id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051110.8 Rolnummer: C.04.0020.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-03-24 Raadplegingen: 839 - laatst gezien 2026-07-04 11:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De verschuldigdheid van een dwangsom vindt haar grondslag in de rechterlijke uitspraak waarbij zij is opgelegd; op grond van die uitspraak is, wanneer na de betekening ervan aan de in de uitspraak aangegeven voorwaarden wordt voldaan, de dwangsom ten volle verschuldigd en kan zij zonder nieuwe rechterlijke uitspraak worden ten uitvoer gelegd
(1).
(1)Cass., 26 juni 1987, AR 5372, A.C. 1986-87, nr 653; 25 sept. 2000, AR C.99.0201.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000925.6, nr 490. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: DWANGSOM Verschuldigdheid Tenuitvoerlegging Grondslag Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1385quater Fiche 2 Behoudens in de bij de wet bepaalde gevallen kan de beslagrechter in geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis geen uitspraak doen over de zaak zelf, noch over de rechten van de partijen die vastgelegd zijn in de titel waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd
(1).
(1)Zie Cass., 10 juni 1999, AR C.98.0509.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990610.23, nr 348. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) Vrije woorden: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) Beslagrechter Zwarigheden bij de tenuitvoerlegging Beperking Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.1498 Fiches 3 - 4 In geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een veroordeling tot een dwangsom inhoudt behoort het de beslagrechter te bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom verschuldigd is, al dan niet vervuld zijn
(1).
(1)Cass., 26 juni 1987, AR 5372, A.C. 1986-87, nr 653. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: DWANGSOM Tenuitvoerlegging Voorwaarden Beoordeling Beslagrechter Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1385quater Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) Vrije woorden: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) Beslagrechter Dwangsom Tenuitvoerlegging Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1385quater Fiche 5 Om te bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom verschuldigd is al dan niet vervuld zijn dient de beslagrechter, als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer te nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel
(1).
(1)E. Dirix en K. Broeckx, Beslag in A.P.R., 2001, 57, nr
- Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: DWANGSOM Verschuldigdheid Tenuitvoerlegging Toetsing door de beslagrechter Richtsnoer Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Artt.1385quater Tekst van de beslissing Nr. C.04.0020.N
- BT(Worldwide) Limited, vennootschap naar Engels recht, met zetel te Groot-Brittannië, London, EC1A7 AJ, Newgate Street 81, ingeschreven in het handelsregister te Cardiff onder nummer : 22106369, met uitbatingszetel te 1831 Diegem, Bessenveldstraat 9,
- MOBISTAR, naamloze vennootschap, met zetel te 1140 Brussel, Kolonel Bourgstraat 149,
- TELENET OPERATIES, naamloze vennootschap, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4,
- FACILICOM INTERNATIONAL, beperkte vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1800 Vilvoorde, Medialaan 50, die in de rechten en verplichtingen is getreden van de NV KPN Belgium, met zetel te 1800 Vilvoorde, Medialaan 50,
- VERSATEL, naamloze vennootschap, met zetel te 1780 Wemmel, Koningin Astridlaan 166,
- WORLDCOM, naamloze vennootschap, met zetel te 1040 Brussel, Wetenschapsstraat 37, eiseressen, vertegenwoordigd door Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen BELGACOM, naamloze vennootschap naar publiek recht, met zetel te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 27, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 30 september 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft geconcludeerd. III. Middel De eiseressen voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; de artikelen 23 tot en met 27, 602, 616, 795, 1042, 1385bis, 1385quater, 1395, 1396 en 1498 van het Gerechtelijk Wetboek ; &§9472; de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek. Aangevochten beslissingen Het hof van beroep : - verklaart het hoger beroep van verweerster ontvankelijk en gegrond ; - doet het beroepen vonnis teniet binnen de grenzen van het hoger beroep, behalve voor zover het de vordering van verweerster ontvankelijk heeft verklaard en de kosten heeft begroot ; - opnieuw recht sprekende voor het overige : - verklaart het verzet van verweerster gegrond ; - zegt dat verweerster aan de eiseressen in uitvoering van de beschikking van de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel uitgesproken op 8 november 2000 in de zaak met rolnummer RK 177/2000 geen dwangsommen verschuldigd is uit hoofde van de promotionele actie gaande van 1 maart tot en met 16 april 2001 die erin bestond dat eindgebruikers met Belgacom.Net en BelgacomBusiness.Net tijdens de weekends 4 uur per weekend gratis op internet konden surfen ; - beveelt de opheffing van het bevel tot betaling aan verweerster betekend op 29 maart 2001, alsook de opheffing van het bevel tot betaling aan verweerster betekend op 19 april 2001 ; - legt de eiseressen verbod op uitvoerend beslag te leggen tot invordering van dwangsommen waarvoor zoals voormeld bevel tot betaling werd betekend ; - veroordeelt de eiseressen tot de kosten van beide aanleggen, op grond van, onder meer, de volgende redenen : "Uit de motivering van deze beschikking (van 8 november 2000) volgt dat de voorzitter van de Rechtbank (van Koophandel te Brussel) zijn beslissing voornamelijk op volgende overwegingen gestoeld heeft : - de 0909 dienst maakt blijkbaar een misbruik van machtspositie uit in hoofde van (verweerster), zoals bedoeld in artikel 82 van het EG Verdrag en artikel 3 WBEM, om (de eiseressen) uit de markt van de telefonische aansluitingen op internet te weren, aangezien : - (verweerster) voor telefonische aansluitingen met internet een machtspositie bekleedt daar zij de enige telecomoperator is die een netwerk heeft waarop alle Belgische gezinnen en ondernemingen aangesloten zijn ; - (verweerster) door het invoeren van de 0909 dienst aan (de eiseressen) geen keuze laat, want voor de eindgebruiker is een lager inbeltarief doorslaggevend bij de keuze van ISP zodat elke ISP, om geen klanten te verliezen, wil aansluiten op het netwerk van een telecomoperator die op het aanbod van (verweerster) ingaat of op het netwerk van (verweerster) zelf ; - (de eiseressen) aldus voor de keuze staan hetzij het aanbod van (verweerster) niet te aanvaarden en dus de ISP's als klant te verliezen met als gevolg uit de markt van telefonische aansluitingen op internet te worden gewerkt, hetzij het aanbod van (verweerster) wel te aanvaarden maar dan, door de lagere interconnectievergoedingen, een deel van hun inkomsten te verliezen met eveneens als gevolg dat hun positie op de markt van telefonische aansluitingen op internet in het gedrang wordt gebracht ; - maakt eveneens blijkbaar een misbruik van machtspositie uit in hoofde van (verweerster), het aanrekenen van verschillende tarieven voor identieke toegangsmogelijkheden tot internet, namelijk via hetzij een geografisch inbelnummer, hetzij een inbelnummer met kengetal 0909, aangezien er geen objectieve reden bestaat om de toegang tot internet via geografische inbelnummers, die duurder is voor de telecomoperator en dus voor de eindgebruiker dan de toegang via een 0909 inbelnummer, te handhaven ; - (verweerster) is verplicht haar oproeptarieven voor de eindgebruikers vast te stellen in functie van haar kosten. Het doel van de door (de eiseressen) gevorderde maatregelen was, volgens de beschikking van 8 november 2000, enkel de voorwaarden van het 0909 aanbod die indruisen tegen de regels van de concurrentie zoals vastgesteld in het EG verdrag en in het WBEM, voorlopig te vermijden door het instellen van een voorlopige toestand die voor (de eiseressen) economisch leefbaar is, en dit tot de Raad voor de Mededinging betreffende de klachten van (de eiseressen) nopens het aanbod 0909 van (verweerster) een beslissing ten gronde genomen heeft (het aanbod 078 is een eerder tussengekomen aanbod van (verweerster) dat in zekere zin gelijkenissen met het aanbod 0909 vertoont). Het door (verweerster) ingestelde 0909 systeem zou de toestand van (eiseressen) op de betrokken markt uiteindelijk onleefbaar maken omdat het tot gevolg heeft dat de eindgebruiker of de ISP - en dus ook de eindgebruiker - minder moet betalen voor een internetverbinding via (verweerster) dan via een (eiseres) en dat, zo is gebleken, en zowel door (de eiseressen) ingeroepen en benadrukt als door de voorzitter van de rechtbank van koophandel in de beschikking van 8 november 2000 aanvaard, doordat de eindgebruiker tenslotte de prijs van de verbindingen met internet als een doorslaggevende factor beschouwt om zijn keuze te bepalen" (zie arrest pagina 5 en pagina 6, alinea 1), en : "In het kader van een executiegeschil met betrekking tot dwangsommen, bestaat de taak van de beslagrechter erin vast te stellen of aan de hoofdveroordeling is voldaan. Hiertoe moet de beslagrechter de opgelegde verplichting - hier het opgelegde verbod - toetsen aan de uitvoering die eraan gegeven is. Als maatstaf van deze toetsing moeten het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer genomen worden, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (in die zin : E. Dirix en K. Broeckx, Beslag (APR 2001), bladzijde 57, nummer 83, j, met verwijzing). Dit is niet meer dan logisch, nu de dwangsom een private straf uitmaakt en er bijgevolg moet worden vermeden dat er een dwangsom zou moeten betaald worden voor handelingen die de dwangsomrechter niet heeft willen sanctioneren. Door aldus te handelen gaat de beslagrechter noch over tot een voor hem ongeoorloofde interpretatie van de beslissing van de dwangsomrechter, noch tot een nieuwe beslissing ten gronde. Ter zake was de bedoeling van de dwangsomrechter duidelijk een tijdelijke toestand te scheppen tot aan de beslissing ten gronde door de Raad voor de Mededinging. Dit staat in het beschikkend gedeelte zelf van de beslissing. Hieruit volgt dat, voor een goed begrip van het aan (verweerster) opgelegde verbod, de overwegingen die de dwangsomrechter tot deze beslissing hebben geleid, wel degelijk in acht moeten worden genomen aangezien het verbod duidelijk gekoppeld is aan een toestand die door de Raad voor de Mededinging zal moeten worden beoordeeld en aldus als gevolg moet hebben dat deze toestand niet kan bestaan zolang de Raad voor de Mededinging zich niet heeft uitgesproken, maar die ook niet verder mag reiken dan dat. Hetgeen met de verbodsbepalingen beoogd werd, blijkt duidelijk uit de motivering van de beschikking van 8 november 2000, namelijk een voorlopige toestand scheppen die voor (de eiseressen) economisch leefbaar is door te vermijden dat (verweerster) zou bereiken dat hetzij de eindgebruikers en de ISP's hun abonnementen met (de eiseressen) zouden opzeggen ten voordele van (verweerster) omdat deze, door middel van het 0909 aanbod, voor lagere prijzen voor internetverbindingen kan zorgen dan (de eiseressen), hetzij (eiseressen) minder inkomsten uit interconnectievergoedingen bekomen. In het kader van de Paasactie is er geen sprake van gewijzigde interconnectievergoedingen of interconnectievoorwaarden ten nadele van (de eiseressen). De Paasactie was een tijdelijke promotie die aan potentiële klanten toeliet via (verweerster) met internet kennis te maken en die reeds bestaande klanten ertoe kon aanzetten internet meer intensief te gebruiken. Dergelijke acties om het gebruik van internet, gsm, enz. te bevorderen en klanten te verwerven, zijn in de betrokken sector gebruikelijk en de consumenten zijn ermee vertrouwd. Het loutere feit dat (verweerster) via een promotionele actie klanten heeft willen werven, kan haar geenszins worden verweten, dit is eigen aan de handel. Dit heeft geen uitstaans met het 'lokken' van internetgebruikers 'door middel van lagere tarieven voor 0909 nummers', zoals (de eiseressen) het voorhouden. Immers, deze actie had niet als gevolg dat de eindgebruiker die van de promotie gebruik maakte, continu een lagere prijs voor internetverbindingen zou betalen en dit werd trouwens ook geenszins zo aan het publiek voorgesteld. Behalve de promotie zelf die erin bestond gedurende een aantal weekends telkens vier uur gratis te kunnen surfen op internet, bekwam de klant geen verschillend - dit is lager - oproeptarief door gebruik te maken van een inbelnummer met kengetal 0909 in plaats van een geografisch nummer. Aldus kaderde de Paasactie geenszins in het door de dwangsomrechter opgelegde verbod aangezien de eindgebruiker en de ISP's hiermee geenszins ertoe aangezet werden hun abonnement met (een eiseres) op te zeggen ten voordele van (verweerster) wegens continu lagere tarieven voor de internetverbindingen, zodat hiermee de economische leefbaarheid van (de eiseressen) wegens een toestand die door de Raad voor de Mededinging moet worden beoordeeld niet in het gedrang kwam. De omstandigheid, door (de eiseressen) aangevoerd, dat deze Paasactie in strijd zou zijn met de bepalingen van de wet op de handelspraktijken is een ander probleem dat echter in het kader van huidig debat niet relevant is en derhalve niet dient te worden onderzocht. Hieruit volgt dat (verweerster) terecht meent dat zij voor de Paasactie geen dwangsommen verschuldigd is. De overige middelen en argumenten van partijen zijn, gelet op het voorgaande, ter zake niet dienend. Het hoger beroep van (verweerster) is derhalve gegrond" (zie arrest pagina 8-9). Grieven
- Eerste onderdeel 1.
- De beslagrechter die, krachtens de artikelen 1395 en 1396 van het Gerechtelijk Wetboek, kennis neemt van vorderingen betreffende bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging, is enkel bevoegd te oordelen of het beslag rechtmatig en regelmatig is. Hij vermag geen kennis te nemen van geschillen die wel verband houden met de tenuitvoerlegging, maar niet de rechtmatigheid of de regelmatigheid ervan betreffen. De beslagrechter vermag aldus geen uitspraak te doen over de zaak zelf, behalve in de uitzonderingen die de wet uitdrukkelijk bepaalt en die te dezen niet voorhanden zijn. 1.
- Artikel 1385quater van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de partij die de veroordeling heeft verkregen de dwangsom ten uitvoer kan leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld. In geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging staat het krachtens artikel 1498 van het Gerechtelijk Wetboek aan de beslagrechter uit te maken of de voorwaarden voor de dwangsom vervuld zijn. 1.
- Bijgevolg is de beslagrechter, indien hij, zoals te dezen, geadieerd wordt naar aanleiding van een verzet tegen een beslag gelegd op grond van verbeurde dwangsommen, enkel bevoegd om na te gaan of de dwangsommen die aanleiding gaven tot het beslag daadwerkelijk verbeurd zijn, met andere woorden : of de voorwaarden voor de dwangsommen vervuld zijn. Het komt aan de beslagrechter niet toe de beslissing die de dwangsom oplegt uit te leggen, er een andere draagwijdte aan te verlenen dan hetgeen in duidelijke bewoordingen werd uitgedrukt en/of de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Overeenkomstig artikel 795 van het Gerechtelijk Wetboek behoort het tot de uitsluitende bevoegdheid van de dwangsomrechter om zijn beslissing te interpreteren.
- Te dezen werd tussen partijen niet betwist en werd ook door de appèlrechters uitdrukkelijk aangenomen (zie arrest pagina 4.) dat aan verweerster bij beschikking van 8 november 2000 van de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel op straffe van verbeurte van een dwangsom twee stakingsbevelen werden opgelegd, die in het dispositief van die beschikking als volgt werden geformuleerd (zie bijgevoegd stuk 1, beschikking van 8 november 2000 - vrij vertaald) : - verbieden voorlopig aan (verweerster), totdat een beslissing ten gronde is genomen door de Raad voor de Mededinging, om op de eindgebruikers verschillende oproeptarieven voor internet toe te passen
(1)naargelang de oproepen gedaan worden via geografische nummers en
(2)voor de oproepen gedaan via nummers met kengetal 0909, onder verbeurte van een dwangsom van 5.000.000 BEF per dag, en ; - verbieden voorlopig aan (verweerster), totdat een beslissing ten gronde is genomen door de Raad voor de Mededinging, om voor oproepen naar internet gaande naar nummers met kengetal 0909 (
- i)interconnectietarieven die lager zijn dan diegene die momenteel van toepassing zijn op vocale oproepen naar geografische nummers en (
- ii)andere interconnectievoorwaarden dan diegene die van toepassing zijn op vocale oproepen naar geografische nummers, zoals bepaald in het toepasselijke referentie-aanbod voor interconnectie van (verweerster) ("Belgacom reference interconnection offer", afgekort BRIO), op te leggen, onder verbeurte van een dwangsom van 5.000.000 BEF per dag. Verder stellen de appèlrechters te dezen uitdrukkelijk vast dat de litigieuze actie, de Paasactie genoemd, waarvan het bestaan en de uitvoering door verweerster niet werden betwist : "bestond in het aanbod van (verweerster) om met Belgacom.Net en BelgacomBusiness.Net tussen 1 maart en 16 april 2001 (tot Pasen) tijdens de weekends 4 uur per weekend gratis op internet te surfen" (zie arrest pagina 6, alinea 3). 3.1. Uit de hierboven weergegeven bewoordingen ervan blijkt dat beide kwestieuze stakingsbevelen duidelijk zijn uitgedrukt in het beschikkende gedeelte van de beschikking van 8 november 2000. Bijgevolg konden de appèlrechters aan de hand daarvan nagaan of de dwangsommen die aanleiding gaven tot het beslag daadwerkelijk verbeurd waren wegens gezegde litigieuze actie van verweerster. 3.2. Niettemin beslissen de appèlrechters ten onrechte dat bij de beoordeling of de voorwaarden voor de dwangsommen te dezen vervuld waren het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer moeten worden genomen en de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. 3.3. Zelfs indien de beslagrechter bij het vaststellen of aan de hoofdveroordeling is voldaan zou kunnen uitgaan van het "doel en de strekking" van de veroordeling, dan blijken het doel en zeker de strekking van de veroordeling te dezen uit de hierboven weergegeven duidelijke stakingsbevelen, uitgedrukt in het beschikkende gedeelte van de beschikking. Het hof van beroep diende bijgevolg de litigieuze actie te toetsen aan de duidelijke stakingsbevelen vervat in het beschikkende gedeelte van de kwestieuze beschikking en niet de consideransen van deze beschikking als maatstaf te nemen, zoals het ten onrechte heeft gedaan. 4. De appèlrechters stellen vast dat verweerster via de litigieuze promotionele actie, de genaamde "Paasactie", klanten heeft willen werven (zie arrest pagina 9). Voorts stellen zij vast dat behalve de litigieuze promotie, die erin bestond gedurende een aantal weekends telkens vier uur gratis te kunnen surfen op internet, de klant geen verschillend - dit is lager - oproeptarief bekwam door gebruik te maken van een inbelnummer met kengetal 0909 in plaats van een geografisch nummer (idem). Deze considerans impliceert a contrario dat de klant, door en tijdens de litigieuze actie, dus wel een lager oproeptarief bekwam door gebruik te maken van een inbelnummer met kengetal 0909 in plaats van een geografisch nummer, hetgeen precies uitdrukkelijk verboden wordt bij het eerste stakingsbevel, met name het voorlopig verbod om op de eindgebruikers verschillende oproeptarieven voor internet toe te passen
(1)naargelang de oproepen gedaan worden via geografische nummers en
(2)voor de oproepen gedaan via nummers met kengetal
- Gezegd stakingsbevel bevat evenwel geen enkele beperking op dit voorlopige verbod en verbiedt derhalve alle "verschillende oproeptarieven voor internet", zoals nader bepaald. In weerwil van het voorgaande oordelen de appèlrechters dat de litigieuze "Paasactie" geenszins in het opgelegde verbod kaderde aangezien de eindgebruiker en de ISP's hiermee geenszins ertoe aangezet werden hun abonnement met (eiseres) op te zeggen ten voordele van (verweerster) wegens continu lagere tarieven voor de internetverbindingen, zodat hiermee de economische leefbaarheid van (de eiseressen) wegens een toestand die door de Raad voor de Mededinging moet worden beoordeeld niet in het gedrang kwam (idem). Aldus interpreteert het hof van beroep op onwettige wijze het kwestieuze stakingsbevel. Immers, het behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de dwangsomrechter om zijn beslissing te interpreteren. Bovendien voegt het hof van beroep aan het gezegde stakingsbevel een voorwaarde toe die het niet bevat, te weten dat het verbod betrekking heeft op continu lagere tarieven, terwijl in werkelijkheid op grond van gezegde beschikking het voorlopige verbod, zoals nader bepaald, geldt voor alle verschillende tarieven, zonder onderscheid dus zowel "continue" als tijdelijke. De opgelegde dwangsom van 5.000.000 BEF kon overigens "per dag" worden verbeurd. Het bestreden arrest beslist dus over de zaak zelf, meer bepaald beperkt het de in het eerste stakingsbevel vervatte rechten van de eiseressen.
- In tegenstelling tot wat de appèlrechters impliciet doch zeker oordelen (zie hoger nummer 4.), blijkt uit de bewoordingen van de kwestieuze beschikking van 8 november 2000 geenszins dat het door de dwangsomrechter opgelegde (eerste) verbod slechts geldt wanneer de eindgebruiker en de ISP's ertoe aangezet worden hun abonnement met (eiseres) op te zeggen ten voordele van (verweerster) wegens continu lagere tarieven voor de internetverbindingen, zodat hiermee de economische leefbaarheid van (eiseressen) wegens een toestand die door de Raad voor de Mededinging moet worden beoordeeld in het gedrang komt (zie bijgevoegd stuk 1, beschikking van 8 november 2000). Integendeel, uit de bewoordingen van gezegde beschikking geldt het voorlopige verbod, zoals nader bepaald, voor alle verschillende tarieven, zonder onderscheid dus zowel "continue" als tijdelijke (idem en hoger nummers
- en 4.). De appèlrechters geven bijgevolg aan de kwestieuze beschikking een uitlegging die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan en miskennen de bewijskracht ervan.
- Verweerster betwistte voor de appèlrechters dat haar litigieuze actie, de "Paasactie", genoemd, een inbreuk vormde op één van de of beide stakingsbevelen. Uit de redenen van het aangevochten arrest, waarbij zij enerzijds de bedoeling van de dwangsomrechter trachten te achterhalen en anderzijds de economische en juridische draagwijdte van de litigieuze "Paasactie" trachten te bepalen, blijkt dat de appèlrechters aannemen dat er een ernstige betwisting over bestond of de litigieuze actie een inbreuk vormde op het stakingsbevel. Dienvolgens vermocht het aangevochten arrest over deze betwisting zelf geen uitspraak te doen doch kwam het uitsluitend aan de dwangsomrechter toe om zijn beslissing te interpreteren. Besluit eerste onderdeel : De appèlrechters oordelen dat de litigieuze actie van eiseres, "Paasactie" genoemd, niet kadert in het door de dwangsomrechter opgelegde verbod op grond van de in het middel aangevochten overwegingen. Meer bepaald : - toetst het hof van beroep de litigieuze actie niet aan de duidelijke stakingsbevelen uitgedrukt in het beschikkende gedeelte van de kwestieuze beschikking, zoals het gelet op zijn opdracht had moeten doen (zie hoger nummers. 3.
- - 3.3.) ; - interpreteert het hof van beroep op onwettige wijze het hoger weergegeven eerste stakingsbevel en voegt het bovendien aan het kwestieuze stakingsbevel een voorwaarde toe die het niet bevat en beslist het dus over de zaak zelf, meer bepaald beperkt het de in het eerste stakingsbevel vervatte rechten van de eiseressen (zie hoger nummer 4.) ; - doet het hof van beroep zelf uitspraak over de ernstige betwisting of de litigieuze actie een inbreuk vormde op het stakingsbevel terwijl het in dit geval aan de dwangsomrechter toekwam om zijn beslissing te interpreteren (zie hoger nummer 6.). Bijgevolg treden de appèlrechters, uitspraak doende als beslagrechters overeenkomstig de artikelen 602 en 616 van het Gerechtelijk Wetboek, buiten de rechtsmacht van de aan de beslagrechter toegekende bevoegdheid (schending van de artikelen 602, 616, 795, 1042, 1385bis, 1385quater, 1395, 1396 en 1498 van het Gerechtelijk Wetboek). Bovendien miskennen de appèlrechters de bewijskracht van de kwestieuze beschikking van 8 november 2000 (zie hoger nummer 5.) en schenden zij de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek.
- Tweede onderdeel
- Overeenkomstig artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek strekt het gezag van gewijsde zich uit tot hetgeen het voorwerp van de beslissing heeft uitgemaakt. Het gezag van het rechterlijk gewijsde is beperkt tot wat de rechter heeft beslist over een punt dat in betwisting was en tot wat, om reden van het geschil dat voor de rechter was gebracht en waarover partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, de noodzakelijke grondslag, al weze het impliciet, van de beslissing uitmaakt.
- Omwille van het gezag van gewijsde verbonden aan de kwestieuze beschikking van 8 november 2000 gewezen door de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel (zie bijgevoegd stuk 1), dienden de appèlrechters in hun oordeel rekening te houden met de in gezegde beschikking bepaalde rechtsverhouding tussen enerzijds verweerster en anderzijds de eiseressen. Zij dienden met andere woorden, ingevolge dit gezag van gewijsde, de bindende kracht van gezegde beschikking in acht te nemen en daarop hun uitspraak te laten steunen.
- Te dezen werd tussen partijen niet betwist en werd ook door de appélrechters uitdrukkelijk aangenomen (zie arrest pagina 4.) dat aan verweerster bij beschikking van 8 november 2000 van de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, op straffe van verbeurte van een dwangsom, twee stakingsbevelen werden opgelegd, die in het dispositief van die beschikking als volgt werden geformuleerd (zie bijgevoegd stuk 1, beschikking van 8 november 2000 - vrij vertaald) : - verbieden voorlopig aan (verweerster), totdat een beslissing ten gronde is genomen door de Raad voor de Mededinging, om op de eindgebruikers verschillende oproeptarieven voor internet toe te passen
(1)naargelang de oproepen gedaan worden via geografische nummers en
(2)voor de oproepen gedaan via nummers met kengetal 0909, onder verbeurte van een dwangsom van 5.000.000 BEF per dag, en - verbieden voorlopig aan (verweerster), totdat een beslissing ten gronde is genomen door de Raad voor de Mededinging, om voor oproepen naar internet gaande naar nummers met kengetal 0909 (
- i)interconnectietarieven die lager zijn dan diegene die momenteel van toepassing zijn op vocale oproepen naar geografische nummers en (
- ii)andere interconnectievoorwaarden dan diegene die van toepassing zijn op vocale oproepen naar geografische nummers, zoals bepaald in het toepasselijke referentie-aanbod voor interconnectie van (verweerster) ("Belgacom reference interconnection offer", afgekort BRIO), op te leggen, onder verbeurte van een dwangsom van 5.000.000 BEF per dag. 4. De appèlrechters stellen te dezen uitdrukkelijk vast dat de litigieuze actie, de Paasactie genoemd, waarvan het bestaan en de uitvoering niet werden betwist : "bestond in het aanbod van (verweerster) om met Belgacom.Net en BelgacomBusiness.Net tussen 1 maart en 16 april 2001 (tot Pasen) tijdens de weekends 4 uur per weekend gratis op internet te surfen" (zie arrest pagina 6, alinea 3). Voorts stellen zij vast dat behalve de litigieuze promotie, die erin bestond gedurende een aantal weekends telkens vier uur gratis te kunnen surfen op internet, de klant geen verschillend - dit is lager - oproeptarief bekwam door gebruik te maken van een inbelnummer met kengetal 0909 in plaats van een geografisch nummer (zie arrest pagina 9). Deze considerans impliceert dat de klant door de litigieuze actie dus wel een lager oproeptarief bekwam door gebruik te maken van een inbelnummer met kengetal 0909 in plaats van een geografisch nummer, hetgeen precies uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verboden wordt bij het eerste stakingsbevel, met name het voorlopig verbod om op de eindgebruikers verschillende oproeptarieven voor internet toe te passen
(1)naargelang de oproepen gedaan worden via geografische nummers en
(2)voor de oproepen gedaan via nummers met kengetal
- Bijgevolg hadden de appèlrechters dienen te beslissen dat de litigieuze "Paasactie" wel degelijk een inbreuk vormde op dit eerste stakingsbevel, dat geen enkele beperking op dit voorlopige verbod bevat en bijgevolg, zoals nader bepaald, alle verschillende oproeptarieven voor internet verbiedt.
- In weerwil van het voorgaande oordelen de appèlrechters evenwel dat de litigieuze "Paasactie" geenszins in het opgelegde verbod kaderde om reden dat de eindgebruiker en de ISP's hiermee geenszins ertoe aangezet werden hun abonnement met een (eiseres) op te zeggen ten voordele van (verweerster) wegens continu lagere tarieven voor de internetverbindingen, zodat hiermee de economische leefbaarheid van (de eiseressen) wegens een toestand die door de Raad voor de Mededinging moet worden beoordeeld niet in het gedrang kwam (idem). Aldus schenden zij het gezag van gewijsde van gezegde beschikking van 8 november
- Besluit tweede onderdeel : De appèlrechters oordelen dat de litigieuze actie van eiseres, "Paasactie" genoemd, niet kadert in het door de dwangsomrechter opgelegde verbod om reden dat de eindgebruiker en de ISP's hiermee geenszins ertoe aangezet werden hun abonnement met een (eiseres) op te zeggen ten voordele van (verweerster) wegens continu lagere tarieven voor de internetverbindingen, zodat hiermee de economische leefbaarheid van (de eiseressen) wegens een toestand die door de Raad voor de Mededinging moet worden beoordeeld niet in het gedrang kwam (idem). Het hoger weergegeven eerste stakingsbevel bevat echter geen enkele beperking op dit voorlopige verbod en verbiedt derhalve, zoals nader bepaald, alle verschillende oproeptarieven voor internet. Bijgevolg hadden de appèlrechters dienen te beslissen dat de litigieuze "Paasactie" wel degelijk een inbreuk vormde op dit eerste stakingsbevel. Nu zij evenwel oordelen dat de litigieuze "Paasactie" niet kadert in het door de dwangsomrechter opgelegde verbod, schenden zij het gezag van gewijsde verbonden aan de kwestieuze beschikking van 8 november 2000 en meer bepaald het gezegde eerste stakingsbevel (schending van de artikelen 23 tot en met 27 van het Gerechtelijk Wetboek). IV. Beslissing van het Hof
- Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel aan het arrest niet verwijt dat het heeft beslist dat de beschikking van de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel van 8 november 2000 een vermelding bevat die er niet in staat of dat zij geen vermelding bevat die er wel in staat ; Dat het onderdeel er zich in wezen toe beperkt aan het bestreden arrest te verwijten dat het aan die beschikking een uitlegging geeft die verschilt van de uitleg die de eiseressen voorstellen ; dat die grief geen miskenning van de bewijskracht van de akten oplevert ; Dat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is ; Overwegende voor het overige dat artikel 1385quater van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de partij die de veroordeling heeft verkregen, de dwangsom ten uitvoer kan leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld ; Dat uit die bepaling, zoals zij moet worden begrepen in het licht van de uitlegging die het Benelux-Gerechtshof in de zaak A/82/8 gewezen arrest van 14 april 1983 aan artikel 3 van de eenvormige wet op de dwangsom gegeven heeft, volgt dat de verschuldigdheid van de dwangsom haar grondslag vindt in de rechterlijke uitspraak waarbij zij is opgelegd, en dat op grond van die uitspraak, wanneer na de betekening ervan aan de in de uitspraak aangegeven voorwaarden wordt voldaan, de dwangsom ten volle verschuldigd is en zonder nieuwe rechterlijke uitspraak kan worden tenuitvoergelegd ; Overwegende dat, in geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een veroordeling tot een dwangsom inhoudt, het op grond van artikel 1498 van het Gerechtelijk Wetboek de beslagrechter behoort te bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom verschuldigd is, al dan niet vervuld zijn ; Dat de beslagrechter daarbij behoudens de in de wet bepaalde gevallen geen uitspraak kan doen over de zaak zelf ; dat hij geen uitspraak kan doen over de rechten van de partijen die vastgelegd zijn in de titel waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd ; Dat hij daarbij nog, als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer dient te nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel ; Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat het verbod opgelegd door de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, bij beschikking van 8 november 2000, beoogde een toestand te scheppen die voor de alternatieve telecomoperatoren, waaronder de eiseressen, economisch leefbaar is door te vermijden dat verweerster zou bereiken dat hetzij de eindgebruikers en de "internet service providers" hun abonnementen met de alternatieve telecomoperatoren zouden opzeggen ten voordele van verweerster omdat deze, door het middel van het 0909 aanbod, voor lagere prijzen voor internetverbindingen kan zorgen dan de alternatieve telecomoperatoren, hetzij de alternatieve telecomoperatoren minder inkomsten uit interconnectievergoedingen verkrijgen ; Dat zij eveneens vaststellen dat er in het kader van de "Paasactie" gevoerd door verweerster, geen sprake is van gewijzigde interconnectievergoedingen of interconnectievoorwaarden ten nadele van de alternatieve telecomoperatoren en dat behalve de promotie zelf die erin bestond gedurende een aantal weekends telkens vier uur gratis te surfen op internet, de klant geen verschillend dit is lager oproeptarief bekwam door gebruik te maken van een inbelnummer met kengetal 0909 in plaats van een geografisch nummer ; Dat zij vervolgens oordelen dat verweerster voor de "Paasactie" geen dwangsommen verschuldigd is aangezien de "Paasactie" geenszins in het door de dwangsomrechter opgelegde verbod kaderde ; dat de eindgebruikers en de internet service providers, er met de "Paasactie" immers geenszins toe werden aangezet hun abonnement met een alternatieve telecomoperator op te zeggen ten voordele van verweerster wegens continu lagere tarieven voor de internetverbindingen, zodat hiermee de economische leefbaarheid van de alternatieve telecomoperatoren wegens een toestand die door de Raad voor de Mededinging moet worden beoordeeld, niet in het gedrang kwam ; Dat zij aldus hun beslissing naar recht verantwoorden ; Dat het onderdeel in zoverre niet kan worden aangenomen ;
- Tweede onderdeel Overwegende dat uit het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat het onderdeel feitelijke grondslag mist ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt de eiseressen in de kosten. De kosten begroot op de som van vijfhonderd en een euro tweeëntachtig cent jegens de eisende partijen en op de som van tweehonderd eenenveertig euro zeventien cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van tien november tweeduizend en vijf uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guido Bresseleers, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051110.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:AHANT:2007:ARR.20070214.14 ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110505.16 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181019.1 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190913.3 ECLI:BE:PIBRL:2015:JUG.20151218.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990610.23 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000925.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060519.1 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070209.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div