id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051025.12 Rolnummer: P.05.0127.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2006-02-23 Raadplegingen: 181 - laatst gezien 2026-07-03 10:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche De indeplaatsstelling van de verzekeraar die schadevergoeding heeft betaald, tot beloop van het bedrag van die vergoeding in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of de begunstigde tegen de aansprakelijke derden, vindt slechts toepassing bij verzekeringen tot betaling van schade
(1).
(1)Het openbaar ministerie had geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beslissing op grond dat de appèlrechters op basis van hun vaststellingen met betrekking tot het litigieuze contract niet konden besluiten dat in casu de prestatie van de verzekeraar een forfaitair karakter had. Voor de aftoetsing van de criteria werd daarbij verwezen naar Cass., 31 okt. 1966, A.C. 1967, 294 en Cass., 28 sept. 1983, A.C. 1983-1984, nr
- Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Verzekeraar Uitbetaling schadevergoeding Indeplaatsstelling van de verzekeraar Wettelijke bepalingen: Wet - 25-06-1992 - Art.41 Tekst van de beslissing Nr. P.05.0127.N ING INSURANCE nv, eiseres, burgerlijke partij, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- D. C., verweerster, beklaagde, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,
- O. P., verweerder, burgerlijke partij, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Jean Vanderhasselt, advocaat bij de balie te Brussel. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 10 december 2004 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ghislain Dhaeyer heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie één middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende dat artikel 1.i van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomsten - verder genoemd: Landverzekeringswet bepaalt dat onder de verzekering tot vergoeding van schade wordt verstaan de verzekering waarbij de verzekeraar zich ertoe verbindt de prestatie te leveren die nodig is om de schade die de verzekerde geleden heeft of waarvoor hij aansprakelijk is, geheel of gedeeltelijk te vergoeden; Dat artikel 1.j Landsverzekeringswet bepaalt dat onder verzekering tot uitkering van een vast bedrag wordt verstaan de verzekering waarbij de prestatie van de verzekeraar niet afhankelijk is van de omvang van de schade; Dat artikel 41 Landsverzekeringswet voorziet in de indeplaatsstelling van de verzekeraar die schadevergoeding heeft betaald, tot beloop van het bedrag van die vergoeding in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of de begunstigde tegen de aansprakelijke derden; dat de indeplaatsstelling bedoeld in die bepaling slechts toepassing vindt bij verzekeringen tot vergoeding van schade; Overwegende dat het bestreden vonnis oordeelt dat: - eiseres een vast forfaitair bedrag uitkeert aan P. O. wegens zijn arbeidsongeschiktheid; - het feit dat dit bedrag berekend wordt op basis van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, meer bepaald op basis van het basisloon en de graad van arbeidsongeschiktheid, geen afbreuk doet aan het forfaitaire karakter van de uitkering; - de bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolis bepalen dat het in aanmerking te nemen jaarloon conventioneel wordt bepaald en de maximum werkelijke jaarlijkse wedde die voor vergoeding in aanmerking komt, per persoon 1.000.000 frank niet mag overschrijden; Dat het bestreden vonnis dat op grond hiervan besluit dat de verzekeringspolis een verzekering tot uitkering van een vast bedrag is, van de verzekeringsovereenkomst een uitlegging geeft die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is, mitsdien de bewijskracht ervan niet miskent; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist; Overwegende dat de aangevoerde schending van artikel 1134 Burgerlijk Wetboek en van de als geschonden aangewezen artikelen van de Landsverzekeringswet, geen zelfstandige grieven uitmaken maar enkel zijn afgeleid uit de vergeefs ingeroepen schendingen van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiseres in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van driehonderd eenendertig euro zevenenvijftig cent, waarvan zevenentwintig euro zesentwintig cent verschuldigd en driehonderd en vier euro eenendertig cent door eiseres betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijfentwintig oktober tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051025.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div