet bestreden vonnis teniet te doen". Grieven
  16. Eerste onderdeel In geval van gerechtelijk akkoord ontstaat er een bijzondere vorm van samenloop en is schuldvergelijking verboden. Op dit verbod van schuldvergelijking wordt echter in de regel een uitzondering gemaakt voor samenhangende of verknochte schulden. Dit is het geval wanneer beide schulden voortvloeien uit een zelfde wederkerige overeenkomst of uit een zelfde synallagmatische rechtsverhouding. Immers, schuldvergelijking tussen samenhangende of verknochte schulden is in overeenstemming met de regel van de gelijkheid tussen de schuldeisers. Het aangevochten arrest stelt vast : "
  17. Het betalingsplan voorziet voor de chirografaire schuldeisers onder meer in het volgende : (...) schuldvergelijking wordt niet aanvaard". Deze bepaling naar luid waarvan schuldvergelijking niet wordt aanvaard, impliceert evenwel niet dat te dezen zou afgeweken zijn van voormelde regel dat schuldvergelijking toegestaan is voor samenhangende of verknochte schulden. Door aan te nemen dat het kwestieuze betalingsplan vooropstelt dat schuldvergelijking niet wordt aanvaard in geval van nauwe samenhang tussen de schuldvorderingen over en weer, terwijl het betalingsplan deze verbodsbepaling niet bevat, schendt de appèlrechter de verbindende kracht van het betalingsplan. Artikel 34, eerste lid, van de wet betreffende het gerechtelijk akkoord bepaalt dat de rechtbank de definitieve opschorting van betaling kan goedkeuren indien de openbare orde er niet aan in de weg staat (...). In de hypothese dat het kwestieuze betalingsplan de regel van de schuldvergelijking tussen samenhangende of verknochte schulden niet zou eerbiedigen, benadeelt het manifest op onredelijke wijze het belang van de schuldeiser wiens schuld samenhangend of verknocht is met een concordataire schuld en dit ten voordeel van de andere schuldeisers, hetgeen indruist tegen de in elke procedure tot gemeenschappelijke vereffening fundamentele regel van openbare orde van de gelijkheid der schuldeisers, zoals vervat in de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet. Door te oordelen dat de rechter de mogelijkheid heeft om een dergelijk betalingsplan te bekrachtigen schendt de appèlrechter dan ook voornoemde wettelijke bepalingen. Het aangevochten arrest heeft overigens geenszins vastgesteld dat de schuld van eiseres, namelijk een deel van de koopprijs, en de concordataire schuld, namelijk de schadevergoeding voor gebreken en slechte uitvoering, niet 'samenhangend' of 'verknocht' waren. Integendeel, uit de vaststellingen van het arrest blijkt ondubbelzinnig dat deze wederkerige schulden voortspruiten uit een zelfde wederkerige overeenkomst en derhalve samenhangend of verknocht zijn : "
  18. (...) (Eiseres) is in rechtsgeding verwikkeld met (verweerster), die bouwpromotor en aannemer is van een gebouw gelegen te Sint-Pieters-Woluwe. Ze heeft in november 1996 van (verweerster) een appartement aangekocht in het genoemde gebouw en de authentieke koopakte werd verleden in november
  19. De aankoopprijs werd slechts voor een deel voldaan en (eiseres), die zich beklaagt over gebreken en slechte uitvoering, vordert schadevergoeding. Bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Brussel van 21 juni 2002 wordt in de vermelde rechtsstrijd onder meer het volgende beslist : het aan (verweerster) verschuldigde saldo van de aankoopprijs beloopt 129.792,94 euro plus moratoire rente sedert 4 december 2000 en (eiseres) komt 53.013,94 euro plus gerechtelijke interest toe". Mede gelet op het voorgaande, vermocht het hof eiseres niet wettig elk recht op schuldvergelijking te ontzeggen. Door aan te nemen dat het kwestieuze betalingsplan de schuldvergelijking, in geval van "nauwe samenhang" tussen de schuldvorderingen over en weer, niet aanvaardt, terwijl het betalingsplan deze verbodsbepaling niet bevat en door te dezen aan eiseres elk recht op schuldvergelijking te ontzeggen, schendt de appèlrechter de verbindende kracht van het betalingsplan (schending van de artikelen 1134 van het Burgerlijk Wetboek, 29, ,§3, en 34 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord). Door te oordelen dat de rechter de mogelijkheid heeft om een betalingsplan, dat het beginsel van de schuldvergelijking tussen "samenhangende" of "verknochte" schulden niet eerbiedigt, te bekrachtigen en te dezen aan eiseres elk recht op schuldvergelijking te ontzeggen, schendt de appèlrechter alle in het middel aangevoerde bepalingen met uitzondering van artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek.
  20. Tweede onderdeel Artikel 29, ,§3, tweede lid, van de wet betreffende het gerechtelijk akkoord bepaalt : "(...) Het (herstelof betalings)plan kan voorzien (...) in de gedifferentieerde regeling van bepaalde categorieën van schulden, inzonderheid op grond van hun omvang of hun aard (...)". Naar luid van artikel 34, eerste lid, van de wet op het gerechtelijk akkoord kan de rechtbank de definitieve opschorting van betaling goedkeuren indien de openbare orde er niet aan in de weg staat (...). De gelijkheid van de schuldeisers is een beginsel van openbare orde, dat voortvloeit uit de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet. De mogelijkheid tot een gedifferentieerde regeling van bepaalde categorieën van schulden neemt evenwel niet weg dat de gelijkheid van de schuldeisers in acht dient te worden genomen met dien verstande dat alle schuldeisers van een bepaalde categorie op gelijke wijze dienen behandeld te worden en de gedifferentieerde behandeling niet op arbitraire criteria mag steunen. De rechtbank dient hierop toe te zien bij de goedkeuring van het betalingsplan, dat de rechten van de minderheid der schuldeisers niet mag miskennen. Te dezen volgt uit de bepalingen van het kwestieuze betalingsplan, zoals vastgesteld door de appèlrechter, o.a. : - dat eiseres, ingevolge het vonnis van de rechtbank van koophandel van 21 juni 2002 titularis van een schuldvordering van 53.013,94 euro in hoofdsom, slechts de som van 4.995 euro uitbetaald zal krijgen, daar ze afstand dient te doen van 67 pct. van haar schuldvordering voor het gedeelte ervan tussen 4.500, - en 6.000,- euro en van 100 pct. voor het gedeelte dat de 6.000 euro overtreft ; - dat voor een van de schuldeisers, te weten Record Bank, een bijzondere maatregel is getroffen met dien verstande dat haar verlies boven de 6.000,- euro wordt gemilderd en haar betaalbaar chirografair tegoed forfaitair begroot is op 82.421,17 euro tegenover een aangegeven vordering van 218.791,69 euro. Eiseres en Record Bank bevinden zich derhalve in een zelfde categorie, te weten schuldeisers waarvan de chirografaire schuldvordering meer dan 6.000,- euro bedraagt. Eiseres dient evenwel volledig afstand te doen van het gedeelte van haar schuldvordering boven de 6.000,- euro terwijl, ingevolge de bijzondere maatregel voor Record Bank, deze van het gedeelte van haar schuldvordering boven de 6.000,- euro nog een aanzienlijk bedrag uitbetaald krijgt. Derhalve schendt het aangevochten arrest, dat het betalingsplan goedkeurt, de gelijkheid van de schuldeisers die zich in eenzelfde categorie bevinden en de belangen van eiseres, die minderheidsschuldeiser is, in het voordeel van Record Bank en in het nadeel van eiseres. Door te oordelen dat het litigieuze betalingsplan eiseres niet discriminerend of onredelijk behandelt en dit plan goed te keuren, terwijl het de gelijkheid miskent tussen eiseres enerzijds en Record Bank anderzijds, in zoverre deze tot eenzelfde categorie van schuldeisers behoren, en het aldus indruist tegen de openbare orde, schendt de appèlrechter alle in het middel aangevoerde wettelijke bepalingen met uitzondering van artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek. IV. Beslissing van het Hof
  21. Eerste onderdeel Overwegende dat, krachtens artikel 29, ,§3, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord, het bepalend gedeelte van het herstel- of betalingsplan de maatregelen bevat die moeten worden genomen om de schuldeisers te voldoen, het plan de voorgestelde betalingstermijnen en schuldverminderingen vermeldt en kan voorzien in de omzetting van schulden in aandelen en in de gedifferentieerde regeling van bepaalde categorieën van schulden, inzonderheid op grond van hun omvang of hun aard ; Overwegende dat het recht van een schuldeiser om op schuldvergelijking beroep te doen, de openbare orde niet raakt ; dat een schuldeiser van dat recht afstand kan doen ook al gaat het om samenhangende schulden en schuldvorderingen ; Overwegende dat de appèlrechter vaststelt dat het herstelplan voorziet in de gedeeltelijke kwijtschelding door de schuldeisers van hun schuldvordering en in een afstand van het recht op schuldvergelijking ; dat hij overweegt dat de bepaling in het herstelplan "dat schuldvergelijking niet wordt aanvaard op zich niet onredelijk (kan) worden genoemd" en dat het uitsluiten van schuldvergelijking, ook al betreft het samenhangende vorderingen, de rechter niet belet om het herstelplan goed te keuren dat de instemming verkreeg van de vereiste meerderheid van schuldeisers ; dat de appèlrechter door op die gronden het herstelplan goed te keuren zijn beslissing naar recht verantwoordt ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ;
  22. Tweede onderdeel Overwegende dat het beginsel van gelijkheid tussen schuldeisers zoals dit voortvloeit uit de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet de openbare orde niet raakt ; dat een schuldeiser immers afstand kan doen van de rang die de wet hem toekent ; Dat het onderdeel dat van het tegendeel uitgaat, blijk geeft van een verkeerde rechtsopvatting ; Dat het onderdeel faalt naar recht ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van vierhonderd tweeënzestig euro tweeëntwintig cent jegens de eisende partij en op de som van driehonderd en twee euro nul cent jegens de verwerende partij sub
  23. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van twintig oktober tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051020.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000309.8 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040507.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.