id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.11 Rolnummer: P.05.1192.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2006-09-21 Raadplegingen: 578 - laatst gezien 2026-07-04 13:30 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer de raadkamer met toepassing van artikel 127 Wetboek van Strafvordering oordeelt over de volledigheid van het gerechtelijk onderzoek, levert dit geen onregelmatigheid, verzuim of nietigheid op als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, van hetzelfde wetboek, of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, of een grond van niet-ontvankelijkheid van de strafvordering. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Raadkamer Regeling van de rechtspleging Volledigheid van het gerechtelijk onderzoek Fiche 2 De afwezigheid van verhoor van een inverdenkinggestelde door de onderzoeksrechter levert geen onregelmatigheid, verzuim of nietigheid op als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Gerechtelijk onderzoek Inverdenkinggestelde Geen verhoor Gevolg voor de regelmatigheid van het onderzoek Fiches 3 - 4 Het enkele feit dat een inverdenkinggestelde niet door de onderzoeksrechter is verhoord, levert geen miskenning van het recht van verdediging op
(1).
(1)Cass., 16 mei 2001, AR P.01.0305.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010516.11, nr 288; Cass., 24 feb. 2004, AR P.03.1148.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040224.19, nr
- Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Inverdenkinggestelde Geen verhoor door de onderzoeksrechter Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Gerechtelijk onderzoek Inverdenkinggestelde Geen verhoor Tekst van de beslissing Nr. P.05.1192.N I.
- B. L. J. A. M.,
- V. W. J. R., eisers, inverdenkinggestelden, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie. II. B. L., reeds vermeld, eiser, inverdenkinggestelde. III. V. W., reeds vermeld, eiser, inverdenkinggestelde. in de drie zaken tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering voor wie optreedt de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, verweerder, burgerlijke partij. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 30 juni 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eisers stellen elk in een memorie drie identieke middelen voor. Die memories zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen Overwegende dat de eisers elk op 13 juli 2005 cassatieberoep hebben ingesteld nadat ze op 11 juli 2005 tegen het bestreden arrest reeds een eerste cassatieberoep hadden ingesteld; Dat de cassatieberoepen 203/2005 en 204/2005 derhalve niet ontvankelijk zijn; Overwegende dat wanneer de raadkamer met toepassing van artikel 127 Wetboek van Strafvordering oordeelt over de volledigheid van het gerechtelijk onderzoek, dit geen onregelmatigheid, verzuim of nietigheid als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, van hetzelfde wetboek, of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, of een grond van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering oplevert; Overwegende dat het arrest de hogere beroepen van de eisers, in zoverre ze gericht zijn tegen de beslissingen van de raadkamer over de volledigheid van het gerechtelijk onderzoek en de bezwaren, niet ontvankelijk verklaart; dat het arrest aldus geen uitspraak doet met toepassing van de artikelen 135 en 235bis Wetboek van Strafvordering noch in een der andere gevallen bepaald in artikel 416, tweede lid, van hetzelfde wetboek; Dat de cassatieberoepen in zoverre niet ontvankelijk zijn; B. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat de vordering van het openbaar ministerie tot verwijzing voor de raadkamer vermeldt dat er tegen de eisers voldoende bezwaar bestaat; dat het arrest oordeelt dat de beroepen beschikking betreffende de bezwaren gemotiveerd is daar het de beweegredenen van die vordering overneemt, welke derhalve integraal deel uitmaken van de beschikking; dat het aldus aan de vordering tot verwijzing geen inhoud toeschrijft die zij niet heeft, mitsdien de bewijskracht ervan niet miskent; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
- Tweede middel Overwegende dat het middel aanvoert dat het arrest de conclusie van de eisers met betrekking tot de miskenning van hun recht van verdediging wegens afwezigheid van verhoor door de onderzoeksrechter niet onderzoekt, maar nalaat te preciseren welk desbetreffende hun specifiek verweer was; Dat het middel in zoverre onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk is; Overwegende dat de afwezigheid van verhoor van een inverdenkinggestelde door de onderzoeksrechter geen onregelmatigheid, verzuim of nietigheid als bedoeld in artikel 131, ,§ 1, Wetboek van Strafvordering oplevert; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; Overwegende dat het arrest op grond van de in het middel weergegeven redenen wettig kan oordelen dat het recht van verdediging van de eisers wegens de afwezigheid van verhoor door de onderzoeksrechter niet is miskend; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen;
- Derde middel Overwegende dat het enkele feit dat een inverdenkinggestelde niet door de onderzoeksrechter is verhoord, geen miskenning van het recht van verdediging oplevert; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; Overwegende dat het middel, in zoverre het betrekking heeft op de volledigheid van het gerechtelijk onderzoek, geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, mitsdien geen antwoord behoeft; C. Ambtshalve onderzoek voor het overige Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Gezegde kosten begroot op de som van driehonderd achtenvijftig euro acht cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijftien november tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010516.11 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040224.19 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061017.5 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240116.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div