← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051025.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051025.7 Rolnummer: P.05.1310.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-02-23 Raadplegingen: 179 - laatst gezien 2026-07-03 10:55 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De termijn van tenminste 10 dagen tussen de datum waarop de verdachte, de burgerlijke partij en hun raadslieden op de hoogte zijn gebracht van de bepaling van de rechtsdag van de zaak en de datum waarop zij voor de kamer van inbeschuldigingstelling verschijnen, is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven

(1).
(1)Cass., 18 april 2001, AR P.01.0381.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010418.21, nr 214; DECLERCQ R., Onderzoeksgerechten, A.P.R., 1993, p. 405, nr 1035; DECLERCQ R., Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2003, p. 1392, nr 3214; DEMANET G., Du rôle de la chambre des mises en accusation en cas d'extradition demandée à la Belgique, openingsrede hof van beroep te Mons, 3 sept. 1987, in Rev. dr. pén., 1988, 239-288. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Raadkamer Hoger beroep Kamer van inbeschuldigingstelling Bepaling van de rechtsdag Verwittiging partijen Termijn Aard Fiche 2 Het ter beschikking stellen van het dossier aan de vreemdeling en aan zijn raadsman op de griffie van het hof van beroep is een vormvereiste die ertoe strekt de eerbiediging van het recht van verdediging te waarborgen
(1).
(1)Cass., 18 april 2001, AR P.01.0381.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010418.21, nr 214; DECLERCQ R., Onderzoeksgerechten, A.P.R., 1993, p. 405, nr 1035; DECLERCQ R., Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2003, p. 1392, nr 3214; DEMANET G., Du rôle de la chambre des mises en accusation en cas d'extradition demandée à la Belgique, openingsrede hof van beroep te Mons, 3 sept. 1987, in Rev. dr. pén., 1988, 239-288. Thesaurus CAS: UITLEVERING Vrije woorden: UITLEVERING Raadkamer Hoger beroep Kamer van inbeschuldigingstelling Ter beschikking stellen van het dossier Doel Tekst van de beslissing Nr. P.05.1310.N R J, eiser, aangehouden met het oog op uitlevering, met als raadsman Mr. Pol Vandemeulebroucke, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 16 september 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende dat eiser betoogt dat "artikel 217 e.v. Sv." (lees: 223, tweede lid, Wetboek van Strafvordering) is geschonden, aangezien minder dan tien dagen verstreken zijn tussen de datum waarop hij en/of zijn raadsman op de hoogte zijn gebracht van de bepaling van de rechtsdag van de zaak en de datum waarop zij voor de kamer inbeschuldigingstelling zijn verschenen; Overwegende dat de termijn van tien dagen niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven; Dat het ter beschikking stellen van het dossier aan de vreemdeling en aan zijn raadsman op de griffie van het hof van beroep een vormvereiste is die ertoe strekt de eerbiediging van het recht van verdediging te waarborgen; Overwegende dat eiser geen enkele miskenning van dit recht aanvoert; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser tot de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van negenenzestig euro zesenzestig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijfentwintig oktober tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051025.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010418.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.