← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.21

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.21 Rolnummer: P.05.1106.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2006-09-20 Raadplegingen: 736 - laatst gezien 2026-07-04 12:33 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Zo een vaststelling van een verkeersovertreding op de openbare weg door ter zake bevoegde overheidspersonen een door artikel 8, tweede lid, E.V.R.M. toegestane inmenging in de uitoefening van het recht op privacy is, wordt dit recht evenwel miskend wanneer deze vaststelling is gebeurd in een auto uitgerust met drie camera's en in aanwezigheid van onbevoegde derden die tot een televisieproductiehuis behoren en die vanaf het begin elke beweging "live" volgden, zodat aldus het prerogatief van de politie doelbewust gedeeld werd met derden die van meet af aan op een actieve wijze bij de initiële opsporingsfase werden betrokken. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Verkeersovertreding Vaststelling door de ter zake bevoegde overheidspersonen Aanwezigheid in voertuig van verbalisanten van camera's bediend door onbevoegde derden die tot een televisieproductiehuis behoren Live-opname van de vaststelling van de verkeersovertreding met het oog op eventuele uitzending op televisie Doelbewuste deelname aan de prerogatieven van de politie Actieve betrokkenheid bij de initiële opsporingsfase Artikel 8, E.V.R.M. Recht op privacy Miskenning Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Recht op privacy Strafzaken Bewijsvoering Verkeersovertreding Vaststelling door de ter zake bevoegde overheidspersonen Aanwezigheid in voertuig van verbalisanten van camera's bediend door onbevoegde derden die tot een televisieproductiehuis behoren Live-opname van de vaststelling van de verkeersovertreding met het oog op eventuele uitzending op televisie Doelbewuste deelname aan de prerogatieven van de politie Actieve betrokkenheid bij de initiële opsporingsfase Thesaurus CAS: RADIO- EN TELEVISIEOMROEP Vrije woorden: RADIO- EN TELEVISIEOMROEP Aanwezigheid bij de vaststelling van een misdrijf door ter zake bevoegde overheidspersonen Doelbewuste deelname aan de prerogatieven van de politie Actieve betrokkenheid bij de initiële opsporingsfase Verkeersovertreding Aanwezigheid in voertuig van verbalisanten van camera's bediend door onbevoegde derden die tot een televisieproductiehuis behoren Live-opname van de vaststelling van de verkeersovertreding met het oog op eventuele uitzending op televisie Artikel 8, E.V.R.M. Recht op privacy Miskenning Fiche 4 Ofschoon naar Belgisch recht het gebruik van bewijs dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast of een aangever met het oog op het leveren van dat bewijs heeft verkregen ingevolge een misdrijf, met miskenning van een regel van het strafprocesrecht, ingevolge een schending van het recht op privacy, met miskenning van het recht van verdediging of met miskenning van het recht op menselijke waardigheid, in principe, niet geoorloofd is, mag de rechter alleen dan geen rekening houden met een onrechtmatig verkregen bewijs: hetzij wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid, hetzij wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, hetzij wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces

(1).
(1)Cass., 14 okt. 2003, AR P.03.0762.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.18, nr 499, met concl. proc.-gen. DE SWAEF; 23 maart 2004, AR P.04.0012.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040323.24, nr 165; 16 nov. 2004, AR P.04.0644.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.16, nr 549, met concl. O.M.; 16 nov. 2004, AR P.04.1127.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.17, nr 550, met concl. O.M.; 2 maart 2005, AR P.04.1644.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050302.10, nr 130, met concl. adv.-gen. VANDERMEERSCH. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Onrechtmatig verkregen bewijs Uitsluiting Fiche 5 Het staat de rechter de toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs te beoordelen in het licht van de artikelen 6, E.V.R.M. en 14, I.V.B.P.R., rekening houdende met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, inbegrepen de wijze waarop het bewijs verkregen werd en de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan; hij kan bij dit oordeel, onder meer, een of het geheel van volgende omstandigheden in afweging nemen: hetzij dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, al dan niet de onrechtmatigheid opzettelijk heeft begaan, hetzij dat de ernst van het misdrijf veruit de begane onrechtmatigheid overstijgt, hetzij dat het onrechtmatig verkregen bewijs alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf betreft
(1).
(1)Cass., 23 maart 2004, AR P.04.0012.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040323.24, nr
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Onrechtmatig verkregen bewijs Toelaatbaarheid Beoordeling door de rechter Fiches 6 - 7 De rechter oordeelt onaantastbaar onder welke omstandigheden het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces, voor zover de omstandigheden waarop hij dit oordeel grondt, zijn beslissing kunnen rechtvaardigen. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Strafzaken Gebruik van onrechtmatig bewijs Beoordeling in het licht van het eerlijk proces ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Strafzaken Gebruik van onrechtmatig bewijs Beoordeling in het licht van het eerlijk proces Marginale toetsing Tekst van de beslissing Nr. P.05.1106.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE IEPER, eiser, tegen D. V. M. J. R., verweerder, beklaagde. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 26 mei 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Ieper. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een verzoekschrift twee middelen voor. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  2. Eerste middel Overwegende dat het middel schending aanvoert van artikel 8 EVRM betreffende het recht op privacy; Overwegende dat zo een vaststelling van een verkeersovertreding op de openbare weg door ter zake bevoegde overheidspersonen een door artikel 8, tweede lid, EVRM toegestane inmenging in de uitoefening van het recht op privacy is, dit recht evenwel wordt miskend wanneer deze vaststelling is gebeurd, zoals het bestreden vonnis onaantastbaar vaststelt, in een auto uitgerust met drie camera's en in aanwezigheid van onbevoegde derden die tot een televisieproductiehuis behoren en die vanaf het begin elke beweging "live" volgden, zodat aldus het prerogatief van de politie doelbewust gedeeld werd met derden die van meetaf aan op een actieve wijze bij de initiële opsporingsfase werden betrokken; Overwegende dat het middel niet kan worden aangenomen;
  3. Tweede middel Overwegende dat in principe niet geoorloofd is, het gebruik van bewijs dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, of een aangever met het oog op het leveren van dat bewijs hebben verkregen ingevolge een misdrijf, met miskenning van een regel van het strafprocesrecht, ingevolge een schending van het recht op privacy, met miskenning van het recht van verdediging of met miskenning van het recht op menselijke waardigheid; Dat evenwel de rechter alleen dan geen rekening mag houden met een onrechtmatig verkregen bewijs; - hetzij wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid; - hetzij wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast; - hetzij wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces; Overwegende dat het de rechter staat de toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs te beoordelen in het licht van de artikelen 6 EVRM of 14 IVBPR, rekening houdende met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, inbegrepen de wijze waarop het bewijs verkregen werd en de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan; Overwegende dat de rechter bij dit oordeel, onder meer, een of het geheel van volgende omstandigheden in afweging kan nemen: - hetzij dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, al dan niet de onrechtmatigheid opzettelijk heeft begaan; - hetzij dat de ernst van het misdrijf veruit de begane onrechtmatigheid overstijgt; - hetzij dat het onrechtmatig verkregen bewijs alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf betreft; Overwegende dat de rechter onaantastbaar oordeelt onder welke omstandigheden het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces, voor zover de omstandigheden waarop hij dit oordeel grondt zijn beslissing kunnen rechtvaardigen; Overwegende dat, anders dan het middel aanvoert, het bestreden vonnis de redenen opgeeft waarom het oordeelt dat hier het onrechtmatig verkregen bewijs niet mag worden gebruikt; Overwegende dat, eveneens anders dan het middel aanvoert, het bestreden vonnis onderzoekt of het recht op een eerlijk proces in gedrang werd gebracht en daartoe de begane onrechtmatigheid afweegt tegen de ernst van het misdrijf; Overwegende dat de door het bestreden vonnis gemaakte afweging tussen, enerzijds, het recht op privacy, anderzijds, de ernst van de begane verkeersovertreding zijn beslissing naar recht verantwoordt; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Laat de kosten ten laste van de Staat. Gezegde kosten begroot op de som van zesenvijftig euro verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van acht november tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.21 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100505.3 ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120905.1 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181212.4 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240625.2N.28 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251124.3F.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.18 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040323.24 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.16 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041116.17 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050302.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061121.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.