← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.9 Rolnummer: P.05.0829.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-09-21 Raadplegingen: 219 - laatst gezien 2026-07-03 10:35 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Bij gebrek aan inverdenkingstelling door het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter kan de raadkamer, na afloop van het gerechtelijk onderzoek, niet beschikken over het bestaan van bezwaren tegen die verdachte. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Raadkamer Regeling van de rechtspleging Bezwaren Niet inverdenkinggestelde verdachte Fiches 2 - 3 De niet-verwijzing door de raadkamer van een niet inverdenkinggestelde verdachte tegen wie het gerechtelijk onderzoek bezwaren heeft aangetoond, houdt geen buitenvervolgingstelling in en staat er niet aan in de weg dat deze verdachte door de benadeelde rechtstreeks wordt gedagvaard

(1)
(2).
(1)Declercq, R., Onderzoeksgerechten, A.P.R., 1993, p. 79, nr 203 e.v.
(2)Zie Cass., 15 maart 2005, AR P.05.0077.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050315.9 met concl. advocaat-generaal Werquin, nr 161. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Raadkamer Regeling van de rechtspleging Bezwaren Niet inverdenkinggestelde verdachte Beschikking Aard Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Strafzaken Onderzoeksgerechten Raadkamer Regeling van de rechtspleging Bezwaren Niet inverdenkinggestelde verdachte Beschikking Aard Rechtstreekse dagvaarding door de benadeelde Ontvankelijkheid Fiche 4 De door de Openbare Afvalstoffenmaatschappij bevolen saneringsmaatregelen houden geen rechterlijke beslissing in die enig gezag van gewijsde zou hebben of gelijk te stellen is met de in artikel 216bis Wetboek van Strafvordering bepaalde regeling van verval van de strafvordering mits betaling van een geldsom. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: MILIEURECHT Afvalstoffen Beheer Openbare Afvalstoffenmaatschappij Saneringsmaatregelen Aard Fiche 5 De verwijdering van de wederrechterlijk gestorte afval, als vorm van teruggave zoals bedoeld door artikel 44 Strafwetboek en artikel 161 Wetboek van Strafvordering, is een maatregel in het algemeen belang die, door het teniet doen van de materiële gevolgen van het misdrijf, ertoe strekt te verhinderen dat een met de wet strijdige toestand blijft bestaan en dat de overtreder het voordeel van de door hem begane overtreding behoudt; een reeds gedeeltelijk uitgevoerde sanering op bevel van het Bestuur kan de verdere verwijdering tot aan het volledig herstel niet verhinderen
(1).
(1)De verwijzing in het arrest naar de artikelen 146 en 149 Wetboek van Strafvordering in plaats van naar het artikel 161 Wetboek van Strafvordering lijkt op een materiële vergissing te berusten. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: MILIEURECHT Afvalstoffen Wederrechtelijk gestorte afval Saneringsmaatregel Aard Doel Tekst van de beslissing Nr. P.05.0829.N
  1. C. R.,
  2. V. A. J. M. G., eisers, beklaagden, met als raadsman mr. Paul Aerts, advocaat bij de balie te Gent, tegen
  3. L. S. M. E.,
  4. V. V. R.-M. I. E., verweerders, burgerlijke partijen, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 6 mei 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eisers stellen in een memorie zes middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
  5. Eerste middel Overwegende dat de niet-inverdenkingstellling van een persoon door het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter, na afloop van het gerechtelijk onderzoek, het bestaan van bezwaren niet uitsluit waarover de raadkamer evenwel, bij gebrek aan inverdenkingstelling, niet kan beschikken; Dat de niet-verwijzing door de raadkamer van een verdachte tegen wie het gerechtelijk onderzoek bezwaren heeft aangetoond geen buitenvervolgingstelling inhoudt en niet eraan in de weg staat dat deze verdachte door de benadeelde rechtstreeks wordt gedagvaard; Dat het middel faalt naar recht;
  6. Tweede middel Overwegende dat het middel, in zoverre dit aanvoert dat de verweerders nalaten bewijs te leveren van hun reële schade evenals van het oorzakelijk verband tussen die schade en de telastlegging, opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de rechters, mitsdien niet ontvankelijk is; Overwegende dat, luidens artikel 26 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de burgerlijke vordering die voortvloeit uit een misdrijf niet verjaart voor de strafvordering; Dat het middel dat ervan uitgaat dat deze vordering alleen verjaart volgens de regels van het burgerlijk recht, in zoverre faalt naar recht;
  7. Derde middel Overwegende dat het veroordelende arrest met betrekking tot de telastlegging van het exploiteren van een vergunningsplichtige inrichting zonder milieuvergunning (telastlegging C van de rechtstreekse dagvaarding) artikel 4, ,§ 1 en artikel 39 van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning vermeldt, mitsdien artikel 163, eerste lid, Wetboek van Strafvordering niet schendt; Dat, anders dan het middel aanvoert, de appelrechters daarbij nagaan waarom de eisers als exploitanten moeten worden beschouwd, zonder dat een uitdrukkelijke vermelding van de wetsartikelen die een begripsomschrijving van "exploiteren", "exploitant" en "inrichtingen" omvatten, daartoe noodzakelijk is; Dat de strafbare deelneming aan andermans illegaal achterlaten of verwijderen van afvalstoffen door het verlenen van een onontbeerlijke hulp, een eigen veroordeling als exploitant van een vergunningsplichtige inrichting niet uitsluit; Dat het middel niet kan worden aangenomen;
  8. Vierde middel Overwegende dat het middel, in zoverre het opkomt tegen de beoordeling van feiten door de rechter of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, niet ontvankelijk is; Overwegende dat, voor het overige, de omstandigheid dat de strafrechter anders oordeelt dan in conclusie wordt aangevoerd, geen motiveringsgebrek oplevert; Overwegende dat de appelrechters met hun redenen het verweer van de eisers beantwoorden, zonder dat zij daarbij moeten antwoorden op elk argument dat tot staving van een middel wordt aangevoerd, zonder een afzonderlijk middel te vormen; dat zij evenmin de redenen van hun redenen moeten vermelden; Overwegende dat de omstandigheid dat de rechter voor een beklaagde het bestaan van een schulduitsluitingsgrond aanvaardt, hem niet ertoe verplicht om dit ook voor anderen te doen; Dat het middel niet kan worden aangenomen;
  9. Vijfde middel Overwegende dat het middel niet aanvoert dat de eisers ter terechtzetting niet alle verweer hebben kunnen voeren; Overwegende dat de appelrechters oordelen dat het verweer van de eisers dat zij als het ware gedwongen en zonder enige tegenprestatie tijdelijk de door hen gepachte weide niet konden gebruiken wegens het uitvoeren door anderen van stortingen van puin, als totaal ongeloofwaardig verwerpen; Dat zij aldus de redenen vermelden waarom zij oordelen dat de eisers aan anderen onontbeerlijke hulp hebben verleend en zelf als exploitanten zijn te beschouwen; dat zij zodoende het vervullen van bijkomende onderzoeksverrichtingen als niet relevant verwerpen zonder dat zij daarbij het recht van verdediging van de eisers miskennen; Dat het middel niet kan worden aangenomen;
  10. Zesde middel Overwegende dat door de Openbare Afvalstoffenmaatschappij bevolen saneringsmaatregelen geen rechterlijke beslissing inhouden die enig gezag van gewijsde zou hebben noch gelijk te stellen is met de in artikel 216bis Wetboek van Strafvordering bepaalde regeling van verval van de strafvordering mits betaling van een geldsom; Overwegende dat voor het overige, de verwijdering van de wederrechtelijk gestorte afval, als vorm van teruggave zoals bedoeld door artikel 44 Strafwetboek en de artikelen 146 en 149 Wetboek van Strafvordering, een maatregel is in het algemeen belang die, door het tenietdoen van de materiële gevolgen van het misdrijf, ertoe strekt te verhinderen dat een met de wet strijdige toestand blijft bestaan en dat de overtreder het voordeel van de door hem begane overtreding behoudt; dat een reeds gedeeltelijk uitgevoerde sanering op bevel van het Bestuur de verdere verwijdering tot aan het volledig herstel niet kan verhinderen; Dat het middel in zoverre faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van vijfentachtig euro vierendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijftien november tweeduizend en vijf, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051115.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050315.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.