← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051020.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051020.6 Rolnummer: C.02.0035.N-C.02.0224.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-03-20 Raadplegingen: 253 - laatst gezien 2026-07-03 10:58 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een beslissing over het derdenverzet van de beslagene tegen een beschikking die overeenkomstig artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek een notaris benoemt, doet geen uitspraak over een zwarigheid omtrent de tenuitvoerlegging, en is vatbaar voor hoger beroep. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Uitvoerend beslag op onroerend goed Benoeming van een notaris Derdenverzet Beslissing Aard Hoger beroep Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1033,1131 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Beslag Gedwongen tenuitvoerlegging Beslissing vatbaar voor hoger beroep Zwarigheid bij de tenuitvoerlegging Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1033,1131 Fiche 3 Een betwisting over de verlenging van de termijn van toewijzing maakt geen zwarigheid uit met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het uitvoerend beslag op onroerend goed. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Uitvoerend beslag op onroerend goed Termijn van toewijzing Verlenging Betwisting Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.51,1580, Tekst van de beslissing I. Nr. C.02.0035.N T.C., eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 2800 Mechelen, Battelsesteenweg 95, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen

  1. KBC BANK, naamloze vennootschap, met zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2, vertegenwoordigd door Mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
  2. V.E.
  3. T.R.,
  4. C.P., verweerders, II. Nr. C.02.0224.N T.C., eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 2800 Mechelen, Battelsesteenweg 95, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  5. KBC BANK, naamloze vennootschap, met zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2, vertegenwoordigd door Mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
  6. V.E.,
  7. T.R.
  8. C.P., verweerders. I. Bestreden beslissingen In de zaak C.02.0035.N is het cassatieberoep gericht tegen een beschikking, op 26 oktober 2001 gewezen door de beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge. In de zaak C.02.0224.N is het cassatieberoep gericht tegen een arrest, op 25 januari 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, dat uitspraak doet over het hoger beroep van eiseres tegen de voormelde beschikking van 26 oktober
  9. II. Rechtspleging voor het Hof Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Middelen A. Cassatieberoep in de zaak C.02.0035.N Eiseres voert in haar verzoekschrift vier middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. B. Cassatieberoep in de zaak C.02.0224.N Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof A. Voeging Overwegende dat het cassatieberoep in de zaak C.02.0224.N gericht is tegen het arrest dat beslist over het hoger beroep tegen de beschikking van 26 oktober 2001 waartegen het cassatieberoep in de zaak C.02.0035.N is gericht ; Dat de zaken dienen te worden gevoegd. B. Cassatieberoep in de zaak C.02.0035.N
  10. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1.
  11. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de beschikking over het door eiseres ingestelde derdenverzet tegen de beschikking van 13 juli 1998 : Over het door de eerste verweerster opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep en het door het openbaar ministerie opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarvan is kennisgegeven aan de raadsman van de eerste verweerster bij gewone brief en aan de overige partijen bij gerechtsbrief overeenkomstig artikel 1097 van het Gerechtelijk Wetboek : de voorziening voldoet niet aan de vereisten van artikel 1624, tweede lid, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, zodat de beslissing niet in laatste aanleg is gewezen : Overwegende dat, krachtens artikel 1131 van het Gerechtelijk Wetboek, tegen de beslissing die op derdenverzet is gewezen, alle rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, met uitzondering van hoger beroep indien de bestreden beslissing zelf in hoger beroep is gewezen ; Dat, krachtens artikel 1624, tweede lid, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen vonnissen of beschikkingen, voor zover zij uitspraak doen over zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging ; Dat artikel 1624, tweede lid, 2°, geen toepassing vindt op uitspraken over het derdenverzet van de beslagene tegen een beschikking die overeenkomstig artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek een notaris benoemt ; dat dergelijke beslissing geen uitspraak doet over een zwarigheid omtrent de tenuitvoerlegging en, krachtens artikel 1131 van dit wetboek, vatbaar is voor hoger beroep ; Overwegende dat uit de bestreden beslissing blijkt dat eiseres derdenverzet heeft ingesteld tegen de beschikking van 13 juli 1998 waarbij in toepassing van artikel 1580 van het Gerechtelijk Wetboek notaris Els van Tuyckom als notaris werd benoemd, belast met de veiling van de in beslag genomen goederen ; Dat het cassatieberoep opkomt tegen de bestreden beslissing die uitspraak doet over dit derdenverzet, derhalve opkomt tegen een beslissing die vatbaar is voor hoger beroep en niet in laatste aanleg is gewezen ; Dat het middel van niet-ontvankelijkheid gegrond is ; 1.
  12. In zoverre het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing over het door eiseres ingestelde derdenverzet tegen de beschikkingen van 23 en 24 april 2001 : Over het door de eerste verweerster opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep : de bestreden beslissing is niet in laatste aanleg gewezen omdat tegen die beslissing door eiseres hoger beroep werd ingesteld en er gezag van gewijsde is van het arrest dat dit hoger beroep ontvankelijk heeft verklaard : Overwegende dat het Hof zelf oordeelt of de beslissing waartegen cassatieberoep is ingesteld in laatste aanleg is gewezen en daarbij niet gebonden is door het gezag van het rechterlijk gewijsde van een arrest dat het hoger beroep dat de eiseres eveneens heeft ingesteld tegen de door het cassatieberoep bestreden uitspraak, ontvankelijk verklaart ; Dat het middel van niet-ontvankelijkheid dat op dergelijk gezag van gewijsde steunt, moet worden verworpen ; Over het door het openbaar ministerie opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarvan waar is kennisgegeven aan de raadsman van de eerste verweerster bij gewone brief en aan de overige partijen bij gerechtsbrief overeenkomstig artikel 1097 van het Gerechtelijk Wetboek : de beslissing is niet in laatste aanleg gewezen : Overwegende dat artikel 1623 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter uitspraak doet over de zwarigheden die na de beschikking tot benoeming van de notaris tussen partijen rijzen omtrent de tenuitvoerlegging ; Dat, krachtens de artikelen 1580 en 1587 van dit wetboek, de schuldeiser, in geval van onroerend beslag op onroerend goed, bij de beslagrechter een verzoekschrift moet indienen tot benoeming van een notaris die onder meer belast is met de veiling van de in beslag genomen goederen, waarbij de toewijzing moet geschieden binnen zes maanden na de beschikking van de rechter ; dat de benoeming van de notaris derhalve tevens de termijn van toewijzing inhoudt ; Dat de termijn van toewijzing overeenkomstig artikel 51 van het Gerechtelijk Wetboek vatbaar is voor verlenging ; Dat in geval van verlenging van de termijn van toewijzing, de zwarigheden met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het uitvoerend beslag op onroerend goed slechts kunnen rijzen na de beschikking tot verlenging van de termijn, zonder dat een betwisting over de verlenging van de termijn een zwarigheid uitmaakt ; Overwegende dat uit de bestreden beslissing blijkt dat eiseres tegen de beschikkingen van 23 en 24 april 2001 tot verlenging van de toewijzingstermijn derdenverzet heeft gedaan ; Dat de bestreden beschikking, in zoverre zij uitspraak doet over dit derdenverzet, geen vonnis of beschikking is als bedoeld in artikel 1624, tweede lid, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek ; Dat het cassatieberoep, in zoverre het opkomt tegen de beslissing in de bestreden beschikking over het derdenverzet tegen de beschikking van 23 en 24 april 2001, gericht is tegen een beslissing die geen uitspraak doet over zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging na de beschikking tot benoeming van de notaris ; Dat het cassatieberoep aldus in zoverre opkomt tegen een beschikking die vatbaar is voor hoger beroep en niet in laatste aanleg is gewezen ; Dat het middel van niet-ontvankelijkheid gegrond is ;
  13. Derde en vierde middel Overwegende dat het derde middel opkomt tegen de bestreden beschikking in de mate dat de vorderingen van eiseres strekkende tot vernietiging van de definitieve toewijs ongegrond worden verklaard in zoverre zij hun grondslag vinden in de vermeende nietigheid van de beschikkingen van 13 juli 1998, 23 april 2001 en 24 april 2001 ; Dat het vierde middel opkomt tegen de bestreden beschikking in zoverre uitspraak wordt gedaan over het derdenverzet tegen de beschikking van 13 juli 1998, het incidenteel derdenverzet tegen de beschikkingen van 23 en 24 april 2001 en over de vordering met betrekking tot de toewijs die dienvolgens nietig dient te worden verklaard ; Dat gelet op de niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep in de mate dat er wordt opgekomen tegen de bestreden beschikking in zoverre zij uitspraak doet over de derdenverzetten tegen de beschikkingen van 13 juli 1998, 23 april 2001 en 24 april 2001, het derde en vierde middel voor eiseres geen belang meer vertonen, mitsdien niet ontvankelijk zijn ;
  14. Het verzoek van eiseres tot het stellen van een prejudiciële vraag Overwegende dat, eensdeels, het cassatieberoep en, anderdeels, de door eiseres aangevoerde middelen, niet ontvankelijk zijn ; Dat er derhalve geen aanleiding is tot het stellen van de door eiseres voorgestelde prejudiciële vraag ; C. Cassatieberoep in de zaak C.02.0224.N
  15. Algemeen Overwegende dat het arrest onder meer beslist : "in zoverre door (eiseres) gesteund wordt op de voormelde argumenten aangaande de beschikkingen van 13 juli 1998 en van 23 en 24 april 2001 faalt (eiseres) evenzeer, niet alleen gelet op de ongegrondheid ervan, zoals blijkt uit de overwegingen sub

(1)en
(2), doch tevens omdat er geen hoger beroep mogelijk is tegen een beschikking over zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging na de benoeming van een notaris" ; Dat de appèlrechters aldus te kennen geven dat zij oordelen dat de beschikking waartegen hoger beroep werd ingesteld, in zoverre die uitspraak doet over het derdenverzet tegen de beschikkingen van 13 juli 1998 en 23 en 24 april 2001, een beslissing inhoudt over zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging na benoeming van een notaris, waartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld ; Dat eiseres die reden niet bekritiseert ;
  1. Derde onderdeel Overwegende dat wegens de hierboven onder C.
  2. Algemeen vermelde reden het bedoelde verweer voor de appèlrechters geen belang meer vertoonde en niet eer diende te worden beantwoord ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ;
  3. Eerste, tweede, vierde en vijfde onderdeel Overwegende dat de hierboven onder C.
  4. Algemeen vermelde zelfstandige en niet-bekritiseerde reden de bestreden beslissingen van het arrest draagt ; Dat de onderdelen, al waren zij gegrond, niet tot cassatie kunnen leiden, mitsdien niet ontvankelijk zijn ; D. Tegeneis ingesteld door de NV KBC Bank Overwegende dat in beide gevoegde zaken de NV KBC Bank de veroordeling vraagt van eiseres wegens haar roekeloos en tergend cassatieberoep ; Dat het verzoek inderdaad roekeloos en tergend is en de gevorderde schade bewezen voorkomt ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Voegt de zaken C.02.0035.N en C.02.0224.N ; Verwerpt de cassatieberoepen ; Veroordeelt eiseres 2900 euro te betalen aan de NV KBC Bank ; Veroordeelt eiseres in de kosten van de beide cassatieberoepen. De kosten begroot in de zaak C.02.0035.N op de som van negenhonderd veertig euro vijfenzestig cent jegens de eisende partij en op de som van driehonderd vijfenvijftig euro tweeënveertig cent jegens de verwerende partij sub 1 en in de zaak C.02.0224.N op de som van negenhonderd vierenvijftig euro vierenvijftig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd zevenentachtig euro zesennegentig cent jegens de verwerende partij sub
  5. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van twintig oktober tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051020.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.