← België

ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051122.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051122.7 Rolnummer: P.05.0824.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2006-09-21 Raadplegingen: 202 - laatst gezien 2026-07-03 10:29 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De omstandigheid dat een bestuurder uitsluitend aansprakelijk is voor een verkeersongeval sluit niet uit dat het slachtoffer door zijn gedrag bijgedragen heeft tot de omvang van de door hem geleden schade waarvoor hij dan medeaansprakelijk is

(1).
(1)Zie Cass., 27 mei 1993, AR 9597, nr 256 en 3 dec. 1997, AR P.97.0582.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971203.12, nr
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen Aansprakelijkheid voor het ongeval Medeaansprakelijkheid van het slachtoffer Omvang van de geleden schade Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Medeaansprakelijkheid van getroffene Vrije woorden: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Medeaansprakelijkheid van getroffene Aansprakelijkheid voor het ongeval Omvang van de door het slachtoffer geleden schade Tekst van de beslissing Nr. P.05.0824.N I.
  2. G B L,
  3. G B J, eisers, burgerlijke partijen, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen R E A, verweerster, beklaagde, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie. II. R E A, reeds vermeld, eiseres, beklaagde, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  4. G B L, reeds vermeld,
  5. G B J, reeds vermeld, verweerders, burgerlijke partijen, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis, op 15 april 2005 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eisers sub I stellen in een memorie twee middelen voor. De eiseres sub II stelt in een memorie een middel voor. Die memories zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen van de eisers sub I
  6. Eerste middel Overwegende dat de appelrechters, door te oordelen dat "(eisers) (...) hun vorderingen op grond van de huidige schadevergoedingscriteria (bepalen), zodat er geen aanleiding is om tot een actualisatie van de schadevergoeding over te gaan", in feite en op onaantastbare wijze beslissen dat de door eiseres gevorderde vergoedingen, in de mate waarin zij, vermeerderd met de compensatoire interest, door de appelrechters worden toegekend, overeenstemmen met de huidige schadevergoedingscriteria; Dat zij aldus van eisers conclusie geen uitleg geven; Dat zij eisers conclusie beantwoorden en op die grond naar recht oordelen dat de toegekende bedragen niet moeten worden aangepast; Dat het middel niet kan worden aangenomen;
  7. Tweede middel Overwegende dat het bestreden vonnis oordeelt dat de eisers nalaten een begin van bewijs aan te brengen waaruit hun schade zou blijken en dat hoewel de procedure sinds jaren aanhangig is, zij geen enkel stuk of ereloonnota neerleggen waaruit zou blijken dat deze kosten niet gedekt werden door een verzekering; dat het aldus onaantastbaar oordeelt dat niet bewezen is dat de eisers als gevolg van het ongeval enig bedrag hebben betaald die te hunnen laste blijft; dat het op die grond de beslissing dat de eisers geen schade wegens kosten van een advocaat en een technisch raadsman bewijzen, naar recht verantwoordt; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Onderzoek van het middel van eiseres sub II
  8. Tweede onderdeel Overwegende dat overeenkomstig artikel 23 Gerechtelijk Wetboek, het gezag van rechterlijk gewijsde zich niet verder uitstrekt dan tot hetgeen het voorwerp van de beslissing uitmaakt; Overwegende dat de omstandigheid dat een bestuurder uitsluitend aansprakelijk is voor het verkeersongeval, niet uitsluit dat het slachtoffer door zijn gedrag bijgedragen heeft tot de omvang van de door hem geleden schade waarvoor hij dan medeaansprakelijk is; Overwegende dat de eerste rechter bij vonnis van 5 maart 1996, dat kracht van gewijsde heeft, oordeelt dat eiseres "de uitsluitende en volledige aansprakelijkheid voor het ongeval draagt"; dat de eerste rechter zich aldus enkel uitspreekt over de aansprakelijkheid voor het ongeval, en niet over de vraag of de verweerders ingevolge hun eigen gedrag bijgedragen hebben tot de omvang van de schade; Overwegende dat het bestreden vonnis het verzoek van eiseres om de aansprakelijkheid voor de door de verweerders geleden schade te delen als niet-ontvankelijk verwerpt op grond dat de eerste rechter bij zijn vonnis van 5 maart 1996 definitief over de aansprakelijkheid op burgerlijk gebied geoordeeld heeft; Dat het bestreden vonnis aldus de beslissing niet naar recht verantwoordt; Dat het middel gegrond is;
  9. Eerste onderdeel Overwegende dat het onderdeel niet tot ruimere cassatie kan leiden, mitsdien geen antwoord behoeft; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de verdeling van aansprakelijkheid voor de door de verweerders sub II geleden schade; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige; Veroordeelt de eisers sub I in de kosten van hun cassatieberoep; Veroordeelt eiseres sub II in de helft van de kosten van haar cassatieberoep en veroordeelt de verweerders sub II in de overige helft van de kosten; Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Leuven, zitting houdend in hoger beroep. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van tweehonderd eenendertig euro dertien cent, waarvan I. op het cassatieberoep van G.B.L. en G.B.J.: vijfentachtig euro zevenenvijftig cent verschuldigd en dertig euro betaald en II. op het cassatieberoep van R.E.A.: vijfentachtig euro zesenvijftig cent verschuldigd en dertig euro betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van tweeëntwintig november tweeduizend en vijf, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051122.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971203.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.