← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051110.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051110.11 Rolnummer: C.03.0620.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2006-03-24 Raadplegingen: 208 - laatst gezien 2026-07-03 10:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche In geval van herroeping van een schenking wegens ondankbaarheid moet, in de verhouding tussen de schenker en de begiftigde, de eventuele waardevermindering van het voorwerp van de schenking dat terugkeert in het vermogen van de schenker door hem worden ondergaan en komt de eventuele waardevermeerdering hem ten goede, ook al betreft de schenking een geldsom

(1).
(1)C. Demolombe, Trait des donations entre-vifs et des testaments, III, Parijs 1863, 659-661, nr 710; F. Laurent, Principes de droit civil, XIII, Brussel 1874, 53, nr
  1. Thesaurus CAS: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Vrije woorden: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Schenking Herroeping wegens ondankbaarheid Gevolg tussen schenker en begiftigde Wettelijke bepalingen: Wet - 18-04-1851 - Art.958,tweede Tekst van de beslissing Nr. C.03.0620.N V.R. eiser, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen F.N., verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 16 juni 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft geconcludeerd. III. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; de artikelen 958, tweede lid, 1153, eerste, tweede en derde lid, en 1895 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest verklaart het incidenteel hoger beroep van verweerster gegrond, hervormt het vonnis a quo voor zover op de hoofdvordering aan verweerster geen interest vanaf de datum van de schenking worden toegekend, en veroordeelt eiser vervolgens bijkomend tot betaling aan verweerster, op het bedrag van 87.382,47 euro, van interest aan de wettelijke interestvoet vanaf de datum van de onrechtstreekse schenking (15 december 1980) tot de inleiding van de oorspronkelijke hoofdvordering, en dit bij wijze van actualisering van het onrechtstreeks geschonken bedrag, gelet op het tijdstip van de eis, en dit op volgende gronden : "De gerechtelijke herroeping heeft tussen partijen terugwerkende kracht. (Eiser) werd door de eerste rechter terecht tot terugbetaling van de helft van de aankoopprijs en de daarop betrekking hebbende aktekosten veroordeeld. De terugbetaling van het nominaal bedrag stemt niet overeen met de teruggave van de waarde, gelet op het tijdstip van de eis (art. 958 B. W.). (Verweerster) kan worden gevolgd in de stelling dat het toekennen van interesten aan dezelfde interestvoet als de compensatoire interesten evenzeer dienstig kan zijn voor het herwaarderen van andere waardeschulden dan deze voortvloeiende uit schade-eisen. De door (verweerster) gevorderde interesten vanaf de datum van de schenking kunnen worden toegekend. De aanstelling van een deskundige in dit verband is overbodig". Grieven
  2. Eerste onderdeel Overeenkomstig artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, wordt de begiftigde, in geval van herroeping van een schenking wegens ondankbaarheid, veroordeeld tot teruggave van de waarde der vervreemde goederen, gelet op het tijdstip van de eis. In toepassing van deze wetsbepaling brengt de herroeping van de schenking wegens ondankbaarheid met zich dat partijen moeten teruggeplaatst worden in de staat waarin ze zich zouden bevonden hebben indien de schenking niet had plaatsgehad. Wanneer het geschonken goed zich nog in het vermogen van de begiftigde bevindt, zal het moeten teruggegeven worden, waarbij mogelijke waardevermeerderingen of waardeverminderingen van het goed sinds de datum van de schenking, respectievelijk ten goede komen aan- of moeten ondergaan worden door de schenker. Indien de schenking niet had plaatsgehad en het goed in het vermogen van de schenker zou gebleven zijn, dan zou deze de waardevermeerderingen en waardeverminderingen immers ook hebben moeten ondergaan. Dit principe wordt ook uitdrukkelijk gesteld door voornoemd artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek : wanneer het goed zich niet meer in het vermogen van de begiftigde bevindt, is de waarde ervan ten tijde van de vordering in herroeping verschuldigd. Wanneer, zoals te dezen, het voorwerp van de schenking een geldsom is, dan zal de munterosie tussen het tijdstip van de schenking en het tijdstip van de vordering in herroeping wegens ondankbaarheid, net zoals "waardeverminderingen" van een geschonken goed, moeten ondergaan worden door de schenker. Indien hij immers de geldsom niet had geschonken en zelf had behouden, dan zou hij deze munterosie ook hebben ondergaan. Voor zover artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, bepaalt dat bij vervreemding "de waarde der vervreemde goederen, gelet op het tijdstip van de eis" moet teruggegeven worden, betekent het niet dat de munterosie, die een waardevermindering betekent buiten toedoen van de begiftigde, bijkomend moet vergoed worden door de begiftigde, maar betekent het wel dat de munterosie door de schenker moet gedragen worden, nu de verminderde koopkracht van de geschonken geldsom de waarde ervan vertegenwoordigt ten tijde van de vordering in herroeping. Door de geschonken geldsom te herwaarderen door middel van de toekenning van compensatoire interest vanaf de datum der schenking (15 december 1980) tot de datum der inleiding van de eis (19 juni 2000), veroordeelt het bestreden arrest eiser, in strijd met het voorschrift van artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, tot teruggave van een geldsom waarvan "de waarde" niet deze is ten tijde van de vordering in herroeping, maar wel de (koopkracht)waarde is ten tijde van de schenking. Anders dan door het bestreden arrest voorgehouden, vertegenwoordigt het nominaal bedrag van de geschonken geldsom wel de waarde ervan "op het tijdstip van de eis" in de zin van artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. Door eiser, naast de terugbetaling van de geschonken geldsom, bijkomend te veroordelen tot betaling van compensatoire interest vanaf de datum der schenking tot de datum der inleiding van de eis, bij wijze van actualisering van het geschonken bedrag, miskent het bestreden arrest derhalve artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.
  3. Tweede onderdeel Compensatoire interest zijn een aanvullende vergoeding die strekt tot vergoeding van de schade ten gevolge van muntontwaarding en/of vertraging bij de schadeloosstelling. Zij maken integrerend deel uit van de door de rechter te begroten vergoeding die wordt toegekend tot herstel van de door een fout veroorzaakte schade, en hun interestvoet wordt door de rechter bepaald. Voor verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen van een bepaalde geldsom kan evenwel, krachtens artikel 1153, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, de schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering nooit in iets anders bestaan dan in de wettelijke interest. Krachtens het tweede lid van dezelfde wetsbepaling is die schadevergoeding verschuldigd zonder dat de schuldeiser enig verlies hoeft te bewijzen, en luidens het derde lid van dezelfde bepaling is zij verschuldigd te rekenen van de dag der aanmaning tot betaling, behalve in geval de wet ze van rechtswege doet lopen. Overeenkomstig het principe waarvan toepassing in artikel 1895 van het Burgerlijk Wetboek, blijft een schuldvordering van een op numerieke wijze vastgestelde geldsom op haar bedrag vastgesteld, zonder aanpassing aan de muntontwaarding. Krachtens artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, wordt de begiftigde, in geval van herroeping, veroordeeld tot teruggave van de waarde der vervreemde goederen, gelet op het tijdstip van de eis, en is de begiftigde slechts gehouden tot teruggave van de vruchten te rekenen van de dag van de eis in herroeping. Wanneer de schenking, zoals te dezen, een geldsom betreft, is de teruggaveplicht ingevolge herroeping van de schenking, een verbintenis die bestaat uit de betaling van een geldsom in de zin van artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek, waarvoor de schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering nooit in iets anders bestaat dan de wettelijke interest, en niet een schuld waarvan het bedrag door de rechter moet worden geraamd. Op een wegens herroeping van een schenking wegens ondankbaarheid terug te betalen geschonken geldsom zijn dan ook, in toepassing van voornoemde artikelen 958, tweede lid, 1153, eerste tot derde lid, en 1895 van het Burgerlijk Wetboek, slechts de wettelijke interest verschuldigd, en dit vanaf de datum van de eis in herroeping, zonder dat bijkomend een vergoeding wegens muntontwaarding kan worden toegekend. Door te dezen eisers verplichting tot terugbetaling van de geschonken geldsom als een waardeschuld, en niet als een geldschuld in de zin van artikel 1153, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, te kwalificeren, en eiser vervolgens niet alleen te veroordelen tot terugbetaling van het nominaal bedrag van de geschonken gelden, meer de wettelijke interest vanaf de datum der inleiding van de eis in herroeping van de schenking wegens ondankbaarheid, maar ook tot betaling van een vergoeding wegens munterosie, en dit onder de vorm van compensatoire interest vanaf de datum der schenking tot de datum van de eis in herroeping, schendt het bestreden arrest dan ook de artikelen 958, tweede lid, 1153, eerste tot derde lid, en 1895 van het Burgerlijk Wetboek. IV. Beslissing van het Hof Eerste onderdeel Overwegende dat, luidens artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, in geval van herroeping van een schenking wegens ondankbaarheid, de begiftigde wordt veroordeeld tot teruggave van de waarde der vervreemde goederen, gelet op het tijdstip van de eis, en tot teruggave van de vruchten, te rekenen van de dag van de eis ; Dat hieruit volgt dat, in de verhouding tussen de schenker en de begiftigde, de herroeping van een schenking wegens ondankbaarheid voor gevolg heeft dat het voorwerp van de schenking moet terugkeren in het vermogen van de schenker als zou het dat niet hebben verlaten ; Dat eventuele waardeverminderingen of waardevermeerderingen moeten worden ondergaan door respectievelijk ten goede komen aan de schenker, ook al betreft de schenking een geldsom ; Overwegende dat de appèlrechters door de door verweerster geschonken geldsom te herwaarderen door "compensatoire interesten" toe te kennen vanaf de datum van de schenking tot de datum van de inleiding van de vordering tot herroeping en de muntontwaarding ten laste te leggen van de begiftigde, artikel 958, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek schenden ; Dat het onderdeel gegrond is ;
  4. Overige grieven Overwegende dat de overige grieven niet tot een ruimere cassatie kunnen leiden ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre de appèlrechters het incidenteel beroep van verweerster gegrond verklaren en uitspraak doen over de kosten ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van tien november tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guido Bresseleers, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051110.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.