← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.12 Rolnummer: P.05.1275.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2006-09-21 Raadplegingen: 550 - laatst gezien 2026-07-04 12:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een bevel tot huiszoeking is geen daad van jurisdictie maar beoogt enkel de uitvoering van de beslissing tot huiszoeking zodat de rechter de akte waarbij een huiszoekingsbevel wordt verleend kan uitleggen en verbeteren. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Onderzoeksrechter Bevel tot huiszoeking Aard Doel Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: ONDERZOEKSRECHTER Onderzoeksdaad Bevel tot huiszoeking Aard Doel Fiches 3 - 4 Artikel 12, tweede lid, Grondwet sluit niet uit dat de rechter, in geval van niet-naleving van een wettelijk voorgeschreven vormvereiste van een huiszoekingsbevel, kan oordelen of het uit de huiszoeking verkregen bewijs al dan niet rechtsgeldig is

(1).
(1)Cass., 14 okt. 2003, AR P.03.0762.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.18, nr 499 met conclusie van advocaat-generaal De Swaef. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 12 Vrije woorden: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 12 Strafvervolging Wettigheidsbeginsel Onderzoeksdaad Bevel tot huiszoeking Vormvereisten Toetsing door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet - 17-02-1994 - Art.12 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Huiszoekingsbevel Niet-naleving van de vormvereisten Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet - 17-02-1994 - Art.12 Tekst van de beslissing Nr. P.05.1275.N A. S., eiser, beklaagde, gedetineerd, met als raadslieden mr Jan Kerkhofs, advocaat bij de balie te Gent en mr. Carl Slabbaert, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 10 augustus 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  1. Eerste middel 1.
  2. Tweede onderdeel Overwegende dat een bevel tot huiszoeking geen daad van jurisdictie is maar enkel de uitvoering van de beslissing tot huiszoeking beoogt; Overwegende dat de rechter de akte waarbij een huiszoekingsbevel wordt verleend, kan uitleggen en verbeteren; Dat het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, mitsdien faalt naar recht; 1.
  3. Eerste onderdeel Overwegende dat het arrest met betrekking tot het huiszoekingsbevel betreffende de woning gelegen te Antwerpen, Steenlandstraat 17, eerste verdieping, oordeelt, eensdeels, dat de vermelding "onbekend" als mandaathouder in het huiszoekingsbevel een materiële vergissing is daar het duidelijk de bedoeling was een aanwijzing te zijn voor de persoon welke de te onderzoeken feiten zou hebben gepleegd, anderdeels, zoals blijkt uit het bijhorende kantschrift, de opdracht gericht was aan de "lokale recherche Antwerpen"; Overwegende dat het arrest verder oordeelt dat "waar de onderzoeksrechter in zijn mandaat voor zoeking te Antwerpen, Waterbaan 100, uitsluitend melding maakt van de 'lokale recherche Antwerpen', duidelijk is dat daarin bedoeld wordt de dienstdoende officier van gerechtelijke politie"; Overwegende dat het arrest aldus van de beide huiszoekingsbevelen een uitlegging geeft die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
  4. Tweede middel 2.
  5. Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel enkel de regelmatigheid van het huiszoekingsbevel aanvecht, mitsdien niet gericht is tegen het arrest; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is; 2.
  6. Tweede onderdeel Overwegende dat artikel 12, tweede lid, Grondwet niet uitsluit dat de rechter in geval van niet-naleving van een wettelijk voorgeschreven vormvereiste van een huiszoekingsbevel, kan oordelen of het uit de verrichte huiszoeking verkregen bewijs al dan niet rechtsgeldig is; Dat het onderdeel faalt naar recht; Overwegende dat vermits het onderdeel berust op een onjuiste juridische onderstelling, de prejudiciële vraag niet moet worden gesteld; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zesenzestig euro drieënvijftig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijftien november tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.12 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CAMON:2013:ARR.20131204.2 ECLI:BE:GHCC:2007:ARR.105 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031014.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.